bladwijzer

Introductie        Onze vereniging        Contact        Links        Programma        Historie        Copyright & disclaimer

Vereniging 1e Poolse Pantserdivisie Nederland

       

  Onze vereniging     Media                                                                                                                               Bestuur    Leden   

Media : 2002/2003/2004/2005/2006/2008/

Archief 2007.

Over de activiteiten van de Vereniging 1e Poolse Pantserdivisie zijn in 2007 de volgende artikelen gepubliceerd:


Informatiebord Capelsche Veer
Poolse oud-strijder en ereburger van Breda overlijdt na ziekbed.
Premier van Polen brengt bezoek aan ereveld en museum in Breda
Poolsepremier legt krans op Pools Ereveld.
Erkenning voor vergeten Poolse overwinnaars'
Emmen staat stil bij de bevrijding
Familie van gedode Buiner (8) bij herdenking bevrijding.
Herdenken is altijd zinvol
'Poolse graven blijven in Alphen'

Opening Pools ereveld was geheim voor... Bredase Polen
Grafkruizen verdwijnen voor twee maanden van Pools ereveld
Poolse gevallenen gingen niet 'zomaar onder de grond'
Een dodenakker vol verhalen
Alle Polen onder ware naam begraven
Herdenking Poolse gevallenen bij slag om Axel
Herdenking van Poolse oorlogs- slachtoffers
Walen hielpen in '44 Breda bevrijden
Eén krabbeltje wees de weg

Oosterhout herdenkt 'zijn' Polen
Bevrijder zocht 'moffen' en vond Annie
63ste HERDENKING VAN DE BEVRIJDING VAN BREDA
Mysterieuze kranslegging
Een Poolse prins in de Julianalaan
Vijf Poolse veteranen uit Breda gedecoreerd


Bron: Brabants Nieuwsblad


Infobord bij Capelsche Veer

Donderdag 1 februari 2007 - Een informatiebord bij het monument Capelsche Veer geeft inzicht in wat zich in de oorlogsjaren 1944-1945 heeft afgespeeld bij het veer tussen Sprang-Capelle en Dussen. Gisteren werd het informatiebord onthuld door het Comité 4 en 5 mei. Ook enkele kinderen van basisschool De Bron in Sprang-Capelle, die het monument hebben geadopteerd, waren bij de onthulling aanwezig. Op de oevers van de Maas sneuvelden tussen december 1944 en januari 1945 zo’n 12.000 jonge mensen.



Foto Frank Trommelen

 

top


Bron: Bredase Bode 07-03-2007

Door Addo Sprangers.

Michal Salewicz, voor altijd verbonden met zijn geboorteland Polen
POOLSE OUD-STRIJDER EN EREBURGER VAN BREDA OVERLIJDT NA ZIEKBED
 

BREDA - Afgelopen vrijdag is na een kortstondig ziekbed in het ziekenhuis overleden de Poolse oud-strijder Michal Salewicz. Als lid van de Eerste Poolse Pantserdivisie hielp hij tijdens de Tweede Wereldoorlog mee aan de bevrijding van Breda. Salewicz ontving later het ereburgerschap van de stad Breda.

Michal Salewicz was op 5 augustus 1921 geboren in Polen. Toen de Duitse militairen op 1 september 1939 Polen binnenvielen en daarmee de Tweede Wereldoorlog ontketenden, trad Salewicz als soldaat toe tot het Poolse leger. Daarna diende hij in de Poolse strijdkrachten die door de Poolse overheid in ballingsschap in West-Europa georganiseerd waren. Ook in het 24e Ulanen Regiment van de Eerste Poolse Pantserdivisie diende hij vanaf de oprichting tot de demobilisatie. Daarna trouwde Salewicz met een Nederlandse vrouw en kreeg hij vijf kinderen. Hij vestigde zich in Oosterhout, waar hij zich inzette voor de Poolse Katholieke Vereniging (PTK), een club die zich sterk maakt voor het behoud van de Poolse cultuur en tradities. Ook op andere fronten was Salewicz bijzonder actief. Zo spande hij zich in de jaren 1985 tot en met 1998 via 'Oosterhout help Polen' hartstochtelijk in voor de levering van humanitaire hulp voor zijn geboorteland.

 

 

 

Herdenkingsceremonies

Het Poolse Erehof aan de Veerseweg 44 in Oosterhout, waar dertig van zijn militaire collega's rusten, was een van de stokpaardjes van Salewicz. Hij zorgde ervoor dat de begraafplaatsen goed werden onderhouden en organiseerde er samen met andere oorlogsveteranen herdenkingsceremonies vanaf het moment dat de gemeente Oosterhout hiermee stopte. Pas in 1990 droeg Salewicz de organisatie van de herdenkingsbijeenkomsten over aan de tweede generatie. Inmiddels heeft de Vereniging 1e Poolse Pantserdivisie Nederland de organisatie van de herdenkingsplechtigheden op zich genomen.

Poolse Militaire Ereveld

Michal Salewicz streed ook voor het verplaatsen van de Poolse oorlogsgraven naar de in de jaren '60 verzamelbegraafplaats van Poolse oorlogsveteranen aan de Ettensebaan in Breda. Als Poolse oud-strijder hoopte hij dat op het Poolse Militaire Ereveld aan de Ettensebaan al zijn voor 'Uwe en onze vrijheid' gesneuvelde divisiecollega's een rustplaats konden vinden naast hun generaal Stanislaw Maczek en dat zij hier met een eervolle herdenkingsceremonie jaarlijks geëerd zouden worden.

Oorlogsverhalen

Verder zette hij zich altijd graag in voor het verspreiden van informatie over het aandeel van de Eerste Poolse Pantserdivisie in de bevrijding van Nederland en Europa.

Op scholen vertelde hij hiertoe veelvuldig zijn oorlogsverhalen op. Michal Salewicz was bovendien een vaste deelnemer aan de verschillende herdenkingen en ceremonies verbonden aan de Eerste Poolse Pantserdivisie. Voor zijn inzet kreeg Salewicz ook in de laatste jaren diverse onderscheidingen, zolas de Gouden Speld van de Eerste Poolse Pantserdivisie, de Britse Veteranenbadge en de Poolse medaille Pro Memoria.

top


Bron: BNdeStem 15 maart

Premier van Polen brengt bezoek aan ereveld en museum in Breda

 

Woensdag 14 maart 2007 -

BREDA - Jaroslaw Kaczynski, de premier van Polen, brengt morgen een bezoek aan Breda.

Hij legt rond 15.30 uur een krans op het Poolse ereveld aan de Ettensebaan.

De premier, tweelingbroer van de Poolse president Lech Kaczynski, komt 's morgens aan in Nederland en wordt ontvangen door minister-president Balkenende. Later op de dag komt hij naar Breda waar burgemeester Peter van der Velden hem opvangt op het stadskantoor aan de Claudius Prinsenlaan. Daarna gaat het gezelschap naar de Ettensebaan voor een korte ceremonie op het ereveld, waarna Kaczynski doorrijdt naar de Trip van Zoudtlandkazerne. Daar brengt hij een bezoek aan het Generaal Maczekmuseum en ontmoet hij een aantal oud-strijders.

Kaczynski is sinds 14 juli 2006 premier van Polen.

De gebroeders Kaczynski werden al bekend in Polen in 1962, toen ze samen te zien waren in de kinderfilm O dwóch takich, co ukradli ksiezyc. (Die twee die de maan gestolen hebben).

door Nico Schapendonk

top


 

Bron: BN de Stem 16 maart
 

Poolse premier legt krans op ereveld Breda

Vrijdag 16 maart 2007, BREDA – Omringd door een batterij aan Poolse persfotografen en body­guards heeft de Poolse premier Jaroslaw Kaczynski gisteren een krans ge­legd op het Poolse ereveld aan de Ettensebaan in Breda. In het bijzijn van een priester bad hij bovendien het Onze Vader

 

 

Foto Johan van Gurp

 

De ceremonie werd door een handjevol hier wonende Polen gadegeslagen, onder wie oud- strijder Jan Nowinski uit Breda. Die kon het bezoek wel waarderen. ,,Alleen jammer dat Balkenende er niet bij was.’’ De Nederlandse premier had zijn Poolse ambts­genoot ’s ochtends ontvangen.

top


Bron: Bredase Bode 21 maart

Erkenning voor vergeten Poolse overwinnaars'
POOLSE PREMIER KACZYNSKI BEZOEKT BREDA


BREDA - Afgelopen donderdag bracht de Poolse premier Jaroslaw Kaczynski een bezoek aan Nederland. Na zijn ontmoeting met premier Balkenende in Den Haag reisde hij af naar Breda. Op het stadhuis werd hij ontvangen door burgemeester van der Velden en Commissaris van de Koningin May-Weggen. Na de kranslegging op het Pools Militair Ereveld kwam premier Karczynski naar het Generaal Maczek-museum, waar hij ook een ontmoeting had met een aantal Poolse veteranen. Door Joyce van Zijl

De Poolse premier had via de Poolse ambassade zelf het initiatief genomen tot het bezoek aan het Generaal Maczek-museum. Hij werd ontvangen door een groot aantal vrijwillige medewerkers van het museum.

