|
Introductie Onze vereniging Contact Links Programma Historie Copyright & disclaimer |
|
Vereniging 1e Poolse Pantserdivisie Nederland |
![]()
| |
Media : /2003/2004/2005/2006/2007/2008/
Archief 2002
Over de activiteiten van de Vereniging 1e Poolse Pantserdivisie zijn in 2002 de volgende artikelen gepubliceerd:
Maczek behoede Breda voor grote vernielingen.
Breda herdenkt voor de 58e keer bevrijding.
Vreugde in Breda verbaasde Maczek.
Ik hoop op steun uit Nederland.
Gouden Baar voor Poolse Bredanaars.
Museum wil meer
weten over schilder Stefanoff.
Ook ,,Bredase,, films in Maczekmuseum.
De Poolse hoofdstad van Nederland.
Dit is niet zomaar een vaandeltje.
Artikel uit BN/DeStem
Maczek behoedde Breda voor grote vernielingen
Van onze verslaggever
Vrijdag 13 december 2002 - BREDA - Generaal Stanislaw Maczek, die Breda
bevrijdde in oktober 1944, vond vijftig jaar later zijn laatste rustplaats
aan de Ettensebaan in die stad. Hij overleed op 11 december 1994 op
102-jarige leeftijd in de Schotse hoofdstad Edinburgh, maar wilde absoluut
bij 200 van zijn voormalige kameraden begraven worden.
Tijdens een indrukwekkende plechtigheid,
waarbij een speciale eenheid van het Poolse leger een ijzingwekkende
discipline aan de dag legde op een kille decemberdag, werd Maczek een paar
dagen later in Breda ter aarde besteld.
Het Generaal Maczekmuseum in Breda stelt zijn maandelijkse open dag, komende
zondag, in het teken van de man die Breda met een behoedzaam en tactisch
optreden bevrijdde, maar ook behoedde voor grote vernielingen. Het museum in
de Trip van Zoudtlandtkazerne aan de De la Reyweg (legitimatie meenemen) is
open van 14.00 tot 17.00 uur. In het museum is filmmateriaal te zien, een
fototentoonstelling onder de titel van 'Van Baarle-Nassau tot Moerdijk',
uniformen, onderscheidingen en andere (persoonlijke) attributen die de
geschiedenis van de bevrijding vertellen.
De bevrijding van Breda was een van de grote successen van generaal Maczek
tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij werd in 1892 in het plaatsje Szczerzec
bij Lvov geboren als zoon van een jurist. Het was het deel van Polen dat
door Oostenrijk-Hongarije bezet was. Hij vervulde zijn dienstplicht als
reserve-officier en bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog moest hij
opkomen bij het regiment Tiroler Bergjagers en werd onder meer ingezet aan
het Italiaanse front. In de jaren 1919 en 1920 leidde hij snelle acties van
zijn mobiele eenheid in de strijd tegen het Oekraïense en later tegen het
Sovjetrussische leger. Na die oorlog bleken zijn drie broers, onder wie zijn
tweelingbroer Franciszek, gesneuveld te zijn.
Dat trieste gegeven motiveerde hem een militaire carrière te kiezen. Bijna 20 jaar later vocht hij tegen een Duitse overmacht in het zuidoostelijk deel van Polen, maar hij moest met zijn manschappen uitwijken naar Hongarije. Ze werden geïnterneerd in forten bij Boedapest, maar wisten te ontsnappen en kwamen via Noord-Afrika in Frankrijk terecht. In februari 1940 werd Maczek commandant van een Poolse divisie en een paar maanden later leverde hij met die incomplete divisie strijd tegen de Duitsers bij Parijs. Op 22 juni 1940 capituleerde Frankrijk en kregen de Polen opdracht hun materieel te vernietigen en naar Engeland uit te wijken.
