bladwijzer

 Introductie      Onze vereniging      Contact      Links      Programma      Historie      Copyright & disclamer

 Vereniging 1e Poolse Pantserdivisie Nederland

       

  Oud-strijders                                                                                                                                                                                          Terug

Op deze pagina enkele pakkende verhalen van oud-strijders over hun tochten door Europa. Om zo in Schotland terecht te komen waar een nieuw Pools leger werd samen gesteld. Daar werd de 1e Poolse Pantserdivisie onder leiding van generaal Stanislaw Maczek gevormd.

Deze verhalen komen uit het boekje ,,Voor U en onze vrijheid,, fotografie Wiesje Peels, tekst Gregoor Martens verkrijgbaar www.bredamuseum.nl

http://www.wehrmacht-polacy.pl/biogram_bugaj.html


 

Zygmunt Chmielowski (°Stryj,25-03-1921 †Breda,18-04-2005)

29 oktober 1944 trokken we Breda binnen. Duitse scherpschutters schoten nog uit de ramen, en hun mitrailleurs namen de straten onder vuur. De bevolking trok met ons mee zonder acht te slaan op het gevaar. We moesten ze weg sturen en zeggen dat ze voorzichtig moesten doen.

We werden hartelijk verwelkomd en geluk gewenst. Het bruiste er van de vreugde en enthousiasme. De straten waren versierd met de Nederlandse driekleur, oranje linten en de vlaggen van de geallieerden. Dziekujemy wam Polacy- Dank aan de Polen- hing overal in de stad. We deelden voedsel, chocolade en sigaretten uit.

We troffen een enorme armoede aan in Breda. Een ontstellend tekort vaan kleding en schoeisel en veel uitgehongerde kinderen en volwassenen. We werden ingekwartierd  bij Bredase gezinnen,                                  
die ons als hun eigen gezinsleden beschouwden. Er zijn toen veel vrienden voor het leven gemaakt.

                                                                                                                                                                                                                                 In Breda hoorden we dat we niet naar Polen zouden gaan. Churchill en Roosevelt hadden ons verkocht aan Stalin. Er was geen plaats meer voor Polen. De ontgoocheling en verbittering was groot. De uitspraak van generaal Maczek: 'Een Poolse soldaat vecht voor de vrijheid van vele volkeren, maar sterft alleen voor Polen' kwam in een heel wrang daglicht te staan.

top
 


 

 Alfons Raichert ( °Bytków, 1925)

In de zomer van 1957 ben ik voor de eerste keer na 18 jaar weer naar Polen gegaan. Er was sprake van een politieke ommekeer onder Gomulka. Het zou veilig zijn om naar Polen te reizen.                                       

De Poolse ambassade organiseerde zelfs een reis. Ongelofelijk! Hoewel, het was natuurlijk communistische propaganda. De voorzitter van Polen in Nederland noemde ons landverraders en voorspelde dat we gearresteerd zouden worden en dat we nooit meer zouden terugkomen.

Bij het vertrek uit Breda omhelsden mijn vrienden me alsof ze me niet meer zouden terugzien. Stilletjes vreesde ik dat ze nog wel eens gelijk konden krijgen. Onze koffers puilden uit van cadeaus voor de familie.

Bij de Oost-Duitse grens stikte het van de Vopo's, en bij de grens met Polen stonden ze oog in oog met de Poolse soldaten als slagers en stieren. Maar wij werden als koningen binnengehaald. Sommigen van ons kusten de grond.

De volgende morgen om half zes kwamen we aan in Katowice, op het voor mij zo vertrouwde station. Mijn zuster woonde nog in het ouderlijke huis.

top


Alfred Alojzy Wieliszek (°Lodz, 1921 †Breda,29-07-2009)

1 augustus 1944 landden we in Normandië. Twee maanden na D-Day. Na vijf jaar van omzwervingen kwam ons vaderland weer wat dichterbij. Bij Caen stootten we op hevig Duits verzet. Maar ze zaten in de val. Vanaf heuvel 252 bij Falaïse richtten we do grootste slachting van de oorlog aan. Bloed, bloed en nog eens bloed. De smalle weggetjes lagen bezaaid met paarden, karren, soldaten en militair materieel. Er was geen doorkomen meer aan. We hadden veel gewonden. Het uniform en het shirt van onze commandant waren bedekt met bloed, vanaf toen heetten we 'Bloedhonden'.

