Woensdag 19 april 2006 - ARNHEM – De Poolse generaal-majoor Stanislaw
Sosabowski wordt 31 mei in Den Haag door koningin Beatrix postuum geëerd met de
Bronzen Leeuw.
Michael Sosabowski, kleinzoon van de Poolse
bevelhebber zal de medaille in ontvangst nemen.
De Eerste Poolse Onafhankelijke Parachutisten Brigade, waarover Sosabowski
(1892- 1967) het commando had, krijgt de Militaire Willems-Orde op haar vaandel.
Deze hoogste Nederlandse militaire onderscheiding is een verlaat eerbetoon aan
de Poolse para’s voor hun inzet, september 1944, tijdens de Slag om Arnhem.
Door fouten van het Britse opperbevel mislukte de operatie Market Garden, maar
de Polen kregen de schuld.
Maandag 1 mei 2006 - PRINSENBEEK – Het comité Dodenherdenking
Prinsenbeek houdt 4 mei om 19.00 uur een herdenkingsdienst in de Kerk van O.L.V.
ten Hemelopneming.
Voorgangers tijdens de dienst zijn pastor
Schakenraad en dominee Ten Brinke. Na de dienst is er een stille tocht naar de
Vredeskapel. Harmonie Amor Musae speelt tijdens de wandeling de Mars Funčbre. In
toespraken en met twee minuten stilte zullen tijdens de herdenking in de
Vredeskapel alle gevallenen worden herdacht.
Na het zingen van het Poolse en het Nederlandse volkslied, leggen twee zoons van
Poolse oud-strijders, wethouder Oomen namens de gemeente Breda en twee leden van
het Comité Dodenherdenking namens de Prinsenbeekse bevolking kransen.
Dinsdag 9 mei 2006 - ALPHEN – Traditiegetrouw houdt Alphen ook dit jaar
later dan de landelijke datum van 4 mei zijn Dodenherdenking. Bijzonder dit jaar
is de aanwezigheid van een delegatie Polen.
In de parochiekerk en op de erebegraafplaats aan de Molenstraat worden
vrijdag militairen en burgers herdacht die sinds het begin van de Tweede
Wereldoorlog in het dorp zijn gesneuveld of door ander oorlogsgeweld zijn
omgekomen.
De eerste Dodenherdenking vond in Alphen al in 1940, het jaar van de Duitse
inval, plaats. Alphen houdt nog altijd vast aan deze herdenking. Reden waarom
het dorp niet meedoet aan de landelijke herdenking. Vrijdag is dus de 67e
editie.
Op de erebegraafplaats liggen zes Nederlandse en achttien Poolse militairen
begraven, onder wie de Poolse broers Wloch, die in 1944 respectievelijk 23 en 26
jaar oud waren. De twee maakten deel uit van de Eerste Poolse Pantserdivisie.
Op initiatief van burgemeester Harrie Nuijten is dit jaar een delegatie van de
Poolse gemeente Pniewy uitgenodigd om bij de herdenking aanwezig te zijn. De
gemeente Alphen-Chaam houdt al sinds 1987 contacten met Pniewy. De Poolse
gemeente heeft vier vertegenwoordigers afgevaardigd.
De herdenking begint om 18.45 uur met een oecumenische kerkdienst in de
Willibrorduskerk, met pastoor Jan Paes uit Alphen en dominee Rienk Lanooy uit
Chaam als voorgangers. Aan de viering werken de harmonie, de zangkoren en het
Willibrordusgilde mee.
Op de erebegraafplaats zal burgemeester Nuijten daarna (rond 19.45 uur) een
toespraak houden, waarna kransen en bloemen worden gelegd, mede namens
organisaties van militairen en oud-militairen.
De organisatie is in handen van de Alphense afdeling van de Bond van
Wapenbroeders.
Hare Majesteit de Koningin
reikt woensdagochtend 31 mei op het Binnenhof in Den Haag de Militaire
Willemsorde uit aan de 1ste Zelfstandige Poolse Parachutistenbrigade.
De Poolse generaal-majoor
Stanislaw Sosabowski, die de eenheid leidde, ontvangt postuum de Bronzen Leeuw.
De Poolse eenheid ontvangt
de hoogste militaire onderscheiding wegens haar inzet tijdens de operatie Market
Garden in september 1944. Market Garden was de grootschalige geallieerde
luchtlandingsoperatie bij de bruggen van Arnhem en Nijmegen. Daarnaast krijgt
generaal-majoor Sosabowski postuum de dapperheidsonderscheiding vanwege zijn
persoonlijke inzet bij deze operatie (zie persbericht ministerraad, RVD,
09.12.2005).
Minister van Defensie Kamp
heeft de eenheid en haar commandant voor genoemde onderscheidingen voorgedragen
op basis van het advies van het Kapittel der Militaire Willemsorde en de
commissie Dapperheidsonderscheidingen van het Ministerie van Defensie.
De Poolse 6 Attack and
Assault Brigade, de eenheid die de traditie van de oorspronkelijke
Parachutistenbrigade in ere houdt, neemt de Militaire Willemsorde in ontvangst.
De Bronzen Leeuw voor generaal-majoor Sosabowski wordt uitgereikt aan zijn twee
kleinzonen.
Vijftig jaar geleden werd
de Militaire Willemsorde voor het laatst uitgereikt, 43 jaar geleden de Bronzen
Leeuw.
De Poolse militairen die in september 1944 betrokken waren bij de Slag om
Arnhem, zijn alsnog koninklijk onderscheiden. Koningin Beatrix kende 62 jaar na
dato de Militaire Willemsorde toe aan de voormalige Eerste Poolse
Parachutistenbrigade. Generaal-majoor Sosabowski, in september 1944 de
commandant van deze brigade, werd postuum de Bronzen Leeuw verleend. Met de
uitreiking van beide onderscheidingen werd volgens de koningin "een fout in de
geschiedenis" hersteld.
De rol
van de Poolse militairen tijdens de operatie Market Garden is jarenlang
onderbelicht geweest. De Polen waren immers niet betrokken bij de eerste
aanvallen op Arnhem, maar arriveerden pas op 21 mei. Ze landden bovendien niet
bij Elden - zoals in eerste instantie de bedoeling was - maar in de Betuwe. Hun
doel was om met de veerpont, die volgens de berichten in Britse handen was,
alsnog de oversteek naar Arnhem te maken. Maar in werkelijkheid was de veerpont
vernield, en de Polen kwamen onder zwaar vijandelijk vuur te liggen. Desondanks
wisten zij met rubberboten de Rijn over te steken. Een Duitse overmacht stond
een verdere opmars in de weg. Uiteindelijk gaven de Britse commandanten ter
plaatse hun positie ten noorden van de Neder-rijn op.