Maczek arriveerde daar na een lange tocht via Marseille en Algiers en in
1942 kreeg hij na lang aandringen het bevel over de moderne Eerste Poolse
Pantserdivisie, die na de invasie in Normandië onder meer Breda bevrijdde.
Maczek werd (net als zijn manschappen) op 30 oktober 1944 benoemd tot
ereburger van Breda.
Maar het vechten was nog niet voorbij. De Polen rukten op tot Moerdijk en
kregen een tijd rust. Vanaf 6 april 1945 ging het weer verder en bevrijdde
de divisie grote delen van Drente en Groningen, waarna de strijd voortging
in noordwest Duitsland. Op 3 mei 1945 ontving Maczek de delegatie van de
grote marinehaven Wilhelmshafen voor de capitulatie. Maczek werd in
september 1945 benoemd tot bevelhebber van alle Poolse legereenheden in
Groot-Brittanië. Uiteindelijk vestigde hij zich in Edinburgh, waar hij zijn
memoires schreef onder de titel 'Van paardewagen tot tank'. In die fraaie
stad stierf de man 'die achter de aanval altijd de mens zag' en zo Breda
behoedde voor grote vernielingen.
Artikel uit BN/DeStem
Breda herdenkt voor 58e keer bevrijding
Van onze verslaggever
Woensdag 23 oktober 2002 - BREDA/OOSTERHOUT - De bevrijding van Breda
eind oktober 1944 door de Polen wordt komend weekeinde voor de 58e keer
herdacht. Dat gebeurt in Breda op zaterdag en zondag, maar
traditiegetrouw op zaterdag ook in Oosterhout.
Breda werd op 29 oktober 1944 bevrijd door
de 1e Poolse Pantserdivisie van Generaal Maczek en een Canadees/Engelse
strijdgroep ook onder leiding van de Poolse generaal. Een fors aantal
tijdens de bevrijding in 1944 en 1945 gesneuvelde Poolse soldaten ligt
begraven op het Poolse erekerkhof aan de Ettensebaan. Na zijn overlijden
is generaal Maczek op eigen verzoek daar ook begraven; hij wilde tussen
zijn manschappen liggen.
De herdenkingsactiviteiten beginnen zaterdag op de begraafplaats aan de
Veerseweg in Oosterhout, ook daar liggen gesneuvelde Polen begraven. De
plechtigheid begint om 10.30 uur.
Zaterdag is ook de dag dat de traditionele feestavond van de Bredase
culturele vereniging Polonia plaatsvindt. Dat gebeurt vanaf 20.00 uur in
Zaal Vianden aan de Viandenlaan. Ook op zaterdag houdt PSK Kaszub zijn
jaarlijkse internationale schaak-, zaalvoetbal- en volleybaltoernooi.
Dat toernooi wordt gehouden in sporthal De Huif in Bavel van 18.00 tot
24.00 uur.
De herdenkingsactiviteiten beginnen zondag met een plechtige
herdenkingsmis om 11.00 uur in de kerk van de Paters Capucijnen aan de
Schorsmolenstraat in Breda. De Poolse priester K. Obiedzinski draagt de
mis op. Vervolgens vindt er op het Poolse erekerkhof aan de Ettensebaan
vanaf 12.30 uur de officiële herdenking plaats met veel burgelijke en
militaire genodigden. De Vereniging 1e Poolse Pantserdivisie Nederland
zorgt voor de iets andere organisatie dan normaal.
Daarna gaan de officials en de eregasten en andere belangstellenden nog
naar het Poolse Militaire Erekerkhof Ginneken aan de Vogelenzanglaan.
Daar begint de herdenking om 13.45 uur.
Artikel uit BN/DeStem
Vreugde in Breda verbaasde Maczek
Van onze verslaggever
Vrijdag 15 november 2002 - BREDA - Zelfs generaal Stanislaw Maczek,
die toch wel het een en ander gewend was op zijn tocht van Normandië
naar Baarle-Nassau en Breda, verbaasde zich over de dolle vreugde in
Breda nadat de stad op 29 oktober 1944 door de Polen was bevrijd.
