|
Introductie Onze vereniging Contact Links Programma Historie Copyright & disclaimer |
|
Vereniging 1e Poolse Pantserdivisie Nederland |
![]()
| |
Media : 2002/2003/2004/2006/2007/2008/
Archief 2005
Over de activiteiten van de Vereniging 1e Poolse Pantserdivisie zijn in 2005 de volgende artikelen gepubliceerd:
Expositie over bevrijding door Poolse divisie
Poolse tranen in Bredase kerk.
Beminnelijke strijder.
60 jaar geleden.
Toespraak Poolse ambassadeur.
En we dansten op jazz.
Onderhoud Poolse Kapel kantje boord.
Erkenning Engeland van
Poolse Oud-strijders
Artikel uit BN/DeStem
Expositie over bevrijding door Poolse divisie
Van onze verslaggever
Woensdag 13 april 2005 - BREDA – Het Generaal Maczek Museum besteedt
zondagmiddag aandacht aan de bevrijding van een deel van
Noordoost-Nederland door militairen van de eerste Poolse Pantserdivisie
van generaal Maczek.
Er is een expositie te zien, verder toont het
museum authentieke beelden van de gevechten in de film Idziemy (Wij
gaan)
Het museum is van 14.00 tot
17.00 uur geopend.
Nadat de Polen in november 1944 een groot deel van West-Brabant,
waaronder Breda hadden veroverd, stokte het gevechtsfront aan de
Moerdijk en de Bergse Maas tot begin april 1945. Op 7 april begon de
opmars met het uiteindelijke doel Duitsland.
Het Generaal Maczek Museum is gevestigd op de Trip van Zoudtlandtkazerne
aan De La Reyweg
Artikel uit BN/DeStem
Poolse tranen in een Bredase kerk
Door Romain van Damme
Maandag 4 april 2005 - BREDA – Als het koor aan het eind van de
dienst in de Bredase kerk van de Paters Kapucijnen in het Pools een
Marialied inzet, komen de tranen. Ze raken trillende lippen die een
afscheidsgroet prevelen. Een groet aan hún paus, Karol Wojtyla.
De kerk is stampvol en laatkomers
rest niets anders dan een staanplaats achterin.
Normaal komen er 100 tot 125 mensen naar de Poolse dienst“, zegt
koster en lector Ed Cuber. „Nu heb ik er 335 geteld.“ Jong en oud is
naar de kerk gekomen. Seizoenswerkers en mensen die hier al langer
wonen
Op het altaar staat een foto van paus Johannes Paulus II die
zaterdagavond even na half tien overleed.
„Toen verloor Polen een van zijn belangrijkste mensen, misschien wel
dé belangrijkste“, zegt Krzysztof Obiedzinski. Hij is zielzorger
voor de Polen die in Zuid-Nederland wonen en gaat voor in de dienst.
„Hij was een herder voor de katholieke kerk, maar zeker voor Polen.
Ja, het was echt onze paus.“
Het is een ingetogen traditionele dienst zoals ze dat in hun
geboorteland gewend zijn. Met veel gezang en een speciaal gebed voor
de paus die in 1979 zijn landgenoten in een toen nog communistisch
Polen aanmoedigde te vechten voor hun vrijheid
„Dat maakt onze verbondenheid met hem zo groot“, zegt een kerkganger
in een mengelmoes van Duits en Nederlands. Hij werkt enkele maanden
in Nederland en komt uit de buurt van Krakau waar Karol Wojtila
bisschop was. „Natuurlijk, hij was een paus voor iedereen. Maar
vooral een paus voor ons die hij vrijheid wilde geven. Een
prachtmens. Een vechter. Dat wilde hij op ons overbrengen.“
Vol overgave zingt hij mee met een van de vele Marialiederen die
door de overvolle kerk galmen. „De paus was een Mariavereerder“,
zegt Ed Cuber wiens vader als oudstrijder van de Eerste Poolse
Pantserdivisie in Breda terechtkwam. „Nee, ik heb hem zelf nooit
ontmoet. Mijn vader wel.“
Ook Freddy Wieliszek deed dat. De oudstrijder sprak hem diverse
keren in Krakau en kuste zijn hand in het Vaticaan. „Hij herkende me
en zei: Wieliszek, Breda.“ Wieliszek is 84. „Ik ben een halfjaartje
jonger dan de paus. Hij was een geweldige paus. Hij had interesse
voor de hele wereld en hield van iedereen. Maar wij voelden zijn
diepe liefde voor Polen.“
Stilletjes hopen de Polen dat later zijn hart overgebracht wordt
naar zijn geboorteland. Zoals het hart van Chopin dat in een kerk in
Warschau ligt.