Koude Oorlog
Het mislukken van de Slag om Arnhem werd door hoge Engelse militairen in de
schoenen van de Polen geschoven. Onterecht, maar het gebeurde wel. "Politiek",
zegt kleinzoon Michael van generaal-majoor Sosabowski nu. Datzelfde antwoord geeft hij ook op de vraag waarom zijn grootvader nu
pas postuum is onderscheiden. In haar toespraak gaf koningin Beatrix een reden
voor het late eerbetoon: na de Tweede Wereldoorlog werd Polen communistisch en
stond de Koude Oorlog het verlenen van een dergelijke hoge onderscheiding in de
weg. Al had koningin Wilhelmina hem in 1946 al wel willen toekennen, zo vertelde
de majesteit.
Gemotiveerd Het feit dat de
brigade en haar voormalige commandant nu alsnog zijn onderscheiden, ligt mede
aan de koningin, zo bevestigt minister Kamp van Defensie. "De koningin is, net
als haar vader prins Bernhard, zeer gemotiveerd geweest om deze Willemsorde uit
te reiken. En dat is ook goed."
Geweldige ervaring Die politieke
achtergrond en het regenachtige Hollandse weer ten spijt, genoten de Poolse
veteranen met volle teugen van hun bezoek aan Nederland. Van de plechtigheid op
het Haagse Binnenhof, maar ook van het gesprek met koningin Beatrix. Na afloop
van de plechtigheid ontving de koningin de oud-strijders en hun gasten in de
Ridderzaal. Kamp: "De koningin heeft lang met hen gesproken. Ook met de weduwen
van vetranen. Het is voor hen een geweldige ervaring."
Donderdag brengen de veteranen nog een bezoek aan Driel en Oosterbeek.
DEN HAAG – Met het uitreiken
van de Militaire Willemsorde aan de Eerste Zelfstandige Poolse
Parachutistenbrigade en, postuum, de Bronzen Leeuw aan generaal-majoor Stanislaw
Sosabowski, die de eenheid leidde, is een fout uit het verleden hersteld. Dat
zei koningin Beatrix woensdag op het Binnenhof bij de uitreikingsplechtigheid.
De Polen
vochten dapper mee tijdens de operatie Market Garden in 1944, al hadden ze hun
bedenkingen bij de actie van de Britse veldmaarschalk Montgomery. De operatie
mondde uit in de dramatisch verlopen Slag om Arnhem.
Het loyale Poolse aandeel is lang veronachtzaamd. „Helaas hebben de moedige
verrichtingen van generaal Sosabowski en zijn Eerste Poolse
Parachutischenbrigade in de Slag om Arnhem en de grote verdiensten die zij
daarmee hebben gehad voor de bevrijding van Nederland, nooit een formele
erkenning gekregen”, aldus de koningin. „Koningin Wilhelmina, mijn grootmoeder,
heeft destijds wel de wens daartoe uitgesproken en ook mijn vader, prins
Bernhard, heeft dikwijls op erkenning aangedrongen. Jammer genoeg is destijds
aan hun wens geen uitvoering gegeven. De grote veranderingen die zich na de
oorlog in Europa hebben voltrokken en de ongelukkige gevolgen die dit voor Polen
heeft gehad, hebben bij deze omissie mede een rol gespeeld”, vervolgde Beatrix.
Het besluit om de Polen alsnog te eren doet volgens haar „recht aan de Poolse
strijders die zich voor de bevrijding van Nederland hebben ingezet en aan de
uitzonderlijke moed die zij daarbij hebben betoond. Wij eren hiermee bovenal ook
hen die in de strijd het offer van hun leven hebben gebracht.”
In de Slag om Arnhem zijn 93 Polen gesneuveld of later aan hun verwondingen
overleden. Nederland had voor de plechtigheid 120 veteranen en veertig weduwen
getraceerd, uit heel de wereld. Ongeveer de helft daarvan was voor de
plechtigheid naar Nederland gekomen.
Het viel sommige oude houwdegens wel een beetje tegen dat ze zelf niets kregen
om op hun revers te spelden. De Willemsorde plus een zogenoemde cravatte met de
tekst 'Arnhem 1944' werden door de vorstin aan het vaandel van de opvolger van
hun eenheid bevestigd (iets wat ze van tevoren grondig had geoefend). Maar voor
iedereen was er een oorkonde, een fotoreportage en een presse-papier, speciaal
gemaakt door de Kanselarij der Nederlandse Orden.
De uitreiking van de onderscheidingen, die in geen tientallen jaren meer waren
toegekend, was een koude en natte aangelegenheid. De Poolse veteranen wilden
echter niet onde een afdakje, maar gewoon in de openlucht, al of niet in een
rolstoel. En zelfs degenen die van een rolstoel gebruik moesten maken, verrezen
zoveel mogelijk als de plechtigheid dat vergde.
Woensdag 31 mei 2006 - Vandaag reikt
koningin Beatrix de hoogste militaire onderscheiding, de Militaire Willemsorde,
uit aan de 1e Poolse Parachutistenbrigade. Een beloning voor de inzet van deze
eenheid bij de Slag om Arnhem in 1944. Generaal-majoor Stanislaw Sosabowski
ontvangt postuum de Bronzen Leeuw. ‘Eindelijk’, zeggen de Polen.
Parachutisten landen bij Arnhem in september 1944.
FOTO ANP
Natuurlijk zijn de ‘Nederlandse Polen’
uitermate trots op de uitreiking van de Militaire Willemsorde. „Maar het is wel
zestig jaar te laat“, vindt Adrian Stopa, voorzitter van de in Breda gevestigde
Vereniging 1e Poolse Pantserdivisie Nederland. „En dat is jammer. De Poolse
soldaten hebben aanvankelijk te weinig eer gekregen. Neem de strijders van de 1e
Poolse Pantserdivisie, die een belangrijke rol in de bevrijding van
Zuidwest-Nederland hadden. Geen van die jongens heeft destijds vanuit Den Haag
ooit een medaille gehad.“
Prins Bernhard zei in 2004 nog ‘het ongelooflijk nalatig te vinden dat de
soldaten niet waren beloond voor hun moed’. Hij zei het volledig eens te zijn
geweest met het besluit van koningin Wilhelmina – in 1946 – om alle Polen die in
Nederland gevochten hadden, te eren. Dat is nooit gebeurd. Vermoedelijk door
toedoen van de Britten, die niet wilden dat de Polen met de meeste eer gingen
strijken. In 1952 werd door het toenmalige kabinet zelfs besloten ‘geen
koninklijke militaire onderscheidingen in verband met de Tweede Wereldoorlog
meer uit te reiken’.