"Terwijl de divisie de ene na de
andere uitgangsstelling inneemt, beleeft Breda op een niet te
beschrijven wijze haar eerste ogenblik van vrijheid. Echt carnaval -
de straten zijn overbevolkt met feestende bewoners, bloemen en
confetti. De etalages zijn volgeplakt met Poolse zinnen als
Dziekujemy wam Polacy ('Wij danken de Polen, red.')", schreef hij in
zijn memoires. Van die feestelijkheden zijn in 1944 filmopnamen
gemaakt door luitenant Jerzy Januszajtis en die zijn gemonteerd in
de film 'Idziemy' over de opmars van de 1e Poolse Pantserdivisie van
generaal Maczek. Komende zondag is die film te zien in het Gen.
Maczekmuseum in de Trip van Zoudtlandtkazerne in Breda, dat tussen
14.00 en 17.00 uur de deuren weer openzet op deze derde zondag van
de maand. De ingang is weer aan de De la Reyweg en men moet zich
kunnen legitimeren.
Naast Polen waren er ook Engelsen en Canadezen betrokken bij de
bevrijding van Breda in 1944. En die troepen hielden al op 2
november een parade door de stad, zonder dat er maar één Pool aan
kon deelnemen. In die tijd heeft dat volgens Krystyna Stopa van het
Generaal Maczekmuseum wat kwaad bloed gezet, omdat de Polen namelijk
nog aan het vechten waren in en bij Moerdijk. Maar toen die klus
geklaard was, hadden de Poolse soldaten eindelijk tijd om zich te
scheren, wassen en om te poetsen en om hun 'eerste grijs' aan te
trekken.
Op de Poolse nationale feestdag, 11 november in 1944, kreeg Breda
een parade voorgeschoteld die de stad nog nooit had gezien.
Infanteristen (te voet natuurlijk) en gemotoriseerde eenheden van de
1e Poolse Pantserdivisie trokken eerst door de binnenstad, daarna
draaiden ze de Chassésingel op. De 'hoge heren' stonden op een
podium bij het voormalige Sportfondsenbad om de parade af te nemen.
De Bredanaars stonden rijen dik en bestrooiden de Polen met bloemen.
Van die parade zijn veel foto's genomen en dus ook filmopnamen, die
zondag in Breda te zien zijn in het museum naast de permanente
fototentoonstelling 'Van Baarle-Nassau tot Moerdijk', die veel
interessante, ontroerende en herkenbare beelden bevat uit veel
plaatsen tussen die twee gemeenten.
Artikel uit BN/DeStem
'Ik hoop op steun uit Nederland'
Van onze verslaggever
Maandag 15 juli 2002 - BREDA - De Poolse ambassadeur in
Nederland, Maria Wodzynska-Walicka, heeft afgelopen zaterdag
kransen gelegd bij het monument voor de Eerste Poolse
Pantserdivisie en het graf van generaal Stanislaw Maczek aan de
Ettensebaan in Breda.
Het is onze plicht om de Poolse
soldaten te herdenken", aldus Wodzynska-Walicka, die na vier
jaar haar post in Den Haag verlaat en het werk oppakt op met
ministerie van Buitenlandse Zaken in Warschau. Haar vertrek uit
Nederland houdt verband met het aantreden van een nieuwe
regering in de Poolse hoofdstad.
Wodzynska-Walicka is zelf een dochter van een oud-strijder:
"Helaas is mijn vader twee jaar geleden gestorven. Hij was in de
Tweede Wereldoorlog officier in het thuisleger. Na de Opstand
van Warschau is hij krijgsgevangen genomen door de Duitsers. Hij
is in Duitsland bevrijd door de Eerste Poolse Pantserdivisie en
heeft daarna onder generaal Maczek gediend in het
bezettingsleger."
