| Emmen 10 april 2006 |
|
Vereniging 1e Poolse Pantserdivisie Nederland |
| |
Emmen herdenkt de Poolse strijders.
Op dinsdag 10 april 1945 werd Emmen vanuit
Coevorden door de Polen bevrijd. De divisie Polen, die op 7 april 1945 vanuit
Breda waren vertrokken, moesten een versterking vormen voor de Canadezen die
reeds tot Coevorden waren doorgedrongen. De Poolse divisie was samengesteld uit
Polen die op allerlei manieren in Engeland waren terecht gekomen en bestond uit
een pantserbrigade, een artilleriebrigade en een brigade gemotoriseerde
infanterie met een ondersteuningseenheid en een commando eenheid. Met 400
voertuigen, 450 kannonen en 400 tanks was het een geduchte eenheid. De Canadezen
trokken richting Zuidwest Drenthe terwijl de Polen noordwaarts gingen. Majoor
Wasilewski wist al na een korte maar hevige strijd de Oosterhesselse brug nabij
Wachtum te veroveren. Het hoofdkwartier van de staf arriveerde op 10 april 1945
bij
Dalen, en gaf majoor Wasilewski opdracht naar Emmen door te stoten.
Wasilewski splitste het eskadron in tweeën. Om drie uur 's middags trok één
helft via Zweeloo en Noord Sleen, de andere helft via Holsloot en Erm.
De Duitsers hadden zich o.a. ingegraven nabij de trambrug over het Oranjekanaal.
Ze lieten de Polen zeer dicht naderen en openden pas het
vuur toen die op 100 meter afstand waren gekomen. Die waren daardoor wel verrast
maar de Cromwell tanks bleven de Duitse stellingen bestoken die door hun vuren
de plaats van hun stellingen prijs hadden gegeven.
Onderwijl reden de carriers op het kanaal af en probeerden de Poolse manschappen
de overkant van het kanaal te bereiken. Toen dat gelukt was
stopten de Poolse kannonen met bulderen en konden de Polen de Duitse linies
betreden. Het gevecht bij Noordbarge had ruim een uur geduurd,
waarbij 17 boerderijen en schuren in brand waren geschoten of verwoest maar had
tot gevolg dat om 5 uur de plaatselijke bevolking was bevrijd.
Behalve in Noordbarge werd er ook gevochten bij Zuidbarge en Westenesch waarbij
ook de nodige huizen en schuren werden verwoest. Ook het station van de N.O.L.S.
in Zuidbarge werd verwoest.
Om 7 uur vluchtten, volgens ooggetuigen, de laatste Duitsers richting Weerdinge
en het was rond half acht als de Wilhelminastraat en de Hoofdstraat veel
zingende en juichende mensen zijn. Diezelfde dag wordt ook Schoonoord nog
bevrijd en een dag later volgen Weerdinge en Odoorn. De Duitse bezetting had op
de dag af vier jaar en elf maanden geduurd. Onder leiding van Zegering Hadders
die door het Militair Gezag op woensdag 11 april 1945 tot waarnemend
burgemeester werd benoemd, kon een aanvang worden gemaakt met de opbouw van een
nieuw en groter Emmen.

De Hoofdstraat in de jaren 40'/50'
Poolse tanks bij cafe Prins
Poolse tanks in de Wilhelminastraat
Gaarkeuken aan de Allee
Herinneringen van ooggetuigen:
Eén van de mensen die Gerrie van der Veen bezocht om iets te vertellen over de
laatste bange dagen was mevrouw Soenveld Pol. Zij woonde in april 1945 op de
hoek Weerdingerstraat Hoofdstraat bij haar ouders in en "weet zich nog veel te
herinneren over deze chaotische tijd", zoals zij het
noemde. "Er was eigenlijk niemand die nog werkte, daar waren we te opgewonden en
te zenuwachtig voor. Iedereen zat te wachten op de
bevrijders. Op 10 april tegen 7 uur in de avond zagen we de laatste vrachtwagens
met Duitse soldaten over de Weerdingerstraat richting Weerdinge vluchten. Even
later kwamen de Poolse bevrijders. Ze stelden een mitrailleur op bij ons huis,
vanwaar ze de Weerdingerstraat konden
overzien. Ik kan me deze gebeurtenissen nog als de dag van gisteren herinneren.