Prins Bernhard verzette zich daar tegen en probeerde in de laatste jaren van
zijn leven het kabinet op andere gedachten te brengen. Minister Henk Kamp van
Defensie hield ook lange tijd vast aan het besluit uit 1952, maar ging
uiteindelijk overstag na een motie van de Tweede Kamerleden Hans van Baalen
(VVD) en Frans Timmermans (PvdA).
Op 9 december vorig jaar werd alsnog besloten de hoogste Nederlandse militaire
onderscheiding, de Militaire Willemsorde, aan de 1e Poolse Parachutistenbrigade
uit te reiken. Dat gebeurt vandaag op het Binnenhof in Den Haag.
De Willemsorde werd ruim vijftig jaar geleden voor het laatst toegekend. De
Bronzen Leeuw die generaal-majoor Sosabowski postuum krijgt, werd 43 jaar
geleden voor het laatst uitgereikt. De Polen krijgen de hoge onderscheiding voor
hun inzet tijdens de zogeheten Operatie Market Garden in september 1944, de
grote luchtlandingsoperatie van de geallieerden bij Arnhem. Sosabowski krijgt de
dapperheidsonderscheiding voor zijn persoonlijke inspanningen tijdens die
operatie.
Sosabowski was de oprichter en bevelhebber van de 1e Poolse
Parachutistenbrigade. Die werd opgericht in Engeland. Daar was Sosabowski met
tienduizenden soldaten naartoe gevlucht toen de Duitsers Frankrijk innamen.
Eigenlijk wilde de Poolse regering – in ballingschap in Londen – de brigade
inzetten ter ondersteuning van de geplande opstand tegen de Duitsers in Polen.
Zover kwam het niet. De brigade werd uiteindelijk ingezet bij een Britse
luchtlandingsoperatie, die aanvankelijk Operation Comet genoemd werd.
Sosabowski wilde dat niet en eiste dat zijn bedenkingen op schrift werden
gesteld. Dat werd hem destijds door de Britten niet in dank afgenomen.
Desondanks landde de brigade op 21 september 1944 bij Driel, ten zuidwesten van
de Rijnbrug bij Arnhem. Het doel was de Britse 1e Airborne Divisie, die bij
Oosterbeek omsingeld was door de Duitsers, te ontzetten. Dat mislukte jammerlijk
en de Slag om Arnhem liep voor de geallieerden uit op een tragedie.
De Britten vonden in Sosabowksi al snel de zondebok en in 1944 werd hij uit zijn
functie ontheven. Later rezen er twijfels over de gang van zaken bij Arnhem en
werd er gewezen naar kapitale beoordelingsfouten van het Britse opperbevel.
Voor Sosabowski was het te laat. Hij durfde na de oorlog niet terug naar het
communistisch geworden Polen en bleef in Engeland. Tot zijn 75e werkte hij als
winkelier en fabrieksarbeider. Een jaar later stierf hij na een hartaanval.
Sosabowski werd met militaire eer begraven in Warschau en kreeg postuum een hoge
Poolse onderscheiding.
Nu krijgt hij postuum de Bronzen Leeuw. Sinds 1944 gingen 1210 mensen hem voor.
Vandaag zijn zestig vetaranen en twintig weduwen van oud-parachutisten uit een
groot aantal landen aanwezig bij de unieke plechtigheid in Den Haag.
Adrian Stopa: „Eindelijk erkenning, na meer dan zestig jaar. Voor hem en al die
duizenden soldaten die Nederland geholpen hebben bij de bevrijding. Ze hebben
het verdiend.“
De NOS zendt de uitreiking rechtstreeks uit op Nederland 1. De uitzending is van
10.30 tot 12.00 uur.
(Novum) - Koningin Beatrix heeft woensdag de
hoogste militaire onderscheiding uitgereikt aan de Eerste Poolse
Onafhankelijke Parachutisten Brigade. De brigade, die in de Tweede
Wereldoorlog een grote rol speelde in de Slag om Arnhem, ontving de
Willemsorde op het Binnenhof. Het is de eerste keer in haar 26-jarige
ambtstermijn dat koningin Beatrix de hoogste Nederlandse militaire
onderscheiding voor dapperheid heeft uitgereikt.
Ook reikte Beatrix de Bronzen Leeuw uit aan
de twee kleinzonen van generaal-majoor Stanislaw Sosabowski. Hij leidde de
parachutistenbrigade in 1944. Sosabowski is postuum onderscheiden met deze
tweede hoogste militaire medaille vanwege zijn moedige daden en leiderschap in
de operatie Market Garden. Beide medailles zijn zo'n vijftig jaar geleden voor
het laatst uitgereikt, meldt kolonel Jan Blacquiere.
De Poolse Parachutistenbrigade ondersteunde
in 1944 de Britse troepen onder leiding van veldmaarschalk Montgomery.
Koningin Wilhelmina verzocht in 1946 al een tiental Polen uit de brigade te
onderscheiden. Volgens het ministerie van Defensie raakte de aanvraag voor de
dapperheidonderscheiding zoek en zijn de eretekens daardoor niet eerder
uitgereikt. Poolse veteranen lieten in de uitzending van de NOS weten blij te
zijn met de late erkenning. Volgens Beatrix is woensdag een 'historische fout'
rechtgezet in de erkenning van de bijdrage die de Polen hebben geleverd aan de
bevrijding van Nederland.
Ook Prins Bernhard vond een onderscheiding
van de Polen meer dan terecht, zo was dinsdag in het televisieprogramma
Netwerk te zien. Minister van Defensie Henk Kamp (VVD) wees dit verzoek in
2004 af. Dit deed hij omdat een kabinetsbesluit in 1952 had vastgesteld dat
militaire medailles met betrekking tot de Tweede Wereldoorlog niet meer mogen
worden uitgereikt. Onlangs werd in een archief in Londen het verzoek van
Wilhelmina teruggevonden. Omdat het verzoek al in 1946 is opgemaakt, konden de
eretekens woensdag alsnog aan de nabestaanden van Sosabowski en de zesde
Poolse Air Attack Brigade, de opvolger van de parachutistenbrigade uit de
Tweede Wereldoorlog, worden overhandigd.
De uitreiking werd bijgewoond door zestig
veteranen en 22 weduwen. Ook Kamp en minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot
(CDA) waren aanwezig. De Poolse veteranen worden na de ceremonie door de
koningin in de Ridderzaal ontvangen. Later op de dag brengen zij een bezoek
aan Driel en Arnhem, waar de gevechten hebben plaatsgevonden.
Met operatie Market Garden wilden de
geallieerden vanuit het zuiden van Nederland in één keer oprukken naar Arnhem.