 

 

Poolse gemeenschap

Niet alleen Breda is door de Polen bevrijd, ook een groot deel van Oost- en Noord-Nederland heeft zijn bevrijding te danken aan de Poolse militairen. Daarna trokken ze Duitsland in, waar ze tot 1947 bezettingstaken verrichten. Omdat Polen inmiddels communistisch geworden was, konden ze daarna niet terug naar huis. Een groot aantal Poolse soldaten kwam toen terug naar Breda en zo ontstond hier een vrij grote Poolse gemeenschap, die nog steeds een zeer sterke band met Polen heeft.

Veteranen

Jan Krzeminski Sr. en Alfons Rajchert zijn twee van die veteranen. Zij zijn ook nog steeds actief als vrijwilliger bij het Maczek-museum en vertellen tijdens de openingsdagen aan de bezoekers hoe het was in die tijd. Jan Krzeminski: "Ik heb hier mijn vrouw ontmoet, we zijn inmiddels ruim zestig jaar getrouwd. Wij hadden destijds nooit gedacht dat onze wortels hier zó diep zouden groeien. Wij hebben lang gedacht: als de Poolse situatie verandert, gaan we naar huis. Maar dat is dus nooit meer gebeurd."

Vergeten overwinnaars

"Wat voor ons heel moeilijk is geweest is dat er pas zo laat officiële waardering voor ons is gekomen. Dat heeft verschrikkelijk veel pijn gedaan. Mijn vrouw vindt ook dat ik verbitterd en opstandig ben. Maar dat word je niet ineens, dat is gegroeid in die ruim zestig jaar dat ik hier woon. Kijk, Alfons en ik leven nog. Wij hebben uiteindelijk de erkenning mee mogen maken, maar er zijn heel veel mannen die dat tijdens hun leven nooit hebben mogen meemaken. Daarom ben ik ook elke keer als het museum open is hier, zodat de mensen horen hoe het was en welke offers wij gebracht hebben. In 24 uur tijd zijn hier veertig Poolse jongens gesneuveld! En als dank voor onze inzet bij de bevrijding gaven de Geallieerden Polen aan Stalin en konden wij niet meer terug naar huis. Dat heeft diepe wonden geslagen, hoor."

Erkenning

Het bezoek van de Poolse premier wordt door hen ook gezien als waardering voor hun bijdrage. "Alleen jammer dat Balkenende zelf niet mee is gekomen, dat was nog mooier geweest."

Dringen

De vrijwilligers van het Generaal Maczek-museum zijn ruim op tijd voor het hoge bezoek aanwezig, alles ziet er piekfijn uit. Zij zijn benieuwd naar de reactie van premier Kaczynski. Maar als hij arriveert, wordt iedereen overdonderd door de horde fotografen en de vele Poolse journalisten en televisieploegen. Ook een flink aantal veiligheidsagenten is aanwezig, waardoor de premier zich werkelijk door het museum heen moet wringen. Hij probeert vol aandacht het museum te bekijken maar wordt voortdurend omringd door fotografen, filmploegen en veiligheidsmensen.

Ontmoeting

Na zijn bezoekje aan het museum heeft hij een korte ontmoeting met een aantal Poolse veteranen, die uit heel Nederland naar Breda zijn gekomen. Helaas is ook hier de tijd nogal kort. Maar de veteranen zelf zitten daar niet zo mee, die nemen er naar goede Poolse gewoonte een borreltje op en halen met elkaar herinneringen op.

Verhuizing

Momenteel wordt er hard gewerkt aan een gedeeltelijke verhuizing. Conservator Robert Buisman: " Door verbouwingen in gebouw R, waar wij gevestigd zijn, verdwenen daar twee ruimtes die wij als archief en presentatieruimte gebruikten. Gelukkig kregen wij 'in ruil' daarvoor de beschikking over vier nieuwe ruimtes in gebouw Q, recht tegenover het museum. De bibliotheek is inmiddels verhuisd en ook de andere ruimtes worden nu aangepast. Er komt een film- en presentatieruimte, ruimte voor het archief en een soort ontvangstruimte. De bar en het zitje die nu nog in het museum staan komen straks daar, zodat wij in het museum zelf ook meer ruimte krijgen. We hopen dat alles in oktober klaar is. "

Sponsoren

"Omdat ons museum geen enkele bijdrage krijgt van de overheid zijn wij helemaal aangewezen op giften en donaties. En een verbouwing als deze kost toch aardig wat geld, dus zijn wij nog dringend op zoek naar een aantal sponsoren."

Het is toch eigenlijk vreemd dat een museum dat gaat over de bevrijding van Breda het daar van moet hebben, maar het is nu eenmaal niet anders. Wie het museum wil helpen kan contact opnemen met Robert Buisman via info@maczekmuseum.nl

top


Bron: Dagblad van het Noorden 11 april

Emmen staat stil bij de bevrijding

Noordbarge- Bij het oorlogsmonument op de hoek van de Noordbargeerstraat en de Middenweg in Noordbarge is gisteravond herdacht dat de 1e Poolse Pantserdivisie 62 jaar geleden Emmen bevrijdde.
Dat gebeurde in aanwezigheid van de Emmer burgemeester Cees Bijl en met medewerking van de marching showband van de muziekvereniging Laus Deo.
De jaarlijkse herdenkingen van de bevrijding wordt sinds 2006 in Noordbarge gehouden.
Voorheen stond er een monument nabij de spoorwegovergang aan de Boslaan. Het werd destijds opgericht op initiatief van de inmiddels overleden horecaman Rudy Grimme, eigenaar van het toemalige hotel Bos en Zon.
Toen Grimme in 1995 zijn zaak verkocht, werd besloten om het monument naar het rustieke Noordbarge te verplaatsen.

Daarmee behoorde het voorbijrazende auto-en treinverkeer tijdens de herdenkingen tot het verleden.
Maar er was nog een argument om voor een monument in Noordbarge te kiezen. Juist daar werd op 10 april 1945 slag geleverd door de Polen.
Majoor Wasilewski stoomde op die dag met zijn eenheid richting Emmen op.
Hij stuite bij het Oranjekanaal in Noorbarge op fel verzet van de Duitsers. Pas na een uur van hevige gevechten gaven de Duitsers zich over.
Op dat moment waren al zeventien boerderijen, huizen en schuren in vlammen opgegaan.

top

foto: Jan Anninga


Bron: Dagblad van het Noorden/Drenthe 13 april

Familie gedode Buiner (8) bij herdenking bevrijding

Buinen- In aanwezigheid van Poolse oorlogsveteranen is gisteravond bij het oorlogsmonument de bevrijding van Buinen herdacht.
12 april 1945 werd het dorp door Poolse militairen bevrijd van de Duitse bezetters. Burgemeester Tryntsje Slagman heeft een krans gelegd. Ook leden van de familie Dieters waren aanwezig. Zij stonden stil bij de dood van hun broertje Jacob Dieters uit Buinen.

De 8-jarige kwam een dag na de bevrijding om het leven door een verdwaalde kogel van één van de Poolse soldaten.
Onder de militairen viel een dode tijdens de strijd met de Duitsers. Voor de soldaat , de toen 25-jarige Stanisław Bielemic, is kort na de bevrijding een monument opgericht bij het viaduct in Buinen.
Volgens Jan Gerner van het bevrijdingscomité is de jonge militair gestorven toen een granaat ontplofte op zijn tankvoertuig.