Waarschijnlijk komt dat omdat ik in die laatste oorlogsdagen
na zes en halve maand zwangerschap moest bevallen van een tweeling. Deze veel te
vroege bevalling was het gevolg van de spanning waarin wij toen leefden. De
baby's, die ontzettend klein en zwak waren, zijn op de dag van geboorte helaas
overleden...... Aan het bevrijdingsfeest heb ik niet mee kunnen doen omdat ik
daar nog te zwak en te emotioneel voor was".
Ook Harmke Rossing weet zich nog het een en ander te herinneren. "De laatste
week tijdens de Duitse bezetting was echt chaotisch. Een
familielid van ons werkte op het postkantoor en wist via de telefoonverbindingen
precies waar de (Poolse) bevrijders zich bevonden.
Natuurlijk waren we allemaal erg opgewonden en zenuwachtig. De laatste dag werd
er fel gevochten. Onze overbuurman Jan Aikes was in zijn tuin aan het werk toen
plotseling kogels over vlogen. Hij maakte dat hij in huis kwam.
's Avonds rond een uur of zeven waren de Duitse soldaten allemaal vertrokken,
een half uur later kwamen de Polen Emmen binnen. De Wilhelminastraat en de
Hoofdstraat stroomde vol met zingende en juichende mensen. Iedereen, was door
het dolle heen en overal kwamen de rood wit blauwe vlaggen te voorschijn. Het
weer was die dag prachtig en dat alles droeg natuurlijk bij aan de feestelijke
stemming. Toen we voor de eerste keer het Wilhelmus weer hoorden liepen ons de
tranen over de wangen. Dat moment zal ik, zolang ik leef, nooit meer vergeten".
De familie Roede in Westenesch zal de laatste oorlogsdag altijd bijblijven. "Bij
Noordbarge werd fel gevochten, maar ook bij ons in
Westenesch ging het er even heet aan toe. De boerderijen van onze overburen, die
van de familie Wichers en Reinders, raakten door een vuurgevecht in brand. De
bewoners konden gelukkig tijdig ontkomen, het vee stond echter nog op stal.
Vanuit onze schuilkelder zagen en hoorden we hoe de koeien en het paard in de
boerderij verbrandden. Dat was werkelijk verschrikkelijk om mee te maken. We
zagen hoe het paard wild sprong in de vlammenzee. Het schopte en hinnikte in
hevige angst, we konden echter niks doen.
Ook onze woning lag in het schootsveld en de kogels gierden over ons heen. Als
door een wonder werd het rietendak van ons huis echter niet
getroffen. Door de schokkende ervaringen hadden wij geen zin om 's avonds mee te
doen met de feestvreugde. De gebeurtenissen hadden ons daarvoor te veel
aangegrepen".
Henk Bos heeft in geen enkel geschrift terug kunnen vinden dat in de
jeugdherberg kinderen van NSBers waren gelegerd. Ze kwamen zonder ouders,
(voor zover zijn herinnering gaat) voornamelijk uit Zeeland. Voornamelijk de
jongens werden militair gedrild. Ze gingen samen met hem naar school 1
en marcheerden van en naar school. Onderling was er een strenge hiërarchie. Na
de oorlog werden die kinderen met anderen ondergebracht in
de Landbouw Winterschool. Henk zijn zuster, net 16 jaar oud, speelde daar
verpleegster. De leidster aldaar was een gediplomeerde zuster en "Wimpie" Eising
een soort conciërge.
Nawoord:
Ondanks het gevoelige karakter van het onderwerp heeft Historisch Emmen gemeend
over deze bewogen jaren te moeten publiceren, zonder iemand, of nabestaanden, te
kort te willen doen of in aanzien te willen beschadigen en hoopt dat daar begrip
voor is.
| Laatst bijgewerkt 03-01-2008 |
|