Generaal Sosabowski meende dat de operatie geen kans van slagen had, maar gaf
zijn mannen het voorbeeld door als eerste parachutist uit het vliegtuig te
springen.
DRIEL -
Tijdens een plechtigheid in Driel zijn zaterdag de Poolse militairen herdacht
die in 1944 sneuvelden tijdens de Slag om Arnhem. Ook werd een beeltenis van de
Poolse generaal Stanislaw Sosabowski onthuld.
Bij de plechtigheid was onder meer de Poolse ambassadeur aanwezig. Tijdens de
bijeenkomst werd ook een uiterwaard van de Rijn omgedoopt in Sosabowski Waard.
De generaal had de leiding over de 1e Onafhankelijke Poolse Parachutisten
Brigade, die in september 1944 in de Betuwe bij Driel werd gedropt. De Duitsers
brachten de Poolse brigade zeer zware verliezen toe. De Britse bevelhebber
Montgomery verweet Sosabowski en diens manschappen destijds gebrek aan
dapperheid.
In de jaren voor zijn dood pleitte prins Bernhard al voor eerherstel van de
Poolse strijders. Uiteindelijk kende de Nederlandse staat in mei 2006 postuum de
Militaire Willemsorde toe aan de Poolse brigade. Sosabowksi ontving postuum de
koninklijke Bronzen Leeuw.
De
herdenking in Driel is onderdeel van een reeks herdenkingen rond de Slag om
Arnhem en operatie Market Garden. Zondag is er een afsluitende bijeenkomst op de
militaire begraafplaats in Oosterbeek, waar bijna 1200 gesneuvelde soldaten zijn
begraven
Woensdag 20 september 2006 - AXEL – De
Poolse oud-strijders die deelnamen aan de slag om het kanaal naar Hulst worden
steeds ouder. Het is voor de laatst overgeblevenen haast onmogelijk om de
jaarlijkse herdenking bij te wonen. Des te beter dat enkele Axelaars het
initiatief hebben genomen de herdenking over te dragen aan de plaatselijke
basisscholen
Na de kranslegging
fietsen de kinderen achter een oude legerjeep aan naar het oorlogsmuseum.
FOTO CAMILE SCHELSTRAETE
Voorzitter Adrian Stopa van de Vereniging Eerste Poolse Pantserdivisie Nederland
is dinsdag een tevreden man. Het miezert van de regen en de temperatuur ligt
vele graden lager dan de dag ervoor. Maar er staan een hele schoolklas kinderen
en een aantal volwassen belangstellenden bij het Poolse dragonderskruis aan de
Hulsterseweg bij Axel. Stopa: „Zo is het goed. De jeugd die kennis opdoet over
het verleden en de herinnering levend houdt. En even stilstaat bij wat er nog
steeds in de rest van de wereld gebeurt. Vrijheid krijg je niet voor niks.“
Amateur-historicus Johan Brouwer vertelt de leerlingen van groep 8 van de
gereformeerde streekschool Gaspar van der Heyden wat er precies 62 jaar geleden
gebeurde tussen de Eerste en de Derde Verkorting. Het kanaal is niet meer dan
een brede sloot, maar het kostte de Poolse bevrijders dagen om er definitief
overheen te komen.
Over half ingestorte bruggetjes kwamen ze - na twee keer te zijn afgeslagen -
naar de overkant. Sommigen tot hun middel in het water, wadend naar de overkant.
Een paar bevrijders zwommen het kanaal over, bij welke actie enkelen verdronken.
De jongens van de klas zien het voor zich. Zeker als ze even later in het
particuliere oorlogsmuseum Gdynia de collectie bekijken. Pieter en Dirk zijn er
het eerst. Beide elfjarigen hebben een arm in een mitella en zijn daarom met de
auto gebracht. Het museum vinden ze ‘vet cool’, hoewel de plechtigheden wel wat
lang aanslepen. Voor de meiden duurt het al helemaal te lang. „Het stinkt hier“,
merkt Alinda op in de - mede door de uitwasemende regenjassen - wat bedompte
schuur.
Vriendin Prissy staat ook wat misprijzend te kijken. Dirk en Pieter wisten zich
nog te herinneren dat ze in groep 5 de slag bij Axel al hadden behandeld. Maar
Alinda en Prissy vinden geschiedenis ‘gewoon totaal niet interessant’. Juf
Esther Bakker zucht eens. „Jongens hebben inderdaad vaker wat met geschiedenis
dan meisjes bij ons op school.“
Net als de initiatiefnemers Carlo Vervaet (geďnteresseerd in de Tweede
Wereldoorlog) en Wouterine van Noordenne (bewoonster van de Hulsterseweg)
verwacht Bakker dat na de nabespreking in de klas ook bij de meisjes meer blijft
hangen dan ze nu beseffen.
Kancelaria Prezydenta RP wyśle do Niemiec grupę historyków,
harcerzy i urzędników, by szukali i porządkowali groby powstańców
warszawskich.
To kolejny efekt wspólnej akcji "Rz" i Radia Zet. W sierpniu zaapelowaliśmy o
odszukanie, a przede wszystkim uporządkowanie mogił powstańców warszawskich i
cywilów z Warszawy poległych w trakcie II wojny światowej w Niemczech. Po
powstaniu wywieziono tam 150 tysięcy ludności cywilnej i 17 tysięcy żołnierzy AK.
Wielu zostało pochowanych w bezimiennych mogiłach.
Sprawą zajęła się Kancelaria Prezydenta RP razem z innymi instytucjami - Radą
Ochrony Pamięci Walk i Męczeństwa, Ministerstwem Kultury i Muzeum Powstania
Warszawskiego. - Odbyliśmy szereg spotkań i teraz czekamy na informacje od
Związku Powstańców Warszawy, od pana generała Zbigniewa Ścibora-Rylskiego na
temat ewentualnych miejsc, gdzie są pochowani powstańcy. Tam pojedzie pierwsza
grupa - mówi "Rz" Lena Dębkowska-Cichocka, minister w Kancelarii Prezydenta RP.
Jak deklaruje, w pierwszej grupie mają się znaleźć historycy,
harcerze, urzędnicy - m.in. z kancelarii, rady i muzeum, a także Biura
Bezpieczeństwa Narodowego. - Pojadą we wskazane dwa, trzy miejsca sprawdzić stan
mogił. Ten wyjazd odbędzie się na koszt prezydenta - deklaruje minister.