De pantserdivisie onder bevel van Maczek heeft in 1944 grote
delen van West-Brabant en Zeeuws-Vlaanderen bevrijd. Na de
oorlog vestigde een aantal Poolse militairen zich blijvend in
Zuidwest-Nederland. "Uiteraard ben ik nog een keer in Breda
voordat ik naar Polen vertrek", aldus Wodzynska-Walicka, die na
de plechtigheid op het Pools Militair Ereveld receptie hield op
de Trip van Zoudtlandtkazerne, waar het Generaal Maczek Museum
is gevestigd.
Wodzynska-Walicka: "Ik heb het gevoel dat ik de afgelopen jaren
veel heb bereikt. Toevallig trad het tweede kabinet-Kok aan toen
ik in 1998 in Den Haag begon. Een jaar later werd Polen lid van
de NAVO. Nederland heeft zich de laatste jaren geopend voor
Polen. En het is inmiddels een van de belangrijkste
investeerders in ons land. Philips, Unilever en diverse banken;
ze zijn allemaal vertegenwoordigd in Polen."
De scheidend ambassadeur hoopt dat Polen volgend jaar toetreedt
tot de Europese Unie (EU): "Het zou goed zijn als het voor de
verkiezingen voor het Europees Parlement in 2004 gebeurt. Er
wordt nog onderhandeld over steun aan de Poolse boeren. Elke
uitbreiding van de EU is een probleem. Ik denk dat de
onderhandelingen eind dit jaar zijn afgerond. Ik hoop op de
steun van Nederland op dit belangrijke moment."
Maria Wodzynska-Walicka,(
Poolse ambassadeur in Nederland)
(Foto Cor Viveen)
Artikel uit BN/DeStem
Gouden Baar voor Poolse Bredanaars
Van onze verslaggever
Vrijdag 22 februari 2002 - BREDA - Twee Bredase Polen, Ad
Stopa en Frans Ruczynski, hebben in Londen een hoge
onderscheiding gekregen van de 1e Poolse Pantserdivisie van
generaal Maczek. Het gaat om de Gouden Baar, een insigne dat
zij ontvingen uit handen van voorzitter Deimel van de
wereldwijde organisatie.
De onderscheiding gaat naar
mensen die (grote) verdiensten hebben voor de 1e Poolse
Pantserdivisie. Er zijn volgens Polen-deskundige bij uitstek
Jos van Alphen (overigens ook in het bezit van zo'n
onderscheiding) niet zoveel mensen die zo'n insigne krijgen.
Frans Ruczynski is voorzitter van het bestuur van het Gen.
Maczekmuseum in Breda en Ad Stopa is vice-voorzitter van de
Bredase afdeling van de 1e Poolse Pantserdivisie en heeft
grote verdiensten voor de Poolse gemeenschap in Breda. De
onderscheidingen zijn in het Sikorski Instituut in Londen
uitgereikt bij de viering van het 60-jarig bestaan van de
divisie. Die is op 26 februari 1942 opgericht in Schotland,
waar de uit Frankrijk geëvacueerde Poolse soldaten naartoe
zijn gebracht. Jos van Alphen, die grondig onderzoek heeft
gedaan en nog doet naar de geschiedenis van de divisie, weet
dat de Polen in het begin in Schotland niets hadden. Ze
liepen rond in Franse uniformen en waren gelegerd in tenten.
Later pas kregen ze een vast dak boven hun hoofd. De
oprichting van de divisie was een duidelijk signaal dat de
Polen hun rol wilden spelen bij de bevrijding van Europa.
