| Emmen 9 april 2005 |
|
Vereniging 1e Poolse Pantserdivisie Nederland |
| |
De oorlog heeft me verscheurd: tussen Polen en Nederland.
Jozef Majkowski (71) bevrijdde in 1945 met de Eerste Poolse pantserdivisie onder meer Emmen, waar hij nu woont. “Ik was een van de jongste en de kleinste van de eerste Poolse pantserdivisie. Een ventje in een uniform met twee strepen. Een echte soldaat kon je me nauwelijks noemen. Ze hadden me in drie dagen schieten geleerd en dat was mijn hele opleiding. Nog geen week nadat ik zelf bevrijd was uit een werkkamp in Normandië, zat ik in een vrachtwagen naar het front, met zes Poolse kampgenoten. Ik had anderhalf jaar in verschillende Duitse werkkampen gezeten. Toen we toevallig de Poolse pantserdivisie voorbij zagen trekken, hebben we ons maar aangesloten. Het was zomer 1944, vlak na D-Day. Ik dacht: nog even met de pantserdivisie door Nederland en Duitsland, en dan ben ik weer thuis. Mijn 21-ste verjaardag vierde ik in Terneuzen. Het eerste optimisme was er toen al af. Bij de gevechten rond het dorpje Axel, in Zeeuws-vlaanderen, waren 26 jongens gesneuveld. Ik had geluk gehad. Een paar dagen later, bij de opmars naar Breda, was het alsnog raak. M'n hele rug vol granaatscherven. 's Middags lag ik veilig in een Engels hospitaal en dacht opgelucht: voor mij is nu de oorlog afgelopen. Maar met Pasen 1945 was ik terug bij mijn divisie. De bevrijding van Drenthe was nogal makkelijk.
De Duitsers waren al gevlucht. We reden gewoon van dorp naar dorp. Polen kwam elke dag dichterbij. De week voor de capitulatie ben ik bij de laatste gevechten voor de tweede keer gewond geraakt - ik was een pechvogel. Wat de bevrijding voor mij betekende? Lastige vraag. Ik ben in 1944 uit het werkkamp bevrijd - dat was een duidelijk moment. Maar daarna... Ik hoopte dat 'de bevrijding' betekende dat ik op een goed moment weer eens naar huis kon, mijn ouders weer zou zien, weer door de beukenbossen bij onze boerderij zou zwerven. Maar steeds was er nieuw uitstel. Duitsland werd bezet. Anderhalf jaar bleven we daar nog. Toen was me inmiddels ook duidelijk geworden dat ik in mijn eigen land, onder het nieuwe communistische regime, niets meer te zoeken had. Ik kon wel terug, maar ik wilde niet meer. Zelfs mijn vader schreef: 'Jozef, blijf daar, het is beter voor je'. Wie niet terugging, raakte de Poolse nationaliteit kwijt. Je moest dus echt kiezen. Dat klinkt dramatisch, maar ik was jong, en bovendien heb ik me altijd makkelijk aangepast aan de omstandigheden. Ik red me overal wel. Het was geen moeilijke keuze. Bijna alle jongens uit mijn groep zijn in Nederland terechtgekomen, ook mijn broer, die net als ik bij de pantserdivisie heeft gevochten. Nederlandse bedrijven boden ons banen aan. Ik ging in december 1946 naar Emmen, want daar vroegen ze een horlogemaker - precies mijn vak. Spijt heb ik nooit gehad. Het is me goed gegaan in Emmen. Ik leerde er mijn vrouw kennen, we hebben twee kinderen gekregen en hebben samen een grote juwelierszaak opgebouwd.