Kancelaria nie chce jednak, by skończyło się na jednym
wyjeździe. - Nie chodzi tylko o groby powstańców, których jest stosunkowo
niewiele, ale groby wszystkich żołnierzy w Niemczech. Potrzebne są zmiany
systemowe. Ustawowo do dbania o miejsca pamięci powołana jest Rada Ochrony
Pamięci. I najprostszym pomysłem jest zwiększenie jej budżetu. Może do pomocy
włączą się też nasze placówki dyplomatyczne. Rozmawiałam już z przedstawicielami
Ministerstwa Spraw Zagranicznych - mówi Dębkowska-Cichocka.
Pierwsza grupa ma pojechać jeszcze w październiku. Tymczasem
do redakcji "Rz" wciąż przychodzą listy od czytelników poszukujących grobów
swoich bliskich w Niemczech. Wiele osób prosi o kontakt do Henryka Nazarczuka,
Polaka mieszkającego w Hanowerze. Na własną rękę zlokalizował ponad cztery
tysiące kwater polskich w Niemczech. Po naszej publikacji jednej rodzinie udało
się już odnaleźć grób krewnego.
Maandag 30 oktober 2006 - BREDA – Tachtig witte kruizen staan er op het
Pools Militair ereveld in het Ginneken. Een meter of wat verderop liggen ook
graven van Poolse soldaten, de graven van zij die de oorlog overleefden en vele
jaren later in vrede in Breda overleden.
Daar staat Leon Stolarz, zoon van één van die soldaten. „Tijdens de
herdenking wil ik per se bij het graf van mijn vader staan.“
Op het Pools Militair ereveld aan de Ettensebaan en op het Pools Militair
ereveld Ginneken aan de Vogelenzanglaan werd gisteren door zo’n tweehonderd
mensen herdacht dat Breda op 29 oktober 1944, 62 jaar geleden dus, werd bevrijd
van de nazi’s door de 1e Poolse pantserdivisie, onder leiding van generaal
Maczek.
De bevrijding van Breda verliep zonder al te veel tegenstand, maar bij de
bevrijding van heel Nederland sneuvelden meer dan 500 Poolse soldaten. Tachtig
van hen liggen begraven op het ereveld in het Ginneken.
Ook Roman Stolarz maakte onderdeel uit van die 1e Poolse pantserdivisie. Sterker
nog: hij kroop als soldaat over het kerkhof, waar hij nu begraven ligt. Toen op
zoek naar Duitse soldaten.
Stolarz overleefde de oorlog en bleef in Breda wonen.
Anderhalf jaar geleden overleed hij, 91 jaar oud. Hij wilde bij zijn
strijdmakkers van toen begraven worden en ligt nu een meter of twee van het
ereveld vandaan.
Niet onder een wit, militair kruis, maar in een gewoon graf. „Twee jaar geleden
stond hij nog naast me tijdens deze plechtigheid“, zegt Leon, zijn jongste zoon.
„Sorry, ik schiet even vol.“
Dat laatste gebeurde meer mensen tijdens de plechtigheid. Want ook al is de
bevrijding van Breda 62 jaar geleden, de nagedachtenis daaraan is bij velen nog
steeds springlevend.
Ieder jaar vindt zowel een plechtigheid plaats op het ereveld aan de Ettensebaan
als op het ereveld in het Ginneken, genodigden en oud-strijders wonen eerst de
ene ceremonie bij en verplaatsen zich dan naar het andere kerkhof. Ieder jaar
worden de namen van de tachtig gesneuvelden die op de begraafplaats in het
Ginneken liggen stuk voor stuk opgelezen. Ieder jaar zijn er ook oud-strijders
(Polen en Nederlanders) aanwezig bij de plechtigheid, al worden dat er
vanzelfsprekend steeds minder.
Na de kransleggingen, door onder meer de Poolse ambassadeur, de Bredase
burgemeester Peter van der Velden, KMA-gouverneur Ton van Osch en Commandant der
Luchtstrijdkrachten Hans de Jong, die sinds kort zijn hoofdkwartier in Breda
heeft), werd de Last Post geblazen.
Afgesloten werd met een opdracht die een militair zijn collega’s gaf, vlak voor
hij zijn laatste adem uitblies: „Als jullie naar huis gaan, vertel de mensen
daar dan dat wij ons vandaag hebben gegeven voor hun morgen.“
foto: Poolse kinderen leggen bloemen bij de
graven op het Poolse ereveld aan de Vogelenzanglaan. FOTO RON MAGIELSE
Zaterdag 21 oktober 2006 - BREDA – De Poolse ambassadeur in Nederland, Jan
Michalowski, is zondag 29 oktober te gast bij de jaarlijkse herdenking van de
bevrijding van Breda. Die concentreert zich op de Poolse erevelden aan de
Ettensebaan en de Vogelenzanglaan.
De herdenking op het Poolse ereveld aan de Ettensebaan, georganiseerd door de
Vereniging van de 1e Poolse Pantserdivisie Nederland, begint om half een ‘s
middags. De ceremonie op het Pools Militair Erehof Ginneken aan de
Vogelenzanglaan, georganiseerd door het Comité Herdenking 1944 Ginneken, begint
om 14.00 uur. Belangstellenden wordt verzocht tien minuten voor aanvang aanwezig
te zijn.
Na afloop van de plechtigheid in het Ginneken is er in Gemeenschapshuis Vianden
een samenkomst voor genodigden. Voorafgaand aan de herdenkingsbijeenkomsten is
er een eucharistieviering in de Onze Lieve Vrouw Kerk van Altijddurende Bijstand
aan het Mgr. Nolensplein in Breda. De mis begint om 11.00 uur.
De Bredase Poolse sportvereniging PSK Kaszub houdt zaterdag 28 oktober haar
traditionele bevrijdingstoernooi. Sporthal De Huif in Bavel is die avond het
decor van een zaalvoetbal- en volleybaltoernooi. Zes voetbalteams en twaalf
volleybalteams hebben zich hiervoor ingeschreven. De wedstrijden beginnen om
19.00 uur en duren tot 23.00 uur. Voorafgaand aan de prijsuitreiking is er een
tombola. Diezelfde avond begint om 20.00 uur een bevrijdingsfeestavond in zaal
Vianden aan de Viandenlaan 3. Deze avond is georganiseerd door Polonia In
verband met de 62e herdenking van de bevrijding van Breda is het Generaal
Maczekmuseum zondag de 29e extra geopend van 15.00 tot 18.00 uur. Het museum is
te vinden op het terrein van de Trip van Zoudtlandtkazerne, ingang De La Reyweg
95. Omdat het museum zich op militair terrein bevindt, moeten bezoekers zich
legitimeren. Bij de Stichting Kop wordt diezelfde zondag aandacht besteed aan de
Polen en hun rol bij de bevrijding. Het publiek kan er Poolse soep krijgen en
films van Poolse filmmakers zien. Aanvang 16.00 uur. Kop zit in het Electron aan
de Speelhuislaan 171.