Op verzoek van de familie is later op het monument ook de naam van S.Skowaliczyk vermeld. Hij stierf op 30-jarige leeftijd bij gevechten in Borger. Met een ontploffing van een granaat op¨zijn tank.

top

(DvhN)


Bron: BN de Stem 15 mei 2007

'Herdenken is altijd zinvol'

door Petra Huijser

Vrijdag 4 mei 2007 - Officieel herdenkt Nederland op 4 mei alle burgers en militairen van het koninkrijk, die waar ook ter wereld zijn omgekomen sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, in oorlogssituaties en bij vredesoperaties. Maar is dat ook waar mensen bij stilstaan?


Adrian Stoppa (61), zoon van een Poolse soldaat en voorzitter van de vereniging 1e Poolse Pantserdivisie.

"Ik sta echt stil bij het offer dat al die jonge Poolse soldaten hebben gebracht. Vooral de Polen, wier strijd eind jaren dertig begon, zitten in deze tijd weggedrukt in een hoekje. Voor de Amerikanen en Canadezen is volop aandacht, voor hen amper. We leggen daarom niet alleen 's avonds een krans in het Valkenberg maar ook 's middags een eigen krans op de begraafplaats aan de Ettensebaan."

top


Bron: BN de Stem 24 mei 2007

'Poolse graven blijven in Alphen'

door Norbert Bökkerink

Donderdag 24 mei 2007 - ALPHEN - De Alphen-Chaamse burgemeester Harrie Nuijten voelt niets voor het idee om de achttien in Alphen gesneuvelde en begraven Poolse militairen te herbegraven op het Poolse Militaire Ereveld in Breda.

"Alleen als de Nederlandse en de Poolse regering daartoe gezamenlijk een verzoek indienen ben ik bereid hieraan medewerking te verlenen. Anders niet. Want - en dat klinkt misschien een beetje vervelend - deze achttien graven maken inmiddels deel uit van het Alphense erfgoed. Ik voel dan ook geen behoefte om de graven te gaan verplaatsen."

Hij reageert daarmee op een verzoek van de Vereniging 1e Poolse Pantserdivisie Nederland. Deze inmiddels vooral door de tweede generatie Polen gedragen organisatie wil de herinnering levend houden aan hun vaders, die in 1944 aan geallieerde zijde meestreden tegen de Duitsers. Bij de bevrijding van diverse steden en dorpen in Zuid-Nederland sneuvelden in totaal bijna vierhonderd Poolse militairen. Een groot aantal van hen werd indertijd al begraven op de twee Poolse erevelden aan de Ettensebaan (161) en de Vogelenzanglaan (80) in Breda. "De anderen liggen op militaire erevelden van de Common Wealth of gewone begraafplaatsen elders, zoals in Alphen", zo legt Adrian Stopa, voorzitter van de Poolse vereniging uit. Het gaat zijn vereniging vooral om die laatste groep. "Soms een, soms meerdere graven zoals in Alphen, maar ook in Oosterhout, Terneuzen en Stadskanaal. We vrezen dat zeker op de wat langere termijn de jongens die daar liggen zullen worden vergeten. Er zijn nu al graven waar naar niemand meer omkijkt. Bovendien willen we op deze manier alle gevallen Poolse militairen weer verenigen met hun al in Breda begraven kameraden en hun commandant, generaal Maczek", aldus Stopa.
 

De vereniging heeft de wens om alle gevallen militairen in Breda bijeen te brengen niet alleen voorgelegd aan de genoemde gemeenten, maar ook de Poolse en Nederlandse regering en de Oorlogsgravenstichting. "Van de regeringen hebben we nog niets gehoord, de Poolse ambassade heeft al wel zijn medewerking toegezegd", aldus Stopa, die nog niet op het standpunt van burgemeester Nuijten wil reageren.
,,We wachten eerst de reactie van de Poolse regering af voordat we eventueel verdere stappen ondernemen", zegt hij.
Nuijten weet zich in elk geval gesteund door de Nederlandse Oorlosgravenstichting, aan wie de zorg en het beheer van oorlogsgraven is toevertrouwd.
Ook deze stichting zal de overbrenging van Poolse oorlogsgraven 'uitsluitend overwegen' indien de Poolse regering daartoe een verzoek indient.

"Zo'n verzoek is er niet. Wanner dat ons zou bereiken, dan zullen wij altijd eerst de mening hieromtrent van de desbetreffende gemeenten vragen. De Poolse oorlogsgraven maken immers deel uit van de lokale geschiedenis, worden door ons in samenwerking met de gemeente regelmatig onderhouden en vervullen vaak een rol in lokale herdenkingen", aldus de stichting.
Ze vindt verder dat een eventueel besluit tot overbrenging door alle betrokken gemeenten unaniem moet worden onderschreven.

De Poolse graven in Alphen. foto Marieke Duijsters/ pve

top



Bron: BN de Stem 15 juni 2007

Opening Pools ereveld was geheim voor... Bredase Polen

Door Leo Nierse


Vrijdag 15 juni 2007 - Eigenlijk was het een rare vertoning op 24 juli 1963. In Breda - dat zich altijd 'zó verbonden' weet met zijn Poolse bevrijders - werd die dag aan de nog jonge Ettensebaan het nationale Pools militair ereveld in gebruik genomen.

 

 

 

 

Nog niet eerder gepubliceerde foto: de ? geheime? ceremonie op het Poolse ereveld in 1963. foto Hans Chabot/ Archief BN/ DeStem

 

Dé landelijke begraafplaats voor alle door oorlogshandelingen in Nederland omgekomen Poolse militairen. Alleen, er was geen Bredase Pool te bekennen. Uitgerekend voor hen was de opening geheim gehouden. Er was ook geen priester om de graven te zegenen. Zeker, er waren die woensdagochtend wel Poolse Polen aanwezig tussen de 151, met kruizen van sierbeton gemarkeerde heldengraven.

Hoogwaardigheidsbekleders van de officiële, - lees: communistische - Poolse regering stonden met hun kransen naast hun Nederlandse evenknieën, als gasten van het Bredase stadsbestuur. Maar afgezien van een trompetterkorps, stond er - in een ruime kring om het selecte groepje hotemetoten - slechts een cordon van politiemannen in burger. Zij dienden de nieuwe dodenakker afgesloten te houden voor ongenode gasten. Zoals daar waren: Bredase Polen. De autoriteiten waren beducht dat de opening in de spreekwoordelijke Poolse landdag zou ontaarden, als de tegenstanders van een nationaal ereveld kwamen protesteren. En er wáren veel tegenstanders.

Aan die geheime openingsceremonie was een 'onverkwikkelijke affaire' voorafgegaan. Sinds najaar '62 was binnen de Poolse gemeenschap - in Breda, maar ook elders in den lande - sterk verzet gerezen tegen het in Breda geboren plan van de Oorlogsgravenstichting om alle gesneuvelde Poolse geallieerden op één plek te herbegraven. Wat Margraten (L) voor de Amerikanen was, zou Breda voor de Polen zijn. Dat had meer allure. Concentratie bood ook meer overzicht, bevorderde een betere grafverzorging en bovenal: het was efficiënter. Want één nationale dodenherdenking organiseren was goedkoper dan al die verspreide plechtigheden.

De Oorlogsgravenstichting (OGS) kreeg aanvankelijk wel het bestuur van de gezaghebbende Katholieke Poolse Vereniging achter zich, maar de achterban wilde er niets van weten. Toen de 'gewone' Polen de rationele plannen onder ogen kregen, laaiden de sentimenten hoog op. De tegenstanders wilden zich 'onze graven' en de daar gehouden herdenkingen niet laten afnemen. Ze vreesden ook voor ontering van de stoffelijke overschotten en identiteitsverwarringen bij de herbegraving (veel Poolse militairen hadden onder een schuilnaam gevochten).