Nog drie dagen voor de oorlog speelde ik met het nationale team van Polen tegen Hongarije. De uitslag weet ik niet meer. Ik was toen 16. Natuurlijk ben ik altijd sportman gebleven, ik was aanvoerder van de Poolse militaire elftallen in Engeland, Schotland en Duitsland. In Breda heb ik voor NAC gespeeld en naast mijn werk ben ik UEFA trainer geweest van UWV, Boeimeer en het HERO elftal.

In 1956 namen mijn vrouw en ik het café van haar vader over, het huis van negotie aan de Haagweg. Dat was en sport en volkscafé, een huiskamer waar de buurt samenkwam. Er waren ook allerlei verenigingen thuis in het café. Voor de carnaval, de sport, het biljarten, een reisvereniging en later ook een Poolse vereniging. Samen hebben we 36 jaar hard gewerkt in het café.

Polen was eenarm land en onze atleten die naar de Olympische Spelen wilden hebben we een handje geholpen. Elk jaar organiseren we het Bevrijdingstoernooi en zamelen we een centje in om ze naar de Spelen te kunnen laten gaan.

                  

top


 

Eryk-Bruno Markowski (°Oliwa,13-05-1923 †Prinsenbeek,25-04-2007 )

Polen heeft een ingewikkelde ontstaansgeschiedenis. De vrijstaat Danzig waar ik woonde, werd door Duitsland als Duits gebied beschouwd en Polen meende er ook recht op te hebben. De Duitsers maakten daar in 1939 natuurlijk korte metten mee en zo kwam ik in Duitse militaire dienst terecht, en nog wel in Afrika. Maar Rommel had zijn zaakjes slecht voor elkaar en hij gaf in 1943 op.

Gelukkig zagen de geallieerden ons niet voor Duitsers aan en werden we ingedeeld bij de Fransen. Maar we bleven in de woestijn, de hitte was onverstelbaar en de verzorging was heel slecht. We kropen op handen en voeten van de honger. Het Amerikaanse rode kruis heeft toen ingegrepen en via Tunis kwam ik in Engeland.

Tijdens een kort verlof in oktober 1944 zijn mijn verloofde en ik voor de kerk getrouwd. En je mag zeggen dat dat als een donderslag bij heldere hemel kwam. Ik logeerde bij mijn verloofde en dat was natuurlijk niet zoals het hoorde indertijd. Via,via is de pastoor er achter gekomen dat ik de nacht bij haar doorbracht en in die stond op een morgen voor de deur en wilde wel eens weten wat ik daar deed? Of ik niet wist dat mijn verloofde alleen woonde, en of we toch niet samen hadden geslapen? En onder druk van die pastoor zijn we toen hals over kop voor de kerk getrouwd. De koster werd opgetrommeld om te getuigen en voor we er erg in hadden waren we een koppeltje.

top


 

Edward L. Szczerbinski (°Lodz, 1926)

Ik zag 'mijn blondje' even, heel kort in het tumult van de bevrijding. Overal uitbundig feestende mensen en daar stond ze. En ik wist het, ik wist het zeker: 'Dát is ze!' Maar de colonne stopte niet en ik was haar alweer kwijt. Toch, het moest zo zijn. Want weken later op een bevrijdingsfeest liepen we  in elkaars armen. En nu zijn we 60 jaar verliefd.
                                                       

Er was voor mij geen reden om naar Polen terug te willen. Ik had dar geen familie en nik was mijn leven onder de communisten niet zeker. Mijn vrouw zorgde voor een arbeidsvergunning en ik kon aan de slag. Ik heb chocolaatjes gemaakt, marineschroeven geslepen en autobanden gemaakt. Ik werk heel precies, ik heb altijd goed werk kunnen vinden.

In Polen ontstond armoede. In de kindertehuizen en bejaardenhuizen heersten schrijnende toestanden. Met de stichting Polen zamelden we elk jaar 1200 pakketten in met speelgoed, kleding en levensmiddelen. Ons huis stond tjokvol dozen, alle uren van de dag beantwoorden we brieven en repareerden we het ingezamelde speelgoed.

Ik heb snel Nederlands geleerd met boekjes van de lagere school, en ook nog Engels en Frans van de MULO. Ik ben dichter en wilde het Nederlands begrijpen. De grammatica en het gevoel.