Vrijdag 20 oktober 2006 - BREDA – Veertien dove kinderen en vier docenten
van het doveninstituut Generaal Maczek uit het Poolse Bydgoszcz bezoeken van
dinsdag 24 tot en met zondag 29 oktober Breda.
Studenten van de Recreatieopleiding van De Rooi Pannen zetten in het kader
van hun opleiding een weekprogramma op voor de Poolse leerlingen.
Het bezoek vindt plaats in het kader van de 62e herdenking van de bevrijding van
Breda door het Poolse leger onder aanvoering van generaal Maczek. Op zondag 29
oktober zullen de kinderen tijdens de herdenking een krans leggen op de Poolse
begraafplaats aan de Ettensebaan. Ook de studenten van de Rooi Pannen zullen
daar bij aanwezig zijn. Op woensdag bezoeken de Poolse gasten het Generaal
Maczekmuseum en de Poolse Begraafplaats in Oosterhout. Donderdag is gereserveerd
voor een bezoek aan Amsterdam. Vrijdag bezoeken zij de Efteling en zaterdag
komen de Beekse Bergen aan de beurt.
Van onze
verslaggever
Vrijdag 27 oktober 2006 - OOSTERHOUT – De Poolse militairen die in de
Tweede Wereldoorlog in de regio Oosterhout gesneuveld zijn, worden
morgen herdacht.
De herdenking wordt georganiseerd door de
Vereniging Eerste Poolse Pantserdivisie Nederland en wordt gehouden op
het Poolse ereveld aan de Veerseweg 54 te Oosterhout. De herdenking
begint om 10.30 uur. Harmonievereniging Oosterhout zal de herdenking
ondersteunen door een aantal muziekwerken te spelen waaronder het Poolse
volkslied en het Wilhelmus. De Vereniging Eerste Poolse Pantserdivisie
Nederland bestaat sinds mei 2002. Doel is de herinnering te behouden aan
de Eerste Poolse Pantserdivisie en in samenwerking met plaatselijke
organisaties de herdenkingen voort te zetten van de gevallen Poolse
militairen tijdens de bevrijding van Nederland. Ook in Etten-Leur en
Breda worden herdenkingen gehouden. De Eerste Poolse Pantserdivisie
stond onder bevel van generaal Stanislaw Maczek.
Maandag 30 oktober 2006 - OOSTERHOUT – Toen Poolse jongens zich in
1944 in Engeland militair voorbereidden om hun vaderland te bevrijden
van de Duitsers gingen ze elke avond op de knieën in gebed. Daarna
zongen ze samen een liedje: ‘Bidden in het legerkamp’.
Scholieren legen bloemen op de graven van de gesneuvelden Polen.
foto: Ron Magielse
Dat liedje klonk, tweeënzestig jaar later, afgelopen zaterdagochtend,
tussen de berkenbomen op het Pools ereveld aan de Veerseweg in
Oosterhout.Instrumentaal, gespeeld door de harmonievereniging
Oosterhout. Het was, aldus dirigent Ad van Dongen, ingestudeerd als
eerbetoon aan de gevallenen en aan de Poolse oud-strijders. De melodie
zorgde voor een sober muzikaal decor bij het dodenappčl. De veteranen
van de Eerste Poolse Pantserdivisie hielden zaterdag hun jaarlijkse
herdenking. Ze waren er weer, zoals ze er elk jaar zijn, maar wel met
steeds minder.
Terwijl de muziek van het oude Poolse liedje door de wind werd
weggedragen, las een Poolse oudstrijder een lijst van dertig namen voor.
Het dodenappčl!
Namen van zijn kameraden, mannen die in het najaar van 1944
sneuvelden bij de bevrijding van Oosterhout of bij gevechten in de
directe omgeving: „Jňzef Kadela, Wladislaw Klaptocz Zygmund Anszer?“ Het
zijn namen die in steen gebeiteld zijn op de grafzerken van het ereveld.
Daarom kwamen die stramme mannen daar weer bijeen: herinnering en
eerbetoon aan hun gevallen kameraden. Dat in gezelschap van enkele
tientallen Oosterhouters en een groep schoolkinderen. Sylvie Bergmans en
Elise Verklaren van basisschool De Rubenschof legden samen met de
85-jarige oud-strijder Michael Salenicz een krans bij het monument voor
de Poolse gevallenen.
„Als herinnering aan de mannen die tweeënzestig jaar geleden sneuvelden
en die het ons zo mogelijk maakten om ons leven weer op te bouwen“,
aldus voorzitter Adrian Stopa van de vereniging Eerste Poolse
Pantserdivisie. Kinderen lazen gedichten voor: „Gedenk het leed niet om
stil te staan, gedenk de schande om dan door te gaan.“ Niet alleen
in Oosterhout levende veteranen woonden de herdenking bij, ook
oud-militairen uit Polen werden met een reisbus aangevoerd.
Hoogbejaarde mannen inmiddels, achter een rij grafzerken, witte kuiven,
het blauwe colbert vol onderscheidingen.
En, nog altijd de borst
vooruit bij het spelen van de volksliederen, de lippen stijf
samengeknepen als de lange lijst namen van de gedode kameraden wordt
voorgelezen.
Donderdag 2 november 2006 - De Poolse militairen die in de Tweede
Wereldoorlog in de regio Oosterhout zijn gesneuveld, werden afgelopen
zaterdag herdacht. De ceremonie vond plaats op de begraafplaats aan de
Veerseweg in Oosterhout
Naast de Poolse oud-strijders, die een erehaag vormden bij hun gevallen
oorlogsvrienden waren er leerlingen van basisschool de Rubenshof die een
gedicht voordroegen en bloemen legden op de graven van de gesneuvelde
soldaten. De muzikale ondersteuning was er van de Harmonie Vereniging
Oosterhout o.l.v. de heer Ad van Dun. Door verschillende Nederlandse en
Poolse groeperingen werden er bij het monument bloemenkransen gelegd,
waarvan enkele door hoogwaardigheidsbekleders, getuige hun vervoermiddel
op het parkeerterrein met de letters CD (Corps Diplomatiek).
Tot de aanwezigen behoorden een aantal sympathisanten en enkele
belangstellenden. Maar het voltallige college van B en W schitterde door
afwezigheid. Van de raadsleden was er eentje op komen dagen. Dertig
ontbraken! En ook was er niemand van het Oranjecomité, hun aanwezigheid
zou ook niet misstaan hebben. Dan sta je daar als Oosterhouter, trots op
je stad, maar toch met enig schaamrood ten opzichte van die Poolse
oud-strijders.