Oosterhout, Alphen en Axel besloten niet aan de centralisatie mee te werken en onder aanvoering van pastoor Eduard Doens weigerde ook 't Ginneken zijn 78 Poolse graven aan de Vogelenzanglaan op te geven. De OGS had niet het hart de plannen verder door te drukken, ondanks de harde juridische opstelling van burgemeester Geuljans. Doof voor de protesten, had deze de Legergravendienst al opgedragen de 70 Poolse soldatengraven op Zuylen naar het aangrenzende ereveld te verplaatsen. Elders uit Nederland kwamen nog 81 Poolse gevallenen naar de Ettensebaan.

In de afgelopen 44 jaar zijn daar niet meer dan zes kruizen bijgekomen, hoewel het er groot genoeg is voor 310 graven. Het heeft de Poolse gemeenschap nog járen gekost om zich te verzoenen met haar 'nationale' ereveld.

Poolse gemeenschap verzoende zich maar moeilijk met ereveld - BREDAAS PLAKBOEKdoor Leo Nierse
Reacties en suggesties: l.nierse@bndestem.nl

top


Bron: BN de Stem 27 juni 2007

Grafkruizen verdwijnen voor twee maanden van Pools ereveld




Woensdag 27 juni 2007 - BREDA - De Oorlogsgravenstichting is begonnen met een renovatie van het Pools militair ereveld aan de Ettensebaan in Breda.

 

 

 

 

 

foto Edwin Wiekens/het fotoburo

 

De 38 jaar oude grafstenen ondergaan de komende maanden een grondige opknapbeurt. Gisteren begon het transport van de in totaal 151 uit sierbeton gegoten grafkruizen naar een steenhouwerswerkplaats in Zierikzee. Daar worden ze gepolijst en van nieuwe bronzen belettering voorzien. De informatie over de gesneuvelde militairen als personalia, rang en legeronderdeel wordt accurater vermeld. In de derde augustusweek keren de stenen terug naar Breda.

top


Bron: BN de Stem 31 augustus 2007

Poolse gevallenen gingen niet 'zomaar onder de grond'


door Leo Nierse

     
Vrijdag 31 augustus 2007 - Deze week is een begin gemaakt met het terugplaatsen van de gerestaureerde grafkruizen op het Poolse ereveld aan de Ettensebaan.                    

 

 

 

 

 

November 1962. Bisschop Baeten wijdt de aarde van het nieuwe ereveld aan de Ettensebaan.
foto Hans Chabot/ archief BN/ DeStem

 

Twee maanden geleden schreef ik al over de turbulente totstandkoming en de 'geheime' opening van dit nationaal ereveld in juli 1963. Uitgerekend de Poolse Bredanaars ontbraken daarbij. Uit angst voor relletjes had de gemeente hen niet uitgenodigd en met een politiecordon 'in burger' werd het ereveld hermetisch afgesloten. Maar de Bredase Polen waren níet onwetend over de opening, verzekeren Tom Peeters van het Generaal Maczekmuseum en zijn oud-museumcollega Jos van Alphen mij, los van elkaar. Volgens hen zouden de Bredase Polen ook niet gekomen zijn, als ze wél waren uitgenodigd.

De reden? Volgens beiden geloofde de Poolse gemeenschap eenvoudig niet dat de gemeente de achter R.K.-Zuylen langs geprojecteerde Ettensebaan daadwerkelijk zou aanleggen, toen in het najaar van 1962 de herbegraving van de op Zuylen bijgezette Poolse gesneuvelden bekend werd. 'De Bredase Polen hadden het idee dat hun gevallen kameraden ergens achteraan op Zuylen onder de grond werden gestopt' (Peeters), in plaats van met militaire eer bijgezet op een gloednieuw ereveld, dat ruggelings tegen de 'burger'-begraafplaats aan kwam te liggen. En dat bovendien dus een eigen ontsluiting (Ettensebaan) kreeg.

Vanuit dat ongeloof waren harde woorden ontsnapt aan het snel geëmotioneerde Poolse gemoed en die uitspraken konden niet makkelijk worden teruggenomen. Toen ook nog duidelijk werd dat de - gehate - communistische Poolse regering bij de opening vertegenwoordigd zou zijn, hielden de veteranen het voor gezien.

Nu we het er toch over hebben... Misschien moesten we hier meteen maar eens een misverstand ophelderen waaraan ook Bredase burgemeesters blijken te kunnen lijden. Dan zegt zo'n man tijdens een herdenking dat het gezelschap temidden van de gevallen Poolse bevrijders van Breda staat. Klinkt goed, maar het is niet waar - of op z'n best hoogst onnauwkeurig.

Van de 49 bij de bevrijding gesneuvelde Polen liggen er zegge en schrijve achttien aan de Ettensebaan. De overige 31 rusten in het Ginneken (Vogelenzanglaan; 24), Lommel (B; 6) en Antwerpen (1). Anderzijds liggen in de 157 graven aan de Ettensebaan onder anderen een in het IJsselmeer neergestorte, 5-koppige vliegtuigbemanning, een boven Drenthe uit de lucht geschoten generaal, een tijdens de Slag om Arnhem verdronken soldaat, een al in '39 in Duitsland gestorven krijgsgevangene en een militaire verkeersdode. Dat is allemaal terug te vinden op Van Alphens magnifieke website http://www.Polishwargraves.nl. Raadpleging daarvan leert ook, dat op het Bredase ereveld zelfs het stoffelijk overschot van een Poolse veteraan uit de Eerste Wereldoorlog terecht is gekomen. Zoals alle buitenlandse militairen in Nederland, was hij in 1914-'18 geïnterneerd geweest. Voor hij naar zijn vaderland kon terugkeren, overleed de soldaat in 1919 door ziekte in kamp Oldebroek.

Zo goed als onbekend is trouwens, dat bij de bevrijding van Breda ook twee Canadese militairen sneuvelden. Zij liggen echter in Bergen en Zoom en Lier (B) begraven.

top


Bron: BN de Stem 07 september 2007

Een dodenakker vol verhalen

door Leo Nierse


Vrijdag 7 september 2007 - Een dodenakker ligt altijd vol verhalen. Grote verhalen, kleine anekdotes. Ik kom nog een keer terug op het Poolse ereveld aan de Ettensebaan waarvan ik de tumultueuze totstandkoming al heb beschreven.

 

 

 

 

Op 1 november 1962 legt burgemeester Geuljans op Zuylen een krans bij het toenmalige monument voor de Poolse gevallenen.
foto Hans Chabot/ Archief BN/ De Stem

 

Degenen wier gebeente daar aan de aarde is toevertrouwd, hebben natuurlijk ook een verhaal. Aan de uniforme grafkruizen, die slechts personalia vermelden, valt niet af te lezen dat aan de laatste rustplaats van sommige begravenen wel een heel bijzonder verhaal vastzit. Zo ligt daar generaal Boleslaf Feliks Stachon, die onder een lagere rang ter aarde werd besteld, omdat hij postuum was gedegradeerd. De reden voor de tuchtiging van zijn nagedachtenis was disciplinair van aard. De 44-jarige generaal-majoor had het bestaan, mee te vliegen met de 5-koppige bemanning van een Wellington die in de nachtelijke uren van 4 juli 1941 boven het Drentse 2e Exloërmond was neergestort. Stachon, die als enige omkwam, had echter niet mogen meeliften, omdat het geallieerde oppercommando zijn kopstukken had verboden hun leven in de lucht te riskeren. Anders gezegd: geallieerde hoogvliegers hadden een vliegverbod. Stachon moest boeten in het hiernamaals; hij werd gedegradeerd tot brigade-generaal. Zijn lagere rang stond lange tijd op zijn zerk vermeld, totdat zijn zoon met veel moeite er een rehabilitatie door kreeg.
 

Echt navrant was het lot van Wladyslaw Pawlowski, van wie slechts zijn geboortestreek (de regio Pielce) en sterfdatum (12 april 1945), maar geen leeftijd en rang bekend is. Pawlowski had vijf jaar in Duitse krijgsgevangenschap gezeten, toen hij door de Amerikanen werd bevrijd. Als vrijwilliger meldde hij zich aan om met zijn bevrijders mee te vechten. Zeven dagen heeft zijn langverbeide vrijheid geduurd. Toen sneuvelde hij.

Ronduit intrigerend is het graf links vooraan bij de entree van de begraafplaats. Hier rust Nieznany Zolnierz, ofwel de Onbekende Soldaat. Fascinerend is dat deze symbolische onbekende toch niet helemaal een anonieme gevallene is. Er bestaan zekere - te weerleggen - vermoedens omtrent zijn identiteit, maar wat in elk geval vaststaat is hoe deze nieznany zolnierz aan zijn eind is gekomen.