En in gedachten bouwde ik al een huisje voor ons, chérie,lieveling
Maar eerst moet ik nog iets doen, nog maar één ding
Een einde maken aan de oorlog
Het geweld en het bedrog
Dan kunnen wij in ons tuintje genieten onder de zonnestralen
En 's nachts in de maneschijn als in een droom door ons geluk dwalen
 

           feest in de Graanbeurs.

top
 


Jan Bula (°Katowice, °22-02-1915 †15-11-2008)

In het najaar van 1940 kwam ik aan in Biggar, Schotland. Frankrijk was gecapituleerd voor de Duitsers, dus we moesten maken dat we wegkwamen. Met duizenden werden we opgevangen door de bevolking. Hele aardige mensen die goed voor ons hebben gezorgd.

Onze eerste taak was een Pools leger op poten zetten. We leerden om te gaan met het Engels materieel en we kregen een nieuwe moderne uitrusting. Ik was chauffeur. Ik werd ingezet als 'Joker', overal waar er iets vervoerd moest worden, daar ging ik op af. Ik reed af en aan met materieel, vaak helemaal van Londen naar Schotland. Allemaal voor de opbouw van onze divisie.

De verdediging van de kust van Montrose tot Dundee was onze belangrijkste taak. We bouwden bunkers en hielden militaire oefeningen. En we hebben ons voorbereid op de dag dat we weer op weg naar Polen zouden gaan. Dat was in augustus 1944.

Later in Breda ben ik bij de verffabriek Teolin terecht gekomen. Daar heb ik 32 jaar gewerkt. Eerst als vrachtwagenchauffeur, en later reed ik de directie. Na de oorlog waren er geen huizen in Nederland. Zoals zoveel mensen moesten we een beetje inschikken, we hebben 6 jaar bij mijn schoonouders ingewoond. Pas daarna kregen we ons eerste eigen huis.

Ik had gelijk goede contacten met de Nederlanders. Ik kon meteen met ze overweg, maar één ding heb ik nooit kunnen begrijpen. Hoe het toch kwam dat veel van mijn Nederlandse collega's destijds niet wisten waar Polen lag?

top


Piotr Jan Nowinski (°Nowe Miassto, 1923)

Ik was één van de oprichters van de Poolse Vereniging in Nederland en ben daar meer dan 30 jaar secretaris-generaal van geweest. Zo hielden we de Poolse taal en tradities in levend. We organiseerden taalcursussen, reizen, culturele activiteiten en herdenkingen. Onze kinderen gingen naar de zaterdagschool voor de taal, de geschiedenis en het volksdansen. Bredanaars kennen vast wel de kleurige klederdracht waarin ze vaak hebben opgetreden.

De toenmalige HKI heeft me goed geholpen. Ik mocht studeren en ben opgeklommen tot voormaninstructeur. Aanvankelijk kreeg ik van de arbeidsbeurs werk aangeboden bij de ETNA en er werd me twee liter melk per dag in het vooruitzicht gesteld. Dat laatste was een veeg teken en inderdaad het ging om heel smerig werk. Dat heb ik geweigerd en met drie maanden soldij, mijn demobilisatie uitkering en wat geld van mijn vrouw hebben we het hoofd boven water gehouden tot ik bij de HKI terecht kon.

In de tijd van de Praagse Lente was ik in Tsjecho-Slowakije met ons team om een fabriek te bouwen voor de fabricage van nylon en Terlenka. We logeerden in Hotel Karpanzia en op 21 augustus 1968 werden we al vroeg wakker van lawaai op straat. Ik keek naar buiten, recht in de lopen van tanks van het Warschaupact. Russen én Polen. Mijn vaderland hield me onder schot. De koude oorlog was nog lang niet voorbij.

top


Zdzislaw Jan Sosinski (°Lodz,17-06-1917 †Breda,10-08-2008)

Eind augustus 1939 hadden Hitler en Stalin besloten ons te verpletteren. Een paar dagen later zagen we ze komen, de Duitsers. Woedend waren we, en verbitterd. Maar ook vastbesloten om Polen te verdedigen. Ik was opgevoed zoals alle Polen: je moet je land verdedigen tegen wie of wat dan ook. Dat was er in geramd: thuis, op school en in de kerk. We hadden een fors leger, meer dan een miljoen man. Maar we moesten het met onze paarden opnemen tegen Duitse tanks. Natuurlijk was dat een ongelijke strijd, we werden in de pan gehakt.

Dat een leger in een paar weken een land kon bezetten, daar had nog niemand van gehoord. We dachten nog in kilometers en zelfs nog in meters, zoals in de Eerste  Wereldoorlog. Ik was kornet bij de cavalerie, ik zat te paard en moest de vijand in de pan hakken met een sabel! Stel je voor! Er waren er ook die het met lansen opnamen tegen de Duitse tanks.