Vrijdag 8 december 2006 - ALPHEN – Op het erehofje voor
oorlogsslachtoffers in Alphen zijn Nico van Dijk en Frans Schuling aan
het werk. Ze vervangen zes stenen op oorlogsgraven van gesneuvelde
Poolse militairen.
Als dit werk gedaan is, zijn de laatste
rustplaatsen van alle achttien bij Alphen omgekomen Poolse bevrijders van een
nieuwe steen voorzien. De andere stenen die uitgevoerd zijn in de vorm van een
kruis, zijn de afgelopen jaren vernieuwd.
Van Dijk en Schuling werken voor de technische dienst van de Stichting
Nederlandse Oorlogsgraven. Ze zijn dagelijks op pad om ergens in Nederland
onderhoud te plegen aan oorlogsgraven. De stichting beheert in Nederland 6.773
Nederlandse en 7.944 geallieerde oorlogsgraven.
„De Poolse graven zijn van Polen maar wij onderhouden ze wel. De kruisen maken
we aan de hand van een vanuit Polen verkregen mal“, zegt Van Dijk.
De oude kruisen waren volgens hem door weer en wind aangetast. Daardoor was ook
de opgebrachte belettering - van hetzelfde materiaal als de geslepen
sierbetonnen steen - verweerd.
Zes Poolse graven krijgen dezer dagen een
nieuwe steen. FOTO PVE
De namen, data en wapentekens op de nieuwe
kruisen zijn nu in bronzen letters en tekens uitgevoerd die de tand des tijds
beter kunnen doorstaan.
Het erehofje bevindt zich op een deel van het oude parochiekerkhof in Alphen.
Voor de graven van de Poolse strijders liggen nog zes graven van Nederlandse
oorlogsslachtoffers die afkomstig waren uit Alphen.
Deze graven zijn wel eigendom van de stichting. Erop staan stenen van
kalkzandsteen met een ronde top. De namen en data zijn er in gegraveerd.
Daardoor hoefden van deze stenen er nog maar twee vervangen te worden.
Opmerkelijk is dat tussen de oorlogsgraven zich ook het graf van de Alphense
pastoor W. Binck bevindt. Omdat hij pas in 1971 is gestorven, is hij geen
oorlogsslachtoffer.
Binck ligt daar op zijn uitdrukkelijke wens. En de oud-strijders in Alphen
vinden die laatste rustplaats terecht omdat Binck in de oorlog diverse
verzetsdaden heeft verricht.
Zaterdag 23 december 2006 -
De Polen veroveren Steenbergen. Ze plukken tomaten of bieden zich aan voor
klusjes aan huis. Ruim zestig jaar geleden was er eveneens sprake van een
invasie en ook toen waren het Polen die het vuile werk opknapten. In de
geschiedenis van Steenbergen, door Canadezen bevrijd, is hun rol in de Tweede
Wereldoorlog niet meer dan een voetnoot. Het graf van Wladyslaw Sekulski op de
begraafplaats aan de Nassaulaan herinnert aan die donkere tijd. ‘Maar geloof
maar niet dat er ooit iemand een bloemetje heeft gelegd.’
Het graf van Wladyslaw Sekulski. FOTO THOM VAN
AMSTERDAM (foto)
De graven van de Engelse
jachtvlieger Guy Gibson en zijn navigator Jim Warwick op de begraafplaats aan de
Nassaulaan glimmen in de waterige ochtendzon. De heldhaftige Dambusters worden
op de Steenbergse dodenakker geflankeerd door lokale verzetshelden en de in 1956
verongelukte straaljagerpiloot Leo van Agtmaal. „Goed, dat deze mensen jaarlijks
worden herdacht“, meent Rien Oerlemans, een neef van in 1979 overleden Wladyslaw
Sekulski. „Ze verdienen alle eer. Maar tegelijkertijd denk ik: welbeschouwd
hebben Gibson en Warwick geen directe rol gespeeld bij de bevrijding van onze
stad. Ze zijn, na een bombardement op Duitsland, toevallig hier in de polder
neergestort.“
Laat daar geen misverstand over bestaan: Oerlemans waardeert het jaarlijkse
eerbetoon aan de Engelse jachtvliegers en zeker ook de Steenbergse
oorlogsslachtoffers. En hij begrijpt ook dat Sekulski, omdat hij niet in het
harnas is gesneuveld, formeel niet in het rijtje thuishoort.
„Maar als we dan met de harmonie stonden te blazen tijdens de dodenherdenking,
zag ik al die hoogwaardigheidsbekleders de gang langs de graven maken. Dan ging
ik na afloop altijd even op de begraafplaats kijken en zag ik overal bloemen en
kransen. Behalve op het graf van oom Waddy. Dan dacht ik: hij heeft er toch ook
recht op. Een keer een bloemetje, dat moet toch kunnen. De Polen komen massaal
naar hier, maar de Polen die we hadden, die zijn we blijkbaar vergeten.“
Wladyslaw Sekulski deelt het graf met Jo van den Branden. Tante Jo. Onder zijn
geboortedatum en sterfdag staat in het donkere graniet, in lichte letters, een
eenvoudige tekst gebeiteld: ‘Als Pools soldaat zette hij zich in voor de
bevrijding van Nederland’.
„Hij praatte veel over de oorlog, maar ik kon hem niet altijd even goed
verstaan. Toen hij trouwde met tante Jo, het moet ergens rond 1946 zijn geweest,
sprak hij geen woord Nederlands. Toen hij stierf trouwens nog steeds niet.“
Sekulski werd op 7 december 1906 geboren in Czerniow, een klein boerendorp aan
de Poolse oostgrens, dat na de schermutselingen in 1939 werd ingelijfd door de
Russen. Duitsland viel Polen binnen op 1 september van dat jaar, tegelijkertijd
werd het land in de rug aangevallen door het Russische leger. Polen capituleerde
en een groot aantal soldaten nam de wijk.
„Sekulski
vluchtte, net als een groot aantal landgenoten, naar Argentinië. Via de
Verenigde Staten kwam hij in 1942 in Schotland terecht waar de 1e Poolse
Pantserbrigade werd gevormd. Van daaruit sloten de Polen weer aan bij de
geallieerden. Maar hoe oom Waddy uiteindelijk in Steenbergen terecht is gekomen,
is mij een raadsel“, zegt Oerlemans. „Ik was toen nog te klein om het allemaal
te begrijpen.“
De Poolse Pantserdivisie werd in juli 1944 ingescheept om in Frankrijk voet aan
wal te zetten. Via Rouen en Duinkerken werd België bereikt. Na de bevrijding van
Gent, Axel, Hulst en Terneuzen vormden de Polen een voorpost in de operatie
Pheasant, met als doel de bevrijding van West-Brabant. De Canadezen openden het
offensief op Woensdrecht, Hoogerheide en Bergen op Zoom, de Polen stoomden,
onder aanvoering van generaal Maczek, op naar Breda.