De (vermoedelijke) Pool in kwestie is op 30 maart 1945 op de vlucht doodgeschoten bij het Gelderse gehucht Mariënvelde ('Achter-Ziewent') in de Achterhoek. Gearresteerd door een groep Nederlandse SS'ers en Duitsers, moest hij zolang met zijn gezicht naar beneden op de grond gaan liggen. Omstanders hebben gezien hoe de hun onbekende arrestant op zeker moment kalm opstond en ondanks haltgeroep rustig wegwandelde. Aangezien hij zelfs nog op een muurtje is blijven staan, moet hij doelbewust de dood gezocht hebben. De volgende dag is hij begraven in het nabijgelegen Ruurlo. Daar heeft zijn stoffelijk overschot gerust, totdat hij in 1962 (wegens zijn veronderstelde identiteit als Pools militair) zijn Bredase herbegrafenis als Onbekende Soldaat kreeg.

Overigens bevatte het onderschrift van de vorige week in deze rubriek afgedrukte foto een verkeerde naamsvermelding. Het was plebaan Van de Made en niet bisschop Baeten die in november 1962 de aarde van het nieuwe ereveld wijdde.


top


Bron: BN de Stem 08 september 2007

Alle Polen onder ware naam begraven
 

door Leo Nierse

Zaterdag 8 september 2007 - BREDA - Het Poolse ereveld aan de Ettensebaan oogt weer als nieuw. De grote opknapbeurt van de 157 grafkruisen op de nationale begraafplaats voor Poolse oorlogsdoden is na twee maanden voltooid.

 

 

 

 

 

De kruisen op het Poolse ereveld aan de Ettensebaan zijn opgeknapt. foto Robert van den Berge/ het fotoburo


De 38 jaar oude, uit sierbeton gegoten kruizen zijn gepolijst en opnieuw beletterd. Dat laatste was om twee heel verschillende redenen zeer noodzakelijk geworden. Door erosie begonnen de oorspronkelijke betonnen reliëfletters in groten getale af te brokkelen; ze zijn weggeslepen en door koperen letters vervangen.
 
Er was ook reden voor een inhoudelijke herziening van de grafschriften, die nu geheel in het Pools gesteld zijn, inclusief de vermelding van geboortedatum, rang en onderdeel van de gesneuvelde militair. Veel zerken vermeldden tot voor kort niet de oorspronkelijke familienaam van de begravene, maar de schuilnaam waaronder hij om politieke redenen gevochten had. Bij de Poolse geallieerden was dat een geaccepteerde praktijk, om zo eventuele naoorlogse represailles door de inmiddels communistisch geworden regering te voorkomen. Van menige gevallene is de authentieke familienaam zelfs jarenlang onbekend gebleven. Bij de jongste revisie zijn alle schuilnamen door de werkelijke naam vervangen. Die ingreep heeft meteen het grote verklarende tekstbord bij de ingang van het ereveld overbodig gemaakt.

top


Bron: BN de Stem 19 september 2007

Herdenking Poolse gevallenen bij slag om Axel


Woensdag 19 september 2007 - AXEL - In september 1944 werd Zeeuws-Vlaanderen door het Poolse leger bevrijd van de Duitse bezetting.

foto Camile Schelstraete

Daarbij werd fel gevochten aan beide zijden van het zijkanaal van Axel naar Hulst. Bij het Poolse Kruis aan de Hulsterseweg werden gisteren de gevallen Poolse militairen herdacht door de werkgroep die zich ook inzet voor het onderhoud van het monument. Tijdens de herdenkingsplechtigheid werden bloemen bij het kruis gelegd. Dit jaar was ook een vertegenwoordiging van de Poolse ambassade aanwezig. De herdenking werd bijgewoond door meer dan 120 leerlingen van de Antoniusschool in Axel en twee scholen uit Handzame bij Diksmuide. Die waren gisteren in het kader van een uitwisselingsproject in Zeeuws-Vlaanderen. De leerlingen kregen verder een rondleiding door Hulst en bezochten ook het Oorlogsmuseum Gdynia aan de Tweede Verkorting. De bevrijding van Axel wordt zaterdag herdacht met een Bevrijdingstaptoe op het Kennedyplein. Het evenement begint om 19.25 uur. Naast de lokale korpsen showband Jong Axel, showband Phoenix en de christelijke drumfanfare Hosanna doen nog drie andere korpsen mee: showkorps De Bazuin uit Leerdam, drum- en showfanfare Advendo uit Sneek en het fanfarekorps van de Nationale Reserve. De toegang is gratis.

top


Bron: BN de Stem 20 oktober 2007

Herdenking van Poolse oorlogs- slachtoffers

door Henk den Ridder

Zaterdag 20 oktober 2007 - OOSTERHOUT - Op het Pools Militair Ereveld aan de Veerseweg in Oosterhout worden zaterdag 27 oktober om 10.30 uur de Poolse gevallenen herdacht.

Elk jaar op de laatste zaterdag van oktober wordt de herdenkingsceremonie gehouden.

De herdenking wordt georganiseerd door de vereniging 1ste Poolse Pantser Divisie die zich mag verheugen op een steeds grotere belangstelling.

Tijdens de herdenking zullen hooggeplaatste Polen aanwezig zijn, zoals de defensie attaché commandeur Marian Grefkiewicz en Consul Leszek Rowicki van de Poolse ambassade en generaal majoor Pawel Lamla en kolonel Andrzej Tuz van de 11e Lubuska Cavalerie Pantserdivisie uit Zagan. Voorts zijn er Poolse en Nederlandse veteranen en een aantal kinderen van openbare basisschool De Rubenshof.

Een en ander wordt ook bijgewoond door de culturele vereniging Polonia en de dans- en zanggroep Mazur. Harmonievereniging Oosterhout onder leiding van dirigent Ad van Dun speelt onder meer het Poolse Volkslied en het Wilhelmus.

top


Bron: BN de Stem 24 oktober 2007

Walen hielpen in '44 Breda bevrijden

door Leo Nierse


Woensdag 24 oktober 2007 - BREDA - Aan de vooravond van de 63e herdenking van de bevrijding van Breda is een niet eerder gepubliceerde foto uit de eerste bevrijdingsdagen opgedoken.

Niet alleen de tot heden volstrekte onbekendheid maakt het kiekje bijzonder. Opzienbarend is wat eruit blijkt: Breda is niet alleen door de Polen, Engelsen en Canadezen bevrijd; ook Franstalige Belgen hebben op 28 en 29 oktober 1944 in Breda meegevochten tegen de Duitse bezetters. Dat feit alleen werd pas vijftig jaar na de oorlog geboekstaafd door de Dorstse amateurhistoricus Jos van Alphen, auteur van het standaardwerk Breda Bevrijd , maar nu is er dus eindelijk ook beeldmateriaal dat die Belgische deelname aan de Bredase bevrijding bewijst. De bewuste foto toont acht geüniformeerde militairen en vier burgers voor een nog onbekende woning in het (net bij Breda gekomen) Ginneken. Wel is bekend dat deze soldaten allen inwoners van Brussel waren. Zij dienden in een bataljon Franstalige Belgen dat deel uitmaakte van een gevechtsgroep die eveneens onder commando van Maczek
stond. De foto is genomen door de destijds 20-jarige, in 2004 overleden Gaston Lapers. Diens kleinzoon Gilles Lapers, die het ongedateerde en amper geannoteerde kiekje in handen kreeg, hoopt dat door publicatie meer informatie vrijkomt. (reacties kunnen naar: l.nierse@bndestem.nl). Volgens Van Alphen zijn de Brusselaars in de middag van 29 oktober in het Ginneken aangekomen en daar nog geen week gebleven.

Op de foto: Acht Belgische bevrijders rond 1 november 1944 in het Ginneken, vóór het huis waar zij enkele dagen waren ingekwartierd. foto collectie Gilles Lapers

top


Bron: BN de Stem 25 oktober 2007

Eén krabbeltje wees de weg

door Leo Nierse


Donderdag 25 oktober 2007 - BREDA - Belgische oorlogsvrijwilligers hebben meegevochten bij de bevrijding van Breda in oktober 1944, meldde BN/DeStem gisteren.

