| Breda 30 oktober 2005 |
|
Vereniging 1e Poolse Pantserdivisie Nederland |
| |
Herinnering uit de eerste dagen der bevrijding van Breda op 29 oktober 1944 van 1e Lt. Roman Stolarz.
29 oktober 1974.
Hoe dan ook je blijft je herinneren. Al 30 jaar is de tweede wereldoorlog nu voorbij, daarom heb ik besloten de meest emotionele herinneringen op papier te zetten, omdat ik deze al lang voor me heb gehouden.
Vroeg in de ochtend, trok ik met mijn compagnie, het 9e Bataljon, later het 9e bataljon Jagers van Vlaanderen, gedecoreerd door prins Karol, Regent van België, met het Belgische oorlogskruis van Nestel, vanuit Bavel langs de Valkenierslaan, Overakkerstraat via