Van Alphen: "Kort na het uitbreken van de oorlog werden ook
de oude, conservatieve Britse generaals opgeroepen, die
dachten dat ze net als tijdens de Eerste Wereldoorlog weer
met een stellingen-oorlog te maken zouden krijgen. Maar
generaals als De Gaulle en Maczek, die samen op de
krijgsschool in Parijs hadden gestudeerd, wisten van het
bestaan van wat de bewegings-oorlog werd genoemd. Zij wisten
van vliegtuigen en tanks waarvan de bemanningen met elkaar
communiceerden. Dat bestond vroeger niet, toen gebruikten de
bemanning van tanks nog vlaggetjes om met elkaar te
communiceren." De divisie van Maczek bestond zowel uit
cavalerie (tanks) als uit infanterie en ook dat was
vernieuwend en een keerpunt in de krijgshistorie. De
stellingen-oorlog was voorbij, ook al duurde het lang
voordat de Britten van het idee afgebracht waren dat ze geen
tunnels op 100 meter diepte meer onder de Duitse linies
hoefden te graven om daar springstof tot ontploffing te
brengen.
Jos van Alphen: "Maczek kreeg echt alle vrijheid om de
vernieuwende manier van oprukken uit te voeren."
De feestelijkheden in Londen werd gevierd door een tanende
groep Poolse veteranen, die inmiddels de vlag hebben
overgedragen aan hun jongere landgenoten.
Foto: Links echtpaar Ruczynski en rechts echtpaar Stopa.
Artikel uit BN/DeStem
Museum wil meer weten over schilder Stefanoff
Van onze verslaggever
Donderdag 18 juli 2002 - BREDA - Met de Polen kwam na de
Tweede Wereldoorlog ook Christo Stefanoff mee naar de
regio Breda. Stefanoff was een schilder, die in Amerika
en Oost-Europa faam genoot en die een aantal jaren in
plaatsen als Oosterhout en Rijen heeft gewoond.
Het Generaal Maczekmuseum
in Breda geeft komende zondag (wanneer het museum in de
Trip van Zoudtlandtkazerne weer open is tussen 14.00 en
17.00 uur) speciale aandacht aan Stefanoff. Het museum
bezit zelf vier schilderijen van Stefanoff, die na de
oorlog in het spoor van Generaal Maczek heeft vertoefd.
Hij maakte schilderijen en oorkonden die bij allerlei
plechtigheden door de 1e Poolse Pantserdivisie werden
aangeboden.
De mensen achter het museum willen meer te weten te
komen over Stefanoff. Hij heeft ook een tekening
gemaakt, waarschijnlijk in Rijen of Oosterhout, van een
man. Die tekening is zondag ook te zien en Krystyna
Stopa-Konowrocka van het museum wil graag weten wie de
man op die tekening is. Stefanoff was eigenlijk een
Bulgaar, die in 1924 afstudeerde aan de kunstacademie in
Sofia. Hij gebruikte een spateltechniek, waardoor zijn
schilderijen gingen 'leven' vanwege de steeds andere
lichtinval. Voor de oorlog reisde hij over de hele
wereld. Hij had tentoonstellingen in Chicago, Greta
Garbo stond model voor hem en in 1934 kwam hij in Polen
terecht, waar hij ook trouwde. Hij werd meer 'Pool dan
de Polen'.
Na de bezetting van Polen, sloot Stefanoff zich aan bij
de ondergrondse. Volgens Krystyna Stopa heeft hij zeker
150 mensen gered door ze over de grens met
Tsjecho-Slowakije te zetten. De Duitsers pakten hem tot
tweemaal toe op en hij kwam samen met zijn vrouw
uiteindelijk in verschillende concentratiekampen
terecht. Hij werd bevrijd toen hij in Bergen-Belsen zat.
Vlak daar in de buurt zat de 1e Poolse Pantserdivisie
van generaal Maczek als bezettingsmacht. Stefanoff werd
als burger in dienst genomen en werd tekenleraar voor
Polen die in Duitsland te werk waren gesteld en nog niet
naar vaderland terugkonden, waar inmiddels de Russen
zaten.