 

 

 

 

 

De Brusselse bevrijders voor Hoeve de Houtbloem aan de Bavelselaan. Achter hen (vlnr) Jo , Ad, Jo (nicht) en Corry Wouters.

 

Maar hoe komt een fotootje dat dit nauwelijks bekende maar belangrijke 'historische' nieuwsfeit bevat, uit een Brussels privé-album in Breda terecht? Een kiekje van acht militairen in een uniform van geallieerden met vier jonge burgers voor een boerenwoning - en achterop niet meer dan de krabbel 'Ginneken'. Dat was wat Brusselaar Gilles Lapers, technisch tekenaar bij de Rijkswacht, had. Hij wist dat zijn in 2004 overleden grootvader Gaston Lapers de foto als jong brancardier (zeg maar: ambulancebroeder) had genomen, maar ook niet veel meer dan dat. Wel had hij een idee in welke richting hij moest zoeken. Dat kwam door zijn vrouw, Marta Sawicki, kleindochter van een Poolse veteraan die na de bevrijding van Breda een maand of vier bij de plaatselijke familie De Rijk in huis was geweest. Zo belandde Lapers jr. in onze contreien. Het was maar een kwestie van tijd voordat opa's kiekje via 'bevrijdingsdeskundige' Jos van Alphen bij de krant terechtkwam. Publicatie van de foto (in de stadseditie van 25 oktober) leverde binnen enkele uren de volgende feiten op:

De foto is genomen vóór Hoeve de Houtbloem, een omstreeks 1962 afgebroken boerderij aan het oostelijke uiteinde van de Bavelselaan. De hoeve - de laatste Ginnekense woning voordat Bavel begon - lag op het terrein van de huidige openluchtschool, recht tegenover de seniorenflat Belvédère.


De burgers op de foto zijn allen leden van de familie Wouters, van wie er drie op de boerderij woonden. Onder hen de inmiddels overleden Adrianus Wouters, later dierenarts in Chaam. Links van hem staat zijn zus Jo (Jansen-Wouters, nu 79 en wonend in Breda), rechts van hem zijn nicht Jo (Goos-Wouters, nu 83, Flevoland) en uiterst rechts zijn zus Corrie (Wouters-Schoenmakers, 78, Breda).

Jo Jansen, vertelde haar man gisteren, herinnert zich helemaal niets van die gelegenheid, terwijl dit niet aan haar leeftijd is te wijten.
Overigens stelden sommige reagerende lezers gisteren met nadruk dat de bevrijders van Breda niet alleen Walen maar ook Vlamingen in de gelederen hadden.

 

 

 

 

Gaston Lapers (r), die zijn strijdmakkers in Ginneken fotografeerde, met een andere dienstmaat in het najaar van 1944. fotos Collectie Gilles Lapers

top


Bron: Bredaase Bode 28 oktober 2007

Door Addo Sprangers

Zondag weer jaarlijks eerbetoon aan gesneuvelde Poolse militairen
63ste HERDENKING VAN DE BEVRIJDING VAN BREDA


BREDA - Zondag 28 oktober 2007 staat weer in het teken van de herdenking van de Bevrijding van Breda tijdens de Tweede Wereldoorlog door Poolse geallieerde strijdkrachten, nu 63 jaar geleden. Nog in leven zijnde Poolse veteranen, nabestaanden, familieleden, officiële delegaties en andere belangstellenden zullen zich zoals gebruikelijk op de Poolse militaire erevelden in Breda om de bevrijding te herdenken en de gesneuvelde Poolse soldaten eer te bewijzen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Het graf van generaal Stanislaw Maczek op het Poolse Militaire Ereveld aan de Ettensebaan. FOTO ADDO SPRANGERS

 

Zowel op het Poolse Militaire Ereveld aan de Ettensebaan als het ereveld aan de in 't Ginneken gelegen Vogelenzanglaan worden de Poolse militairen van de Eerste Poolse Pantserdivisie herdacht die op 29 oktober 1944 onder aanvoering van generaal Stanislaw Maczek Breda bevrijdden van de Duitse bezetter.

Herdenkingsceremonie

De plechtige herdenking op het ereveld aan de Ettensebaan begint om 12.00 uur, die op het ereveld in het Ginneken om 14.00 uur. Genodigden en oud-strijders wonen op beide erevelden een herdenkingsceremonie bij. Onder hen de Bredase burgemeester Peter van der Velden.

Opknapbeurt

Eerder dit jaar nog onderging het Poolse Militaire Ereveld aan de Ettensebaan dankzij de Oorlogsgravenstichting in twee maanden tijd een grondige opknapbeurt. Daarbij werd de renovatie van 151 grafkruisen voltooid. Met die opknapbeurt werd eind juni van dit jaar een aanvang gemaakt. De betonnen kruisen zijn gepolijst en van een nieuwe bronzen belettering voorzien.

Schuilnamen

Bovendien is meteen van de gelegenheid gebruik gemaakt om de in sommige gevallen gehanteerde schuilnamen op de stenen te vervangen door de oorspronkelijke familienaam van de gevallen militair. Het gebruik van een schuilnaam was niet zonder reden.

Een aantal Poolse soldaten, gedwongen om voor de Duitsers te vechten, was gedeserteerd uit het Duitse leger en overgestapt naar het Poolse leger. Hun familie in Polen liep gevaar vanwege mogelijke Duitse repercussies.

Blijven herdenken

Ad Stopa, voorzitter van de Vereniging 1e Poolse Pantserdivisie Nederland en zoon van een Poolse oorlogsveteraan, vindt het belangrijk om de Poolse oud-strijders te blijven herdenken.

Met de Vereniging 1e Poolse Pantserdivisie doen we dat op vier momenten per jaar: op 4 mei op het Poolse Militaire Ereveld, vóór de herdenkingsbijeenkomst in 't Valkenberg op dezelfde dag, op 15 augustus op de door de Poolse regering uitgeroepen Dag van de Militairen, wanneer de Bevrijding van Breda wordt herdacht en rond de sterfdag van generaal Stanislaw Maczek op 11 december."

Museum open

Zondagmiddag 28 oktober is het op de Trip van Zoutlandt gevestigde Generaal Maczek Museum aan de De La Reyweg 95 vanwege de 63ste herdenking van de Bevrijding van Breda door de Polen extra geopend van 15.00 uur tot 18.00 uur.

top


Bron: BN de Stem 29 oktober 2007
 

Oosterhout herdenkt 'zijn' Polen

door Nicole Andries


Maandag 29 oktober 2007 - OOSTERHOUT - Na een lange dag vol zware vuurgevechten steken de Polen op 3 november 1944 het Markkanaal over. De Eerste Poolse Pantserdivisie trekt aan het eind van de middag Den Hout binnen

 

 

 

 

Een Poolse oud-strijder leest in het Nederlands een gedicht voor tijdens de herdenking van gesneuvelde Poolse bevrijders. De ingetogen ceremonie op het Pools Militair Ereveld in Oosterhout werd druk bezocht. foto Edwin Wiekens/ het fotoburo

 

Soldaat Józef Myller, lid van de gepantserde infanterie, maakt de overwinning bij het kanaal nog mee. Maar als de Polen het dorpje bij Oosterhout in trekken, sneuvelt Myller, drie dagen voor zijn eenentwintigste verjaardag.

De militair is een van de tientallen Polen die ver van huis sterven tijdens pogingen om de dorpen rond Oosterhout te bevrijden. Collegasoldaten van Myller onderzoeken die dag een Houtse kelder. Daar zit de bibberende, dan 12-jarige Jos van Alphen. Bevrijd.

63 jaar later - afgelopen zaterdag - staat Van Alphen op het Pools Militair Ereveld. De Vereniging Eerste Poolse Pantserdivisie herdenkt de bevrijding van Brabantse steden en dorpen elk jaar op diverse begraafplaatsen in de regio, waaronder het ereveld op de Oosterhoutse begraafplaats. Daar liggen behalve Józef Myller nog 29 Poolse militairen, allen jong gestorven.