Sekulski, tweede van links.(foto)
„Begin november bliezen de
Duitsers de Moerdijkbruggen op om zich te verschansen aan de andere kant van het
water. Door de strenge winter was het ondoenlijk om door te stoten. Tot april
zijn de Poolse militairen in het door hen bevrijde gebied blijven hangen“, weet
Adrian Stopa uit Breda, voorzitter van de Vereniging 1e Poolse Pantserdivisie en
zoon van een Poolse militair en een Nederlandse moeder. „De banden met de
plaatselijke bevolking waren innig. Veel soldaten werden ondergebracht bij
gezinnen en leerden zo hun latere levenspartner kennen.“
Zo moet het ook Wladyslaw Sekulski zijn vergaan. Omdat de Duitsers zich ook
terugtrokken op Sint-Philipsland en Schouwen-Duiveland werden Poolse militairen
in Steenbergen gestationeerd om de frontlijn te bewaken. Ze werden gelegerd in
de toenmalige Gummarusschool, in de meisjesschool op de IJzeren Put, bij het
oude Weeshuis en in de Protestantse School. Maar ook bij burgers in huis. „De
tanks stonden op de Markt geparkeerd“, herinnert oud-Steenbergenaar Bert Herbers.
West-Brabant was bevrijd maar
voor de Polen was de oorlog nog niet voorbij. In het voorjaar van 1945 trokken
ze via Duitsland en het oosten van Drenthe en Groningen op naar Willemshaven. Op
8 mei 1945 capituleerde Duitsland. „Voor veel Poolse militairen was er geen weg
terug naar huis. Hun vaderland was door de Russen ingenomen, veel Polen
emigreerden of keerden terug naar hier, naar hun lief“, zegt Stopa.
Op internet circuleert een lange lijst met namen van Polen die in 1949 in de
haven van het Italiaanse Triëst inscheepten voor de overtocht naar Australië. Op
die passagierslijst van de SS Dundalk Bay staat ook de naam van Wladyslaw
Sekulski. Nummer 768.
„Dat moet een ander zijn geweest, want oom Waddy trouwde meteen na de oorlog met
tante Jo. In Steenbergen, in zijn Poolse uniform“, zegt Rien Oerlemans. „Heel
lang hebben ze ingewoond bij haar ouders, in een huisje aan de Noordwal. Bij
Stefaan van den Branden en Mien van de Par, mijn opoe. Pas toen die zijn
overleden zijn ze verhuisd naar de Blauwstraat. Daar hebben ze tot hun dood
gewoond.“
Wladyslaw Sekulski leefde een beetje teruggetrokken. De taal was een probleem.
„Vloeken, dat ging hem nog wel goed af. Dat was het eerste dat hij leerde in de
bouw“, lacht Oerlemans. „Waddy was een hele goede timmerman. Kort na de oorlog
werd in Steenbergen de Kunstzij gebouwd, de latere Enka. Mijn vader nam hem mee;
er was werk zat. Later werkte hij voor verschillende aannemers. De
arbeidershuisjes aan de Ravelijnstraat zijn door hem gezet. Hij heeft tot aan
zijn pensioen getimmerd.“
Het echtpaar Sekulski bleef kinderloos. Veel contact met de buurt was er niet.
„Hij had één goede vriend, ook een Pool. Die was ook op zijn begrafenis. En op
hun zilveren bruiloft. Bij Vissenberg. Op het feest waren ook nog wat Polen uit
Breda; daar gingen ze ook wel eens heen. Maar verder hield hij zich liever op de
achtergrond. Hij was geen prater. Tante Jo kon hem zelfs nauwelijks verstaan,
maar ze begrepen elkaar altijd.“
Wil Verbeek uit Hoogerheide, die lang een kapsalon in Halsteren had, kende
Sekulski als een ‘hele fijne timmerman, een kei in houtbewerking’. Dat geldt ook
voor Rien van Opdorp, die samen met zijn broer Ad meubelzaak De Blauwe Zaal, een
begrip in Steenbergen, leidde. „We waren buren“, zegt hij. „Waddy was inderdaad
geen man van veel woorden, zeker niet in gezelschap. Hij had ook nogal wat
meegemaakt. Zelf raakte hij twee keer gewond, zijn familie overleefde de oorlog
niet. Waddy stond zich te wassen in de bijkeuken, toen er een bom viel op zijn
ouderlijk huis. Hij was in één klap iedereen kwijt.“
Van Opdorp bewaart warme herinneringen aan ‘de Pool’. „Een hele lieve man. Hij
stond voor iedereen klaar. Voor ons heeft hij veel werk verricht. Het was in die
tijd dat iedereen een gordijnkap, zo’n sierrandje boven de gordijnen, wilde
hebben. Die maakte hij dan, van vezelplaat. Met eigengemaakt gereedschap. Want
een nieuwe schroevendraaier of een nieuwe hamer, dat was hem veel te duur. Maar
hij had meer eigenaardigheden. De kleurentelevisie stond altijd op zwart-wit.
Vond hij mooier.“
Van Opdorp is nog onder de indruk van het vakmanschap van Sekulski. „Hij kon
echt alles. Timmeren, schilderen. Je moest hem zijn gang laten gaan. Als het
even tegen zat, hoorde je dat vanzelf. Verdomski, klonk het dan. Maar was iemand
bijvoorbeeld een sleutel kwijt, dan maakte hij gewoon een nieuwe. In ruil voor
een klein doosje sigaren.“
Sekulski stierf, volkomen onverwacht, op 31 augustus 1979. „Tijdens de
Jaarmarkt“, weet Van Opdorp. Zijn onafscheidelijk pijpje zou nooit meer branden.
Oerlemans koestert de twee aanstekers die oom Waddy altijd gebruikte. „,Ook
zelfgemaakt, natuurlijk. Van het koper van de munitie.“
Polscy żołnierze generała Maczka leżą w kwaterach Wehrmachtu
Wielu żołnierzy ze sławnej polskiej dywizji generała Stanisława Maczka,
którzy zginęli w północno-zachodnich Niemczech, do dziś leży w kwaterach
Wehrmachtu z napisami "Tym, którzy nie powrócili ze Wschodu". Do niedawna na
nagrobnych płytach Polaków były charakterystyczne dla niemieckich mogił
wojskowych żelazne krzyże. Rodziny kombatantów chcą stworzenia jednej
nekropolii żołnierzy polskich w Niemczech. Nie tylko dla maczkowców, ale i
innych formacji, np. żołnierzy AK.