Stefanoff kwam met Macezek mee naar Nederland en dus
naar de regio Breda. Hij maakte onder andere de grote
triptiek voor Breda die in het Generaal Maczekmuseum te
zien is. Hij hield een aantal tentoonstellingen waar hij
zijn werk verkocht en als gevolg daarvan moeten er nog
veel schilderijen in Nederland in omloop zijn. In
Nederland en Polen zijn er naast het Bredase museum geen
andere musea waar zijn schilderijen te zien zijn. Wel in
Italië, en andere landen in Zuid-Europa. Het
Maczekmuseum wil in de toekomst graag een
tentoonstelling maken over Poolse kunst gerelateerd aan
de 1e Poolse Pantserdivisie, die Breda bevrijd heeft.
Daarom wil Krystyna Stopa meer te weten komen over
Stefanoff.
Artikel uit BN/DeStem
Ook 'Bredase' films in Maczekmuseum
Van onze verslaggever
Zaterdag 14 september 2002 - BREDA - Het Generaal Maczek
Museum in Breda, dat morgen tussen 14.00 en 17.00 uur
weer open is voor het publiek, vertoont dan de film
Idziemy Ook heeft het museum films van Breda in
oorlogstijd en tijdens de bevrijding in zijn collectie.
Daarop zijn de gevechten te zien, maar ook de vreugde
van de bevolking na de bevrijding in oktober 1944. De
meeste belangstelling van de bezoekers gaat normaal
gesproken toch uit naar de film Idziemy met authentiek
materiaal over het verblijf van Poolse militairen in
Schotland, waar de vorming en training van de 1e Poolse
Pantserdivisie plaatsvond en de inzet bij de invasie en
de opmars van de Polen tot en met de Duitse havenstad
Wilhelmshafen. Die video wordt morgen vrijwel permanent
vertoond. De 'Bredase' films worden op aanvraag gedraaid
en zijn volgens Krystyna Stopa van het museum ook op
video te koop. Het museum toont veel herinneringen,
authentieke foto's, landkaarten, uniformen en
onderscheidengen.
Naast deze expositie beschikt het
museum in de Trip van Zoudtlandtkazerne (tijdelijke
ingang Lovensdijkstraat) over een bibliotheek met
ongeveer drieduizend boeken.
Er komen niet alleen geïnteresseerde Nederlanders, maar
ook tweede en derde generatie afstammelingen van de
Poolse veteranen, die precies willen weten wat hun vader
of opa heeft meegemaakt tijdens de oorlog. Dat zijn,
weet Krystyna Stopa, vaak zoektochten vol emoties.
Dat is ook het geval bij mevrouw Metselaar-Dam uit
Breda, die foto's heeft van Poolse militairen die in
1944 en 1945 bij haar ouders waren ingekwartierd. Ze is
op zoek naar die Polen, maar is in de loop van de jaren
de namen volledig kwijtgeraakt. Ze is een van de
bezoeksters van het museum. Het zijn militairen die in
het 1e Regiment Antitank Artillerie van de 1e Poolse
Pantserdivisie zaten en die divisie stond onder leiding
van generaal Stanislaw Maczek. Het museum wil graag de
namen weten van de militairen (tel. 5274089 of e-mail
info@maczekmuseum.nl).
Bezoekers van het museum moeten morgen wel een
identiteitsbewijs meenemen, want het museum bevindt zich
op militair terrein.
Artikel uit BN/DeStem
De Poolse hoofdstad van Nederland
Door Peter de Leeuw
Zaterdag 23 maart 2002 - BREDA - 'De hoofdstad van de
Polen in Nederland' zo wordt Breda wel genoemd. De
culturele vereniging Polonia, dansgroep Mazur, sportclub
Kaszub zijn voorbeelden van Pools leven onder de Grote
Toren.
De stad telt naar schatting vijfhonderd inwoners van
Poolse origine, Nederland ongeveer vijftienduizend. Jos
van Alphen (69) heeft al bijna zijn leven lang grote
belangstelling voor Polen. Die interesse voert terug
naar de bevrijding van Den Hout, waar zijn vader
onderwijzer was.