Onder de grauwe lucht herdenken tientallen mensen de offers die de Polen ruim zestig jaar geleden maakten voor de vrijheid van Brabant. Het is dringen tussen de graven. Volgens Wladec Salewicz, leider van de ingetogen ceremonie en zoon van een overleden Poolse oud-strijder, is het drukker dan andere jaren. "Ik denk dat mensen de waarde van de vrijheid die we hier hebben steeds beter beseffen. Ze respecteren wat de Polen hebben gedaan."

top


Bron: BN de Stem 29 oktober 2007

Bevrijder zocht 'moffen' en vond Annie

door Henk Schol
 

Maandag 29 oktober 2007 - BREDA - Iets meer dan een dozijn is nog er over van de 350 Poolse soldaten die van de bevrijding in Breda bleven hangen, omdat ze niet terug konden naar hun door de Russen gedomineerde vaderland of omdat ze hun 'Trees' hier vonden. Dit weekend herdacht het slinkende groepje mannen die dat nog konden, hun in '44 en '45 gesneuvelde makkers.

 


 

 

Nee, Annie gaat er de laatste jaren niet meer heen, naar de herdenkingen Ze heeft er niet zoveel mee. Alphons wel. Die ontmoet er zijn laatste kameraden of hun kinderen en kleinkinderen. foto Edwin Wiekens/ het fotoburo

 

Déze bevrijder is één van die laatsten. Hij was maar net achttien in 1944 en hij was met een enorme omweg vol toevalstreffers hier beland. "We stopten de negenentwintigste oktober op de Ginnekenweg bij het Oranjeplein. Daar zag ik haar, tussen de mensen. Ik dacht: Wat een leuke meid!"

Die leuke meid heette Annie Deleij en ze is vanmiddag tennissen. "Doe ik ook elke week", vertelt de oud-strijder in het huis aan de Eupenstraat. "Met m'n Nederlandse vriendenclub. Met z'n zessen gaan we elke woensdag een dik uur tennissen en daarna kaarten en borrels drinken."

Alphons Raichert is een nog zeer vitale man met een olijke oogopslag. Hij werd ruim 82 jaar geleden geboren in Bytków, in het toen Poolse deel van Silezië. De Duitsers stelden het jochie van vijftien in 1940 te werk bij een boer in de buurt van toen nog Breslau, nu Wroclaw. Zijn vader, die deelnam aan het verzet tegen de Duitsers, was eind '39 al omgekomen in concentratiekamp Buchenwald. "Wij Polen waren destijds het uitschot van Europa voor die nazi's. Die boer, een vreselijke vent van twee meter, schold voortdurend. Ik was niet zo handig met zijn beesten en melken kon ik ook niet goed. Polnisches Schwein!, riep hij voortdurend. Ik heb genoeg gehuild daar. Op een dag in '41 kwam er een telegram dat mijn moeder was overleden. Kanker. Je moet weten: ik had een geweldig goede moeder. Bij die boer verdiende ik tien mark in de maand. Ik heb daarvan voor haar nog een Edelweiss broche gekocht. Die droeg ze op haar jurk. Ik wilde toen natuurlijk naar huis, maar die boer riep: 'Allemaal sabotage!' en hij liet me niet gaan. Hij is trouwens mooi aan het Oostfront omgekomen, later. Ik verzon een smoes, dat ik naar de kerk wilde. Maar ik stapte, terwijl het daar op het station wemelde van de Duitsers, in de trein."


Via een kennis kwam de jonge Alphons later in een bakkerij in Katowice. In 1943 hielden de Duitsers er razzia's. "Met een groep jonge mannen ben ik toen op transport gezet naar Frankrijk, om daar, in de buurt van Bayeux, aan de Atlantik Wal te werken. Dat duurde dus tot 6 juni 1944. Toen de invasie was begonnen, zag je die rotmoffen rondlopen alsof ze gek waren geworden, apathisch soms. 's Avonds bevrijdden Engelsen ons Poolse kamp."

Daags later kwamen Poolse officieren uit Engeland vragen of ze zin hadden het leger in te gaan. "Iedereen zei natuurlijk ja." De mannen kregen in Engeland een training van twee tot drie weken en keerden met de Eerste Poolse Pantserdivisie van generaal Maczek terug naar Frankrijk.

"Op 20 juli waren we terug. Onze eerste actie was op 8 augustus. Die moffen hadden zich goed ingegraven en schoten met acht centimeter-kanonnen onze tanks kapot. Het was er bloedheet en er was weinig water. Ik ben er nog eens op een donkere nacht naar een verlaten boerderij geslopen, met de veldflessen van mijn maten, om drinken te halen. Opeens voel ik een schoen. En een been! Ik bestierf het van angst en ik ben teruggehold. We zijn met z'n allen gaan kijken. Het bleek ook alleen een been te zijn. Dat was kennelijk afgeschoten of geamputeerd."

Vooral de slag in het dal van de Falaise, waar de geallieerden de Duitsers klem zetten, was heftig. "Ik had toen best ook haatgevoelens tegen die moffen. Die hadden mijn vader vermoord. Dat doet iets met je. Op den duur is dat haatgevoel wel weer wat gaan slijten."


De Polen rukten met de Amerikanen, de Canadezen en de Britten op naar het Noorden. Van de ongeveer zestienduizend man in de divisie verloren er tweeduizend onderweg het leven. Begin oktober wachtte Raicherts bataljon in de bossen bij Alphen op aanvoer, vanuit het Zuiden. Op 28 oktober begon de slag om Breda. Een dag later was het pleit beslecht en stond de stoet Polen op de Ginnekenweg tussen de juichende Bredanaars. Alphons en enkele makkers kregen er de taak een wachtpost in te richten. "We moesten de omgeving verkennen, kijken of er niet nog ergens moffen zaten. Ik ben toen toch vooral op zoek gegaan naar Annie. Ze bleek vlakbij, op de Ginnekenweg, te wonen."

De oorlog was nog niet voorbij. Na eerst enkele weken de stellingen bij Moerdijk te hebben bewaakt - 'een week Moerdijk en een week Breda was dat' - werden Raichert en zijn bataljon op 16 december '44, toen de Duitsers hun Ardennenoffensief waren begonnen, richting Sprang-Capelle gedirigeerd. Daar moesten ze onder meer voor de bewaking van het Maasoeverfront zorgen. "Ik ben daar bij het Capelse Veer op een landmijn gelopen, vlakbij het water. De Duitsers schoten er 's nachts van die licht-parachutes af. Toch hebben mijn maten me daar weggehaald. Anders had ik hier nu niet gezeten."

De gewonden werden naar Turnhout gebracht en later vanaf vliegveld Gent naar Engeland overgevlogen om te herstellen. Raichert hield er een groot litteken aan het rechterbeen aan over. In '47 kwam hij terug naar Breda. Daar wachtte Annie, met wie hij een jaar later trouwde. Het paar kreeg twee dochters en een zoon. Alphons ging naar de ambachtsschool en werd machinebankwerker bij de Etna. Nadien werkte hij zich met opleidingen op tot bedrijfsleider bij Van Dongen in Oosterhout.

"Ik ben Pool, maar ook Nederlander. Ik ben genaturaliseerd. Ik heb twee paspoorten. Ik ga denk ik niet meer naar Polen. Alleen mijn as gaat daarheen. Ik wil dat die wordt bijgezet in het graf van mijn moeder."

top


Bron: BN de Stem 3 november 2007

Mysterieuze kranslegging

door Wim van den Broek

Zaterdag 3 november 2007 - MOERDIJK - Op het wekelijkse overzicht van de activiteiten van burgemeester en wethouders stond voor zaterdag 3 november om 14.00 uur een kranslegging bij het monument op de Grintweg in Moerdijk door wethouder Will Vissers.
 
 
Moerdijkse herdenkingscomités en de heemkundekring wisten echter van niks. "Er zijn geen oud-strijders en wij herdenken alleen maar op 4 mei", weet heemlid Corry Kortsmit vrij stellig. "Als Moerdijk al apart herdenkt, doen we dat in het tweede weekend van november. Rond de negende."