Het is muisstil in de overvolle kerk als aan het eind van de bijna
anderhalf uur durende dienst de eerste tonen van het lied van de
Zwarte Madonna van Czestochowa klinken en tranen opwellen. „We
houden van hem. Hij was een van ons“
Artikel uit BN/DeStem
Peter de Leeuw

Zaterdag 4 juni 2005 - ROMAN Stolarz, drager van het Poolse officierskruis met rozet en op zondag 29 oktober 1944 een van de bevrijders van de stad Breda, is afgelopen donderdag rond het middaguur op 91-jarige leeftijd overleden.
Hij was de hoogste in rang (kapitein b.d.), hoogst onderscheiden en, de laatste tijd, oudste onder de veteranen van de Eerste Poolse Pantsersdivisiedie zich na de oorlog tussen Mark en Aa vestigden. Maar met de burgemeesterszoon uit Kosztowy is op de eerste plaats een man gestorven die vriendelijkheid paarde aan een grote maatschappelijke betrokkenheid, een beminnelijke strijder die zijn leven in dienst van de ander stelde.
Op de avond voor de bevrijding van Breda zuiverde het negende
bataljon Jagers van Vlaanderen van de pantserdivisie ’t Ginneken van
de Duitse bezetters. Onderdeel van hun opdracht was de
Laurentiuskerk, waarvan de toren uitkijk- en zendpost was, in handen
te krijgen. Stolarz en zijn strijdmakkers bereikten als eersten ‘Het
Beste Brood’, de toenmalige bakkerswinkel op de hoek van Prins
Hendrikstraat en het huidige Valkeniersplein. Hij ging zijn soldaten
voor en kroop, op weg naar de kerktoren, over de muur van de
begraafplaats aan de Kerkhofweg. De Polen troffen er geen Duitsers
aan. Later zouden daar de bij de bevrijding van Breda gesneuvelde
militairen van de pantserdivisie hun laatste rustplaats krijgen.
Stolarz zag het levenslicht in Krasowy, Silezië. Als oudste uit een
gezin met twee zussen en een broer was hij voorbestemd om priester
te worden. Hij bezocht het seminarie in Krakow, maar ging na het
gymnasium naar de handelsacademie. Die studie moest hij in 1938
afbreken, omdat hij onder de wapenen werd geroepen.
Een jaar later, in september, vielen Duitsland en Rusland Polen
binnen. Stolarz vocht met de tweede infanteriedivisie bij Sambor
tegen het leger van Hitler. In mei 1940, maar nu in Frankrijk,
leverden de Poolse cadetten weer slag met de Duitsers, maar ze
moesten uitwijken naar Groot-Brittannië.
Hij voltooide zijn officiersopleiding in Dundee, Schotland. Daarna
leidde hij er Poolse vrijwilligers uit heel de wereld op voor de
strijd tegen de Duitsers.
Met de Eerste Poolse Pantserdivisie van generaal Stanislaw Maczek
nam hij deel aan de slag in Normandië. Hij was tweedeluitenant van
het negende bataljon Jagers van Maczeks divisie dat Ieper en
Roeselare bevrijdde. Om de bevolking en steden te sparen, zetten de
Polen geen artillerie in. Het maakte de strijd nog moeilijker en
gevaarlijker voor hen, maar leverde het bataljon de eretitel Jagers
van Vlaanderen op.