"'Meester, het zijn Polen', werd ons gezegd. We zaten in
de schuilkelder en dachten dat de Tommies ons zouden
bevrijden. Polen? Hoe kwamen die hier?"
Van Alphen is bijna 58 jaar na de bevrijding een van de
drijvende krachten achter het Generaal-Maczekmuseum,
gevestigd in een gebouw van de Trip van
Zoudtlandtkazerne in Breda. Hij geeft vanaf komende
dinsdag voor volksuniversiteit De Brede Aa een cursus
over de band tussen Breda en Polen.
"Het is puur toeval dat de Polen Breda hebben bevrijd.
Je kunt zeggen dat door de beweging van het front de
Eerste Poolse Pantserdivisie hier terechtkwam. Later
zijn daar hele verhalen over verteld, maar dat is
onzin."
Nadat de pantserdivisie onder bevel van generaal
Stanislaw Maczek grote delen van Zeeuws-Vlaanderen en
West-Brabant had bevrijd, stokte het front eind 1944. De
manschappen overwinterden in Breda. In en na de oorlog
trouwden ongeveer driehonderd Polen met Bredase meisjes
en tachtig een Oosterhoutse. Inmiddels is er een tweede
en derde generatie Bredanaars en Oosterhouters met
Poolse wortels. Volgens Van Alphen leven nog veertig
veteranen van de pantserdivisie tussen Mark en Aa.
"Het klinkt misschien gek van een bejaarde, maar in de
eerste les ga ik vertellen hoe je als kind een oorlog
beleeft. We konden niet naar school, want daar zaten de
Duitsers. We mochten niet vliegeren, want dat hadden de
Duitsers verboden. Waarom? Dat weet ik nog steeds niet.
We hebben heel grote veranderingen meegemaakt. Op 10 mei
1940 stond de radio heel de dag aan. Dat was nog nooit
voorgekomen. Voor de oorlog deed je dat niet. Nu kijk je
op televisie naar rechtstreekse beelden van
bombardementen in Irak."
De Poolse bevrijders konden na de oorlog niet terug naar
hun vaderland, omdat zich in Warschau een communistisch
regime vestigde. "In Noord-Duitsland maakten ze van het
stadje Haren een Poolse enclave. Die noemden ze Macków,
naar generaal Maczek. Uit heel Duitsland gingen Polen
daarheen."
"De Polen in Breda verfden hun uniform zwart en gingen
aan de slag bij Backer en Rueb, De Etna, de Kunstzij. Ze
spraken een paar woorden Duits. Maar dat was indertijd
niet populair. Met Engels konden ze ook niet terecht bij
de chef van de werkplaats. Ze hadden dus een enorm
taalprobleem. En ze moesten zich elke maand melden bij
de Vreemdelingendienst. Dat zit ze nog steeds dwars.
Veel Polen zijn rechtlijnig, maar het zijn
onverzettelijke werkers", zegt Van Alphen.
De Polen hebben een lange traditie van emigreren. In
Chicago zijn wijken waar je alleen maar politieagent
kunt worden als je Pools spreekt. In het leger van
Napoleon vochten Polen. In Duitse, Franse, Belgische,
Nederlandse mijnen werkten Polen. "Ik ben in
Calonne-Ricoeur in Noord-Frankrijk geweest. De helft van
het dorp spreekt Pools, de andere helft Tsjechisch. De
kerk houdt de emigratie in de gaten. Je hebt de Poolse
Katholieke Missie en die zorgt overal ter wereld voor
priesters voor de emigranten. Onder het communisme is
dat ook gewoon doorgegaan."
Van Alphen bezoekt met zijn cursisten het
Generaal-Maczekmuseum, waar hij ook een film over de
pantserdivisie vertoont.
De cursus bestaat uit vier lessen op dinsdagavonden, van
19.30 tot 21.45 uur, en wordt gehouden in het Florijn
College aan de Wilhelminasingel. De prijs is 38,12 euro.