Toen mijn zoon een paar jaar geleden de zaak overnam, hadden we twaalf man personeel in dienst. Alles zelf verdiend, we hebben nooit een cent hypotheek gehad. We zijn in pure armoe begonnen maar het waren de jaren van de wederopbouw: we kregen het elk jaar beter. Maar we hebben er ook keihard voor gewerkt. De naam 'Majkowski' kent iedereen in Emmen. Als ik bij mijn klanten thuis kom, halen ze alle sieraden en uurwerken tevoorschijn die ze in de loop van jaren bij onze zaak hebben gekocht. Je hebt een band gekregen met die families. Dat is leuk. Ze willen ook steeds opnieuw mijn verhaal horen, alles over generaal Mazek, over de Poolse pantserdivisie, over mijn zwerftocht door bezet Duitsland. Dus ik vertel opnieuw en opnieuw. Maar thuis praten we er eigenlijk nooit over, ook al liggen er onder de oppervlakte bij mij nog veel emoties. Oorlogsfilms kan ik nog steeds niet zien. Na mijn auto-ongeluk op mijn veertigste heb ik mezelf eindelijk gegund om in de zomer in Zeeland op vakantie te gaan en in Axel de jaarlijkse herdenking bij te wonen voor Poolse oud-strijders. We gaan nog steeds elk jaar en het doet me erg goed. Axel zet ons echt in het zonnetje, in andere plaatsen die we hebben bevrijd komt die waardering nu pas, vijftig jaar later. Ook in Emmen. Mijn geboortedorp heb ik pas twaalf jaar na de bevrijding voor het eerst weer teruggezien. Ik kreeg steeds geen visum van de Poolse ambassade, en toen ik eindelijk toestemming had, leefde mijn moeder al niet meer. Ik heb haar nooit meer gezien.
De oorlog heeft me verscheurd: als ik in Nederland ben, mis ik Polen en als ik in Polen ben, mis ik Nederland. Ik denk Nederlands, na al die jaren. Ik erger me aan wat er van mijn geboorteland is geworden. Maar zo is het nu eenmaal. Ieder heeft zijn lot en het mijne was zo slecht nog niet.
Een Pools-Nederlandse ontmoeting.
Het Poolse koor zat al in de bus, klaar om weer af te reizen naar hun gastgezinnen, toen er een raar in een zwarte pantjesjas gestoken mannetje met het verzoek kwam te assisteren bij het zingen van een Pools lied. Insiders gaat nu onmiddellijk een licht op: dat moet Jan Goeree geweest zijn, één van de opperstalspreekmeesters en doorluchtig voorzitter van het Smartlappenkoor “Heerlijk Leed” uit Emmen. Het moet nu toch even gezegd: Jan mag dan af en toe - en dan het liefst op vrij cruciale momenten - een geheugen als een zeef hebben, maar aan fantasierijke en wilde ideeën ontbreekt het hem niet.
Zo kon het dan ook gebeuren dat op zaterdag 9 april 2005 tijdens een optreden van ons koor een stel in Poolse klederdracht gestoken heren en vooral dames binnenwandelde in de wereld van glas en beton van het Emmense winkelcentrum “de Weiert” om zich spontaan tussen de rijen van “Heerlijk Leed” op te stellen. Wubby had zich namelijk ter gelegenheid van het 60-jarig bevrijdingsfeest van Emmen op haar archief gestort en daar het schone lied “Plynie Wisla, plynie” uit opgediept. Ooit, een jaar of vijf geleden, was dit lied al eens door “Heerlijk Leed” vertolkt en had toen de nodige emotie en ontroering bij toen aanwezige Poolse bezoekers veroorzaakt en nu deed zich nóg eens een gelegenheid voor dit lied andermaal te zingen. Twee woensdagavonden hebben we de kans gehad ons de van een overdreven hoeveelheid medeklinkers voorziene tekst (Kto go raz pokochal, nie zapomni w grobie) min of meer eigen te maken en toen moest het dan maar gebeuren. Als we het op eigen kracht hadden moeten doen, was het volgens mij nog een beetje een probleem geworden, maar dank zij de briljante inval van Jan en de steun van de dames en heren van het Poolse koor klonk het zó goed dat we zelfs twee maal hebben gezongen. Vervolgens bracht het Poolse koor nog een tweetal andere Poolse liederen om daarna het “podium” weer aan ons en onze collega’s van Millenniumleed uit Emmercompascuum te laten en vrolijk zwaaiend het winkelcentrum verlieten. Voor ons en hopelijk ook voor onze Poolse “collega’s” was het een leuke en hartverwarmende ervaring.

Oud-strijders bij herdenking Poolse tank in Wilhelminastraat 1945 Poolse tank bij café ,,De Prins,,1945
| Laatst bijgewerkt 03-11-2007 |
|