De manschappen van Maczek werden onmiddellijk na de bevrijding van
Breda collectief tot ereburger van de stad benoemd. Stolarz, die in
1948 nadat hij afscheid had genomen van de wapenen niet terug kon
naar het intussen door communisten overheerste Polen, vestigde zich
onder de Grote Toren. Hij had in Breda, evenals honderden andere
Poolse militairen, zijn lief leren kennen. Ze trouwden in augustus
1946 en brachten vijf kinderen groot.
Het bestaan in Breda, zo vertelden ze toen ze afgelopen herfst ter
gelegenheid van de zestigste viering van de bevrijding herinneringen
ophaalden, was niet gemakkelijk. Het was voor hem bijvoorbeeld
behoorlijk moeilijk om aan werk te komen.
Polen heeft hij vorig jaar voor het laatst bezocht. Stolarz, een van
de grondvesters van het Generaal Maczek Museum in Breda, sloeg geen
herdenking over. Afgelopen 4 mei was hij als een van de weinige
Poolse oud-strijders nog bij de plechtigheid in ’t Valkenberg, in
officiersuniform.
„Vader is op vredige wijze gestorven“, zegt zijn jongste zoon Leon.
„Hij heeft geen ziekbed gehad. Hij was op. Tot op het laatste
ogenblik heeft hij gestreden. Hij is altijd een strijder geweest.“
(Foto Johan van Gurp)
Dagblad uit het noorden.
60 JAAR GELEDEN 11 april 1945: Ter Apel bevrijd
door Peter Smit
geplaatst op 13-04-2005.
Op vijf mei viert Nederland het feit, dat er zestig jaar geleden een einde kwam aan de Duitse overheersing. Op genoemde datum in 1945 ondertekende generaal Blaskowitz, Duits bevelhebber in Nederland, de capitulatie en kwam er een einde aan vijf jaren bezetting. Ter Apel werd echter reeds op 11 april 1945 bevrijd. Hiervoor verantwoordelijk waren de manschappen van de Eerste Poolse Pantserdivisie onder leiding van generaal Stanislaw Maczek.
TER APEL- Deze Poolse divisie was in maart 1942 in Schotland opgericht en was voor een groot deel samengesteld uit Polen, die op allerlei manieren en langs vele omzwervingen in Engeland terecht waren gekomen. Op 29 oktober 1944 bevrijdt deze divisie de stad Breda en trekt vervolgens naar het noorden. Op 9 april 1945 wordt Coevorden als eerste Drentse plaats verlost van de Duitse overheersing. Een dag later, op 10 april, arriveren de Polen in Emmen. Voor Ter Apel kan de bevrijding nu nooit lang meer duren. De aanwezige Duitse militairen in het dorp worden nerveus en dragen diverse burgers op om schuttersputjes te graven. Ook worden de bruggen weer voorzien van springstoffen. De inwoners van Ter Apel die in de buurt van de bruggen wonen, versterken de ramen met planken en strobalen. De meeste strategisch gelegen bruggen worden op 10 april vernield. De brug tegenover het postkantoor (hoek Hoofdstraat/Viaductstraat) vliegt op 7 mei ’s middags al de lucht in en wordt volkomen vernield. Toenmalig postdirecteur de heer Spa, die op 10 mei reeds contact maakte met de Poolse troepen in Emmen, houdt van de laatste oorlogsdagen een soort van dagboek bij. “Door de ontploffing bleef geen dakpan meer op zijn plaats en werden alle ruiten, ofschoon we aan de buitenzijde planken hadden bevestigd, vernield”.