Aanmelden kan bij De Brede Aa, Dr. Van Mierlostraat 37,
076-5217233
Artikel uit BN/DeStem
'Dit is niet zo maar een vaandeltje'
Van onze verslaggever
Zaterdag 17 augustus 2002 - BREDA - Vaandels speelden en
spelen een belangrijke rol in het leven en leger van
Polen. De uitreiking van een nieuw vaandel aan een
legeronderdeel of een instituut is steevast een groot
evenement.
Vandaar ook dat het Generaal Maczekmuseum in Breda het
vaandel koestert dat in zijn bezit is. Morgen kan dit
vaandel bekeken worden in het museum op de Trip van
Zoudtlandtkazerne (ingang Lovensdijkstraat), dat dan
weer open is van 14.00 tot 17.00 uur.
De Bredase oud-strijder Jan Krzeminski (80) en Krystyna
Stopa van het museum zeiden deze week: "Het is niet zo
maar een vaandeltje, het is het symbool van het bloed
dat voor de vrijheid is gevloeid. Wij voelen aan dat een
vaandel voor de Polen belangrijker is dan voor
Nederlanders. Het mocht ook nooit in handen vallen van
de vijand en vaandels worden in en door Polen nog vaak
gebruikt bij plechtigheden." Het vaandel uit het Bredase
museum wordt bijvoorbeeld altijd meegevoerd bij de
herdenking van de bevrijding van Breda op het Poolse
erekerkhof aan de Ettensebaan.
Eind oktober 1945 vond er op de KMA zo'n grote
plechtigheid plaats. Burgemeester Van Slobbe
overhandigde als dank voor de bevrijding namens de
Bredase bevolking een vaandel aan de Poolse bevelhebber
generaal Maczek. Die gaf het doek op zijn beurt door aan
de soldaten van het 8e bataljon, dat een belangrijke rol
had gespeeld bij de bevrijding van Breda. Dat vaandel is
al vrij snel na 1945 terechtgekomen in het
Sikorski-Instituut in Londen, uit vrees dat het in Polen
in handen van de communisten zou vallen. In dat
instituut is om die reden nog veel meer opgeslagen.
Krzeminski, die in 1945 vaandelwacht was, en Stopa hopen
dat het vaandel ooit nog eens terugkomt naar Breda, maar
hebben daar niet al te veel hoop op. De schilder
Stefanoff heeft een groot schilderij gemaakt van de
plechtigheid, dat ook in het museum hangt. Tijdens de
Nationale Taptoe wordt de vaandeloverhandiging
nagespeeld.
Maar al met al zaten de Polen die in de regio-Breda waren achtergebleven dus zonder vaandel in het begin van de jaren vijftig. Daarop is onder Polen en andere Bredanaars een inzamelingsactie op touw gezet zodat een firma in Versailles een kunstzinnig vaandel kon maken. Aan de ene kant staat de Poolse Witte Adelaar en de andere kant is versierd met een afbeelding van de Madonna van Czestochowa. In oktober 1951 werd het in aanwezigheid van opnieuw generaal Maczek overhandigd aan de Bredase Polen. Dat vaandel, waarvan de stok voorzien is van insignes met de namen van alle 'sponsors', is wél in het museum te vinden. Het wordt beheerd door de nieuwe Vereniging van de 1e Poolse Pantserdivisie, kring Nederland, die dat werk heeft overgenomen van de PTK, de Poolse katholieke vereniging. Morgen is in het kleine, maar interessante museum op de kazerne ook nog de film te zien van de Poolse opmars in de Tweede Wereldoorlog en de expositie Van Baarle-Nassau tot Moerdijk, over de bevrijding van een groot aantal plaatsen in de regio is ook nog steeds te zien.Meer informatie over het museum via http://www.maczekmuseum.nl of tel. 076-5274089.
| Laatst bijgewerkt 31-12-2008 |
|