Janus Verhagen uit Made brengt helderheid in de mysterieuze kranslegging. "We gaan in colonne met zeventien oude oorlogswagens morgen door het gebied, waar de 1e Poolse pantserdivisie in 1944 ons land bevrijdde. Dat doen we elke drie jaar en nu voor het eerst ook Moerdijk. We hebben de wethouder gevraagd, en ze komt."

top


Bron: BN de Stem 3 november 2007


Een Poolse prins in de Julianalaan

door Nicole Andries


Zaterdag 3 november 2007 - OOSTERHOUT - De Oosterhoutse familie Heersche merkte íets aan de vriendelijke Pool die in de winter van 1944 bij hen verbleef

 

 

 

 


 

De Oosterhoutse Polen tijdens een militaire parade op de Markt. Zoals dat jochie daar op zijn tenen staat, zo stonden we allemaal als er iets te doen was met de Polen, zegt Jos van Alphen. foto André Smits

 

Marie Andrzej Poniatowski had goede manieren, leek op de een of andere manier voornaam, en de andere Polen behandelden de commandant met veel respect.
Maar dat de familie Heersche in de Julianalaan een Poolse prins had gehuisvest, ontdekte zij pas lang na de oorlog. Poniatowski, die in de Poolse lijn van troonopvolging zat - weliswaar als verre familie, maar toch als familie van het koningshuis - had tegenover zijn gastgezin nooit met een woord over zijn afkomst gerept.

"Prins Poniatowski was maar een van de duizenden Polen die van november 1944 tot Goede Vrijdag 1945 bij Oosterhoutse gezinnen verbleven", vertelt Jos van Alphen. Van Alphen stak jaren in onderzoek naar de Poolse militairen in Brabant. Zijn fascinatie begon toen de Eerste Poolse Pantserdivisie op 3 november 1944 Den Hout bevrijdde, toen zijn woonplaats. Het is vandaag precies 63 jaar geleden.

Oosterhout werd vier dagen eerder bevrijd. "De Engelse 'Woestijnratten' bevrijdden Oosterhout op 30 oktober 1944. Maar zij vertrokken al na een week. Toen kwamen de Polen. Zij namen het op zich de veiligheid hier te bewaken."

Duizenden Polen vonden maanden lang een thuis bij Oosterhoutse gezinnen. Het waren jonge soldaten, de meesten begin twintig, die vaak al een lange campagne achter de rug hadden. Tijdens die strenge winter vonden de Polen een tijdelijk thuis bij Oosterhouters. "Ze zaten tussen de kinderen in de gezinnen. "

Als bevrijders van verschillende dorpen en steden in de omgeving, waaronder Breda en Den Hout, konden de Polen rekenen op veel goodwill. Bovendien waren veel militairen vriendelijk voor hun kostgezinnen. "Zij brachten de corned beef naar Brabant. De meisjes in Oosterhout hadden over nylons gehoord, maar zagen ze voor het eerst toen de Polen ze voor hen meenamen. En kinderen kregen met Sinterklaas een pakje."


De Poolse militairen die in Oosterhout waren ingekwartierd, moesten in toerbeurt naar het front. Naar de Maas, waar de Duitsers vanaf de andere oever loerden op een kans om het verloren zuiden te heroveren. Of naar Zeeland, waar onder andere het schiereiland Sint Philipsland bewaakt moest worden.
 

Van Alphen: " Ze observeerden Duitsers aan de overkant van het water, liepen patrouilles. Ze sliepen in schuren of wat ze maar tegen kwamen. Meestal bleven ze ongeveer een week weg uit Oosterhout. Als ze terugkeerden bij hun gastgezinnen waren ze vies, moe, verkleumd en soms gewond. De moeders in gastgezinnen maakten dan vaak een teil warm water voor ze klaar, al was er weinig gas om water mee te verhitten. Ze vertroetelden 'hun' Polen. Het gezin sloop door het huis om de uitgeputte soldaten niet te wekken."

Soms wachtte aan het einde van een week patrouilleren en kleumen geen warm bed of bad. Veel Polen keerden niet terug na hun korte diensten aan het front. Ook prins Poniatowski zei zijn gastgezin aan de Julianalaan in januari 1945 voor het laatst vaarwel, al wist hij dat toen zelf nog niet.

Poniatowski werd die maand met zijn troepen - hij was commandant van vier tanks - naar Sint Philipsland gestuurd. Daar probeerden de geallieerden de Duitsers van het schiereiland te houden. Een uitkijkpost in een watertoren in het dorp Anna Jacobapolder was daarbij een belangrijke troef. Dat wisten de Duitsers.

In de nacht van 23 januari 1945 schijnt de maan over het besneeuwde landschap. Een Duitse eenheid laat zich, gekleed in witte sneeuwpakken, in grote boten over het water drijven. De geallieerden zien de traag naderende Duitsers niet aankomen.In het vuurgevecht dat volgt sneuvelt prins Poniatowski, dan 23 jaar. Temidden van alle verwarring en hectiek blazen de Duitsers de watertoren met dynamiet op. Ook twee andere Polen sneuvelen: Boleslaw Podedworny, begraven op het kerkhof aan de Veerseweg in Oosterhout, en Bronislaw Powalka.

Twee andere Polen worden krijgsgevangen genomen. Van Alphen weet niet of zij hun gevangenschap overleefd hebben. "Er kwamen na de gebeurtenissen bij Anna Jacobapolder in ieder geval vijf Polen niet 'thuis' bij hun Oosterhoutse kostgezinnen. Misschien hebben zij nooit geweten wat er met 'hun' Pool is gebeurd."

Op 31 januari 2008 wordt in Anna Jacobapolder een monument onthuld voor de gesneuvelde Oosterhoutse Polen, twee Engelse militairen, de Nederlandse Stoottroeper Piet Avontuur en burgerslachtoffer Karel Snijders. Allen kwamen om bij de Duitse aanval op de watertoren en geallieerden in het dorp.

Van Alphen zou graag weten waar de gesneuvelde Podedworny en Powalka in Oosterhout verbleven. Als iemand zich de Polen kan herinneren en weet bij welk gezin zij sliepen, kan hij contact opnemen met Jos van Alphen via info@polishwargraves.nl of               0161-411561       .

En om toch een happy end aan het verhaal te breien: veel Polen kwamen wél thuis bij hun gastgezinnen, en sommigen kwamen later in Oosterhout terug om er een permanent thuis te vinden. "Zo'n tachtig Polen vestigden zich hier na de oorlog. Om te trouwen met meisjes waar ze in de winter van 1944/1945 verliefd op waren geworden. Of gewoon, om terug te keren naar een thuis dat ze prettig vonden. Ik ken ook een verhaal over een Pool die terugging naar zijn Bredase kostgezin maar altijd vrijgezel bleef. Hij heeft de rest van zijn leven als een soort adoptiezoon bij die mensen gewoond."

'De meisjes hadden nooit nylons gezien tot de Polen die voor ze mee namen'
 

top


Bron: BN de Stem 4 december 2007

Vijf Poolse veteranen uit Breda gedecoreerd


Dinsdag 4 december 2007 - BREDA - Vijf Poolse oud-strijders uit Breda zijn zondag namens het Poolse Ministerie voor Oud-strijders en Onderdrukten onderscheiden met de Pro Memoria-medaille.
 
De gedecoreerden zijn Albert Bugaj (staand 6e van links), Bolek Krzeszewski (staand 7e van links), Cees Nowak  (zittend 3e van rechts), Frans Olejek (zittend 1e van links)en Stas Szamrowicz (zittend 2e van links). Zij kregen de versierselen opgespeld na een kranslegging op het graf van Breda's bevrijder, generaal Maczek, de op 2 december 1994 overleden commandant van de Eerste Poolse Pantserdivisie.

Allen lid van de Vereniging 1e Poolse Pantserdivisie Nederland.

 

 




Foto: Rian Olejek

 

Bron: BN de Stem 6 december 2007

Correctie


Woensdag 5 december 2007 - BREDA - De vijf Poolse Bredanaars die afgelopen zondag zijn onderscheiden met de Pro Memoria-medaille van het Poolse ministerie voor Oud-strijders en Onderdrukten, zijn geen oorlogsveteranen, maar zonen van Poolse militairen. De gedecoreerden hebben zich langdurig ingespannen voor de blijvende herinnering aan Breda's bevrijding door de Eerste Poolse Pantserdivisie.

top

 

 Laatst bijgewerkt 17-02-2010

 Naar boven