DE POLEN KOMEN
Het regiment, dat als eerste op 10 mei Emmen bereikt, is het verkenningsregiment van de Eerste Poolse Pantserdivisie. Het is het tiende regiment Bereden Jagers, ’10 Putk Strzelcow Konnych’(10 PSK). Het derde tankeskadron van dit regiment krijgt de opdracht om op de elfde april de hoofdweg van Emmen naar Ter Apel te verkennen en eventueel te zuiveren van de aanwezige Duitsers. In Nieuw Weerdinge splitst een drietal tanks zich van de groep af en gaat door het veld in de richting van Roswinkel en de Duitse grens. De rest van het eskadron trekt verder. Bij het café ‘De Drie Gemeenten’ (nu disotheek ‘Bermuda’) wordt een korte pauze ingelast. De voorste tanks, waarover luitenant Jan Sowa de leiding heeft, bereikt rond het middaguur de opgeblazen brug tegenover het postkantoor. De Polen in hun Cromwelltanks kunnen dan niet verder. Citaat uit het verslag van postdirecteur Spa: “De Poolse militairen aan de overzijde van de brug werden toegejuicht door vele inwoners. De tanks gingen vervolgens over de Kloosterveenweg richting Musselkanaal. Wij gingen terug naar kantoor, doch we waren nauwelijks binnen toen een groep Duitsers gewapend met mitrailleurs en pantservuisten het postkantoor kwamen bezetten. We vluchtten de kelder in. Even later begonnen de machinegeweren te ratelen en het zware geschut van de tanks dreunde door het gebouw. De spanning steeg, vooral omdat in de kelder veel te horen, maar niets te zien was. Tenslotte werden we uit onze schuilplaats verdreven en vluchtten door de tuin, over pannen, glas en hout en omvergeschoten vrucht- en sierbomen het veld in”.
BEVRIJD
Op dezelfde dag, 11 april dus, naderen aan de andere kant van Ter Apel eveneens Poolse tanks. Rond een uur of drie worden daar de eerste tanks waargenomen. Ze rijden over de Verlengde Oosterkade in de richting van Ter Apel. Ook daar komt het tot enige schermutselingen en de school van meester Potze (nu recreatiecentrum ‘De Bosrand’), waar veel Duitse militairen zich verschanst hebben, krijgt een voltreffer te verduren. Ook café Pötker wordt zwaar beschadigd. In de avonduren is dan ook de kern van Ter Apel bevrijd. De vierde compagnie van het Bataljon Jagers van Podhalen ( Batalion Strzelcow Podhalanskich) trekt door Ter Apel en gaat via Ter Wisch in noordelijke richting. De eerste nacht van de bevrijding is het nog vrij onrustig in Ter Apel. Er wordt zo nu en dan nog geschoten en voertuigen rijden af en aan. Maar het dorp is bevrijd. Het Poolse hoofdkwartier wordt enige dagen later gevestigd in de woning Hoofdkade 21 (nu de woning van huisarts E.Smit). Op 19 april vertrekt de generale staf naar de Duitse plaats Melstrupp.
Dagblad uit het noorden
Burgemeester, geachte veteranen, dames en heren,
Tijdens deze zo droevige dagen voor Polen, na het overlijden van
onze meest prominente landgenoot paus Johannes Paulus II, staan
we extra bewust stil bij onze nieuwe geschiedenis. Deze
geschiedenis brengt ook herinneringen boven aan de Tweede
Wereldoorlog en de gevolgen daarvan voor ons land.
Op de Poolse oorlogsvlaggen was vele honderden jaren het motto
te lezen: “voor uw en onze vrijheid”. Jarenlang was dit het
devies van Poolse soldaten, die daarmee niet alleen uitdrukking
gaven aan hun liefde voor hun eigen land, maar ook aan hun
gevoel van solidariteit met andere landen.
Het was ook een lijfspreuk voor Poolse soldaten die zich na de
nederlaag in september 1939 in Engeland, Frankrijk en andere
landen verenigden.