In het najaar van 1944 toen we optrokken in Brabant, hoorde ik voor het eerst het woord 'Breda'. Ik kende het alleen van een Italiaans motormerk, dus ik begreep er niets van. Ik ben trots op de vele vrienden die ik hier heb gemaakt. Ik heb een gelukkig huwelijk gehad en ik heb carrière gemaakt. Ik ben een contente man. Het klinkt gek, maar ik heb aan de vreselijke oorlog veel te danken.

top


Jan Krzeminski (°Krolowlas,08-09-1922 †Breda,13-05-2008)

De mooiste Kerst heb ik in gevangenschap meegemaakt. Dat klinkt misschien gek maar we hadden elkaar nodig. We waren oprecht naasten van elkaar en we deelden brood. Dat heeft een grote invloed op mijn ziel gehad. Ik was 18 jaar en raakte in Duitse gevangenschap. We moesten brandhout halen voor de SS-kazerne. Telkens vijf kilometer lopen met een boomstam en wie het opgaf werd zonder pardon neergeknald. Untermenschen waren we.

Na een zware mishandeling was ik vast besloten om te ontsnappen. Mijn oom had een bewaker omgekocht en gezorgd voor andere kleren en wat eten. Ik rende tussen de versterkingen door mijn vrijheid tegemoet. Nou ja, vrijheid, ik kon elk moment worden opgepakt.

Ik ben een goedmoedig mens maar toen was ik de grootste schoft. Ik moest overleven. Ik leefde van wat ik vond op de akkers en stal van de boeren. Ik vertrouwde niemand en zorgde dat ik me altijd op tijd uit de voeten maakte. Ik baande me een weg door Duitsland en Frankrijk, maar in Spanje werd ik gepakt. Ik zat weer vast in een interneringskamp van Franco.

Ik had veel ambities, maar ik heb geen kansen gekregen. Toch ben ik tevreden met wat ik gedaan heb. Mijn vrouw en ik hebben de kinderen naar de universiteit weten te sturen. Ik ben trots op ze en op hun kinderen, mijn kleinkinderen. De saamhorigheid in de familie is groot.

top


Stefan Adamczyk (°Wola Bystrzycka,13-05-1915 †Breda,08-04-2008)

Veel van ons vluchtten in 1939 en kwamen in Frankrijk terecht. Maar de Fransen waren niet voorbereid op onze komst. We werden ingekwartierd in de stallen en sliepen naast het vee. Vreselijke toestanden. Kolonel Maczek vormde een brigade, hij gaf een uniform en bewapening en we hielden manoeuvres. Kort daarop viel Duitsland Frankrijk binnen maar in plaats van te vechten, vluchten die fransen alle kanten uit.

Toen hebben wij geprobeerd om Frankrijk te verdedigen. Denk je eens in, we stonden met geweren op Messerschmitts te schieten.


Maczek heeft het bevel gegeven om te vluchten, en via Toulouse kwamen we bij de Spaans kust. Daar zijn we met een piepklein bootje naar de Queen Mary overgebracht die daar voor de kust lag. Dat prachtige passagiersschip was omgebouwd voor troepentransport, en met een heel lange en wiebelige touwladder klommen we aan boord. Zo kwamen we in Engeland.

Na de oorlog brak een moeilijke periode aan. We zaten in Duitsland, we maakten deel uit van het bezettingsleger, en de oorlog was dan wel voorbij maar wat moesten wij nou? We waren ons lot niet zeker. Naar Polen terug gaan daar peinsde niemand over. We hadden geen werk, konden nergens studeren en er was geen land dat ons op wilde nemen. Belangrijkste was dat we nergens een werkvergunning konden krijgen. Toch, na heel veel moeite kwam ik in Nederland terecht en ben ik een schoenmakerij begonnen.

top


Wladyslaw Jurkiewicz (°Mejszule,10-01-1920 †Prinsenbeek,02-06-2005)

Mijn hele familie en ik zijn gearresteerd door de Russen en gedeporteerd naar de Siberische Taiga in de omgeving van Tolbosk. Het was heek hard werken, zeven dagen per week en er was nauwelijks eten. Onze rantsoenen werden kleiner en kleiner, want het eten was harder nodig aan het front werd ons uitgelegd. Tot er voor ieder nog maar zes boterhammen waren. Voor de hele week! We konden ons niet beheersen, we aten ze achter elkaar op.