Zij hadden zich niet neergelegd bij het verlies van hun
onafhankelijkheid en wisten dat Polen alleen bevrijd kon worden
door mee te helpen de nazi’s te verdrijven uit de bezette
landen. Ze waren ervan overtuigd dat hun gevecht “voor uw en
onze vrijheid” de vrijheid van hun vaderland dichterbij zou
brengen.
Zoals we allemaal weten bracht het einde van de Tweede
Wereldoorlog Polen niet de verlangde vrijheid, maar een andere
heerschappij, deze keer in de vorm van het communistisch regime.
We moesten nog eens vijftig jaar wachten voordat we onze
vrijheid terugkregen, en de rol van onze paus hierin vergeten we
niet.

Op 1 augustus 1944 landden generaal Stanislaw Maczek en zijn
Eerste Pantserdivisie samen met de geallieerde strijdkrachten op
het strand van Normandië in Noord-Frankrijk. Toen al, tijdens de
slag om Falaise, kreeg de Eerste Pantserdivisie lof toegezwaaid
door de lokale bevolking vanwege haar heldhaftige
gevechtsacties. De opeenvolgende bevrijding van Franse en
Belgische steden en dorpen bracht de soldaten steeds dichter bij
Polen.
De gevechtsroute leidde hen daarna door Nederlands grondgebied.
De inwoners van de bevrijde dorpen en steden bedankten de Poolse
soldaten enthousiast voor hun vrijheid.
In het Pools: ‘Dziękujemy wam Polacy’ – Dank jullie wel, Polen.
De lijfspreuk “voor uw en onze vrijheid” was de trouwe metgezel
van de bevelhebbers, officieren en soldaten van de Eerste
Pantserdivisie langs de hele gevechtsroute en tijdens de
bevrijding van Hollandse steden en dorpen.
Generaal Maczek zei altijd: “onthoud goed dat een soldaat voor
de vrijheid van veel landen vecht, maar alleen voor Polen
sterft.”
Begin april 1945 bereikten Poolse soldaten het noordoostelijk
deel van Nederland en bevrijdden ze Emmen, Ter Apel en
Stadskanaal en nog vele andere steden en dorpen zoals Ter Wisch,
Sellingen, Bourtange, Veele en Winschoten.
Na de zware gevechten in de provincie Groningen kwamen de Poolse
soldaten in de havenstad Wilhelmshaven aan, waar generaal Maczek
op 6 mei de capitulatie van de Duitse autoriteiten aanvaardde.
Meer dan 600 Poolse soldaten waren in Nederland gesneuveld. Hun
graven bevinden zich in 49 Nederlandse steden.
Zes van hen, Franciszek Rupek, Józef Kukla, Piotr Malinowski,
Jan Kaczor, Roch Kijora en Edmund Porombka stierven voor uw
vrijheid. Ze offerden hun meest kostbare bezit op, hun jonge
leven. Ze konden niet in Polen begraven worden. Ze legden hun
hoofd te ruste in dit land.
Vandaag zijn we bijeen om hun roemrijke daden te herdenken. Moge
deze plaquette voor altijd een herinnering zijn aan hun offer.
Graag wil ik het gemeentebestuur van Vlagtwedde en de inwoners
van Bourtange mijn grote dank betuigen voor het plaatsen van
deze plaquette. Dank zij u zullen onze soldaten niet langer
naamloos zijn.
In het bijzonder wil ik bedanken: De initiatiefnemer, de heer R.
Nobbee, de leden van de plaquettecommissie en de burgemeester
van Vlagtwedde, de heer J. Broertjes.
Ik dank u hartelijk.
Foto K.Bakker
Artikel uit BN/DeStem
‘En we dansten op jazz’
Door Peter de Leeuw

Woensdag 4 mei 2005 - BREDA – „De algehele bevrijding, in heel Breda
werd gedanst. Overal was het openluchtbal, ook op de hoek van de
Zandberglaan en Ginnekenweg. Daar heb ik mijn vrouw leren kennen.“
Voor Jacques Beljaars (79) is het als de dag van gisteren, 5 mei
1945. De Bredanaars stroomden massaal naar Anneville onder Ulvenhout,
waar koningin Wilhelmina en prinses Juliana verbleven. De
openingskop van dagblad De Stem, over de volle breedte van de krant,
was die dag: ‘Geheel Nederland is vrij.... vrij’. Geheel Nederland,
want de Eerste Poolse Pantserdivisie van generaal Stanislaw Maczek
had de stad Breda reeds op 29 oktober 1944 van de Duitse bezetting
verlost.
„Maar pas op 5 mei was het groot feest. Het duurde weken en we
dansten op jazz“, zegt Beljaars, die opgroeide aan de Mauritsstraat,
waar zijn vader een bakkerswinkel had (tegenwoordig bakker Goeijers).
„Ik weet niet meer of ik haar precies op 5 mei leerde kennen, maar
het is hooguit een paar dagen later geweest. Ik zag haar op het bal
en dacht: dat is een leuke meid. Ik had haar al eens eerder gezien,
op weg naar de Josephschool. Daarom dacht ik dat ze in de buurt
woonde. Maar ze kwam van de Haagdijk, een dochter van de juwelier.“
Eerste Pool
Ook aan de bevrijding door de Polen bewaart Beljaars persoonlijke
herinneringen. „Aan de Mauritsstraat zagen we de eerste Pool pas een
dag later, op 30 oktober. Hij zat op een kussen op de tank van zijn
motor. Dat zal de ‘Engelse’ manier van rijden zijn geweest. Ze
brachten goede thee en sigaretten met zich mee. Players, Wild
Woodbine, die sigaretten deelden ze volop uit. Ik kreeg al vlug
contact met de Polen en kon mijn Engels goed oefenen.“
Aan de hel van de bezetting hadden de geallieerden ten zuiden van de
Moerdijk een eind gemaakt, maar met hongersnood en Hitlers troepen
nog ten noorden van de rivieren was het in Breda eerder het vagevuur
dan de hemel op aarde. „Hier hadden we nergens gebrek aan“, zegt
Beljaars. „Van de hongerwinter en het Ardennenoffensief bijvoorbeeld
hoorden we op de radio. Over het bombardement op de Balfortbrug
spraken de mensen in de stad, maar daar was ik niet bij. Ik heb die
winter wel een meisje van dansschool De Kruijf aan de Nassaustraat
naar huis gebracht. We liepen over de binnensingel naar de Minister
Nelissenstraat toen we een V-I aan hoorden komen. Gelukkig zagen we
dat ding omdraaien in de lucht. Die V-I’s en V-II’s werden
afgeschoten op Antwerpen. De Galderse Hei stond vol
luchtafweergeschut.“
Op zijn zestiende ging Beljaars als volontair werken bij de gemeente
Hooge en Lage Zwaluwe. Zodoende kreeg hij een vrijstelling voor de
arbeidsdienst in Duitsland én bonnen voor fietsbanden. Op Dolle
Dinsdag, 5 september 1944, was hij in dienst van de gemeente
Nieuw-Ginneken. Die was in 1942 ontstaan nadat Breda ’t Ginneken (en
ook Princenhage) annexeerde. „We hielden nog kantoor in het raadhuis
in ’t Ginneken. Na de bevrijding werd de burgemeester van
Nieuw-Ginneken geschorst. Hij werd vervangen door de
oud-burgemeester van Ginneken en Bavel, jonkheer Serraris. Een echte
regent, maar een heel aardige man.“
Heelhuids
Beljaars prijst zich gelukkig dat hij de oorlog heelhuids is
doorgekomen. „We hebben zelf niks meegemaakt. In mei 1940 zijn we
wel op de vlucht gegaan, maar binnen vijf dagen waren we weer thuis.