Na de demobilisatie in 1947 ben ik bij Backer en Rueb gaan werken. Ik bouwde ketels door heel Nederland. Ik had veel taalproblemen in het begin en ik voelde mij door mijn collega's soms gediscrimineerd, ze lachten me dan uit als ik dingen verkeerd ziei.

Een huis vinden was niet makkelijk, de woningcommissie was onverbiddelijk. Maar na zeven jaar inwoning bij mijn schoonfamilie werd het tijd voor een eigen woning vond ik.

Ik heb toen weken lang elke dag wanneer ik uit mijn werk kwam, bij het huis van de burgemeester aangebeld en gevraagd of hij me  helpen kon. Dag in dag uit, en ik vroeg telkens weer of hij me aan een woning kon helpen. Op een gegeven moment was hij het zo beu dat hij me een brief gaf met zijn handtekening. Kort daarop hadden we onze woning in de Schoolstraat.

top


Wladyslaw Kohutnicki  (°Kiev, 1919)

Polen was een land in opbouw. In 1939 bij de inval van de Duitsers pas 21 jaar onafhankelijk. Er was een sterk nationaal gevoel, we voelden ons patriotten, er was een sterk geloof in de toekomst we legden havens aan en wegen. De industrie was in opkomst, het land werd gemoderniseerd.

Ik zat op de Militaire Academie en bereide mij voor om Polen te beschermen tegen de Russen. De dreiging van de communisten was groot. Met een inval van de Duitsers hield niemand rekening.

Het lukte me niet om naar het Westen te vluchten. Ik heb me bij de ondergrondse aangemeld om met Finland tegen de Russen te vechten. Zo ben ik in 1940 Polen uitgekomen. Een bizarre vlucht met schimmige regels. Ik wist nooit wie me hielp en waar ik heen ging.

Polen zijn van oudsher gewend te vechten voor hun land. Ons land talloze malen overvallen en bezet geweest. Zoals Nederlanders niet ophouden te vechten tegen het water, zo houden Polen niet op te vechten voor hun idealen.

De Poolse soldaten hebben over de hele wereld meegevochten tegen het fascisme met maar een doel voor ogen: de bevrijding van Polen. Onze natie moest weer vrij worden.

top


Crematiedienst Ere-burger van Breda.

 

Na de uitvaartdienst in Oosterhout op 7 maart 2007, vond in Breda de crematiedienst plaats van Michal Salewicz, geboren op 5 augustus 1921 te Sinków in Polen. In september 1939 kwam hij in dienst bij het Poolse leger en diende later bij de Poolse strijdkrachten in West-Europa. Vanaf de oprichting zat hij in het 24e Ulanen Regiment van de 1e Poolse Pantserdivisie. Hij was vanaf Normandië betrokken bij de bevrijding, waaronder ook Breda en Oosterhout. De Bevrijdingstocht eindigde in Wilhelmshaven en hij keerde terug naar Oosterhout om daar te trouwen met Dina Jansen.

Helaas was er geen afvaardiging van de overheid.

Oude veteranen, ook als zijn ze ere-burger, daar wordt niet meer aan gedacht, terwijl toch zij degenen zijn, waardoor wij nu in vrijheid kunnen leven.

 

Jef Maanders

 

top


 

Ook Polen kwamen als bevrijders !

 

Wageningen-Mathijs  Lossbroek zit in groep acht van de Kardinaal Alfrinkschool. Daar kwam een Pool praten over de Tweede Wereldoorlog.

Mathijs verteld: dat was de Poolse meneer Szczerbinski. Hij is nu Nederlander. Hij is een oud-strijder uit de Tweede Wereldoorlog. Hij was bij de eerste Poolse pantserdivisie. Hij had een dia van de tank, waar hij in gevochten had. In oktober 1944 moesten ze in Brabant wachten om Nederland verder te bevrijden omdat Montgomery eerst Arnhem wilde bevrijden. Pas in het voorjaar van 1945 konden ze verder trekken langs de oostkant van Nederland naar Groningen om de Duitsers te verjagen. Mathijs gaat verder: “Hij kreeg verkering met een Nederlands meisje en is hier blijven wonen. Hij vertelde dat het heel mooi en dapper was om soldaat te worden, maar niet meer toen hij naar het front moest om te vechten. Er zijn heel veel vrienden van hem omgekomen. Als hij nu bij een herdenking is, is hij altijd weer bij zijn makkers van vroeger. Hij vertelde, dat gedichten maken hem geholpen heeft om de oorlog te verwerken.

 

 

 

   

 

   

 

  Laatst bijgewerkt  11-04-2011

Naar boven