Natuurlijk waren we blij met de bevrijding, want van de moffen
moesten we niks hebben.“
Hij vervulde zijn dienstplicht van 21 maanden vanaf 1949 bij het
korps mariniers. Daarna trad hij in het huwelijk met Virginie
Tegenbosch, het meisje dat hij op het bevrijdingsbal op de hoek van
de Zandberglaan en Ginnekenweg had leren kennen. Ze hebben drie
kinderen grootgebracht en zijn opa en oma van twee kleindochters.
Zij sukkelt met haar gezondheid en is zich lang niet meer van alles
even goed bewust.
„Ik heb lang een hekel aan Duitsers gehad, maar dat is in de loop
der jaren vervaagd“, zegt Beljaars. „In de jaren zeventig was ik
voorzitter van gymnastiekvereniging Liduina. Met de vereniging
kwamen we ook in Duitsland: in Dillenburg, een van de Oranjesteden
waarmee Breda een uitwisseling onderhield. In mijn speech had ik het
dan maar over de Europese eenwording. Over de oorlog had je het
niet. Dat deden zij ook niet.“
(Foto Johan van Gurp)
Artikel uit BN/DeStem
Onderhoud Poolse Kapel kantje boord
Door Leo Nierse

Woensdag 21 september 2005 - Na vele jaren van doorgaans stille
publieke verontwaardiging over de verloedering van de Poolse Kapel,
staat het 50-jarige monument aan de Lovensdijkstraat in Breda nu
toch een uitgebreide onderhoudsbeurt te wachten. Min of meer kantje boord. Want, zegt een deskundige ambtenaar: ‘Langer uitstellen kan
niet meer.’
BREDA –
Maandag gaat het bijzondere gedenkteken, dat Breda in 1955 voor zijn
Poolse bevrijders oprichtte, voor de duur van vier weken in de
steigers.
De gemeente Breda laat niet alleen de kapel grondig onderhanden nemen. Bovenal wordt het metershoge Madonna-mozaïek - een kopie van het origineel uit de Zuid-Poolse bedevaartsplaats Czestochowa - zoveel mogelijk in oude luister hersteld.
Kapel, klok en kunstwerk worden - voor het eerst in 21 jaar - grondig schoongemaakt. Dat geldt ook voor de zandstenen lijst rond de mozaïekpartij. Poreuze plekken worden hersteld, alle loszittende delen vastgezet. Door middel van vloeistof-injecties wordt de natuursteen geïmpregneerd en alle voegwerk opnieuw uitgevoerd. De bevestiging van het tegeltableau van het mozaïek op de achterwand zal waterdicht worden afgekit, om stukvriezen voortaan uit te sluiten.
Losgelaten glazuur
Op de (260) tegels van het verweerde mozaïek moet de losgelaten glazuur worden vervangen. De duizenden originele half-edelsteentjes - die de Madonnafiguur aanvankelijk een briljante uitstraling gaven, maar inmiddels allang zijn verdwenen - worden ook zoveel mogelijk teruggeplaatst.
Alleen aan dat laatste karwei zullen twee in te huren restaurateurs twee volle weken werk hebben. Tot slot wordt de aldus herstelde Madonna-icoon van een waxcoating voorzien..
Volgens een eerste, ‘zeer globale’ raming is met het herstel een bedrag van €25.000 é €30.000 gemoeid. Dat bedrag komt uit het budget ‘Sierende elementen’ van de gemeentelijke dienst Stadsbeheer.

Afgaande op het protest van de Bredase beeldhouwer-keramist Jan Gladdines uit 1995, komt deze hele operatie niets te vroeg. Samen met plaatselijk kunsthandelaar Reni Jas trok de maker van het mozaïek tien jaar geleden bij de plaatselijke overheid aan de bel. Volgens de beide actievoerders verkeerde de metershoge Maria-met-kind tien jaar geleden al in deplorabele staat. En zou er niet veel meer te herstellen vallen, als er niet heel snel werd ingegrepen.
Bezorgd
Ook iemand als Laurens Siebers, stadshartbestuurder, monumentenkenner en zoon van de kapelontwerper Alphons Siebers, heeft zich enkele malen bezorgd uitgelaten over de onderkomen staat van het kunstwerk. Vaker werd kritiek minder luid en duidelijk uitgesproken, niettemin leefde al een geruim aantal in brede kring ongenoegen over het uitblijvende onderhoud van het monument. Afgezien van een plantsoenreconstructie twee jaar geleden, en het aanbrengen van kapelverlichting, eveneens in 2003, veranderde er tot heden echter niets.
Schade
Tien jaar ná Gladdines’ protest, stelt Olaf Roks van de gemeente Breda vast dat het met de veronderstelde staat van verwaarlozing ‘reuze meevalt’. „Alle oorspronkelijk gebruikte materialen zijn bovendien nog steeds leverbaar“, meldt de technisch medewerker Bijzondere elementen ter geruststelling. Niettemin erkent Roks dat herstel van de Poolse kapel niet nog meer uitstel kan verdragen. „Anders wordt de schade té groot. Er komen steeds meer details van het mozaïek los en daardoor dreigen kwaliteit en uitstraling van het kunstwerk te verpauperen. Het is een onvervangbaar werk en we moeten hier en daar toch al (glasparels cq. halfedelsteentjes) gaan plakken. Het moet natuurlijk geen surrogaatvoorstelling worden.“
Economisch
Afgezien van de artistieke noodzaak tot herstel, noemt de gemeenteman ook een financieel-economische overweging. „Als we nog langer wachten, worden de investeringen te hoog. We kunnen nu toch al niet voor de volle honderd procent restaureren. Als we tot in de kleinste details doorgaan, gaat het een godsvermogen kosten en dat zou betekenen dat we onverantwoord met gemeenschapsgeld zouden omspringen.“ Roks schat dat kapel en icoon na de hersteloperatie weer tien tot vijftien jaar de elementen kunnen weerstaan. Volgens de planning worden de steigers op vrijdag 21 oktober afgebroken, ruim op tijd voor de stedelijke bevrijdingsherdenking op 29 oktober.
Bredase kunstenaar Jan Gladdines (l) bezig met de Poolse Kapel
in 1955.
(Foto boven: BN/DeStem)
Bredaase Bode
Door Jef Maanders
Erkenning Engeland van Poolse Oud-strijders

BREDA - Op 12 november kwam de Engelse attaché in Nederland,
Robin Davies, Kapitein van de Navy, naar Breda.
Hij vond het een eer en genoegen, om aan de aanwezige Poolse veteranen, in Gemeenschapshuis “De Belcrum”, een Engelse Veteranen Badge uit te reiken namens de Minister van Defensie van Groot-Brittannië. Helaas konden niet alle veteranen welke in aanmerking kwamen voor een Badge deze persoonlijk in ontvangst komen nemen, maar zij krijgen deze Badge toegezonden.
foto J.Maanders
Bron Oorloggravenstichting.
Poolse onderscheiding voor Oorlogsgravenstichting

Op de foto De heren Michalowski (l) en Van der Graaf.
![]()
In zijn toespraak legde de Ambassadeur uit dat de Pro Memoria-medaille op 8 mei 2005 is ingesteld om personen en organisaties te onderscheiden die zich inzetten de nagedachtenis van Poolse gevallenen en oud-strijders uit de Tweede Wereldoorlog in ere te houden. De Ambassadeur benadrukte het belang de daden van Poolse strijders levendig te houden. Hij vertelde dan ook met grote voldoening kennis te hebben genomen van het bericht dat de minister van Defensie, Henk Kamp, de Poolse 1e Para-chutistenbrigade heeft voorgedragen voor toekenning van de Militaire Willems Orde en de commandant van deze eenheid, generaal-majoor S. Sosabowski, postuum te eren met de Bronzen Leeuw. Met de toekenning van deze dapperheids-onderscheidingen wordt de Poolse inzet tijdens de Operatie Market Garden in 1944 erkend.
| Laatst bijgewerkt 31-12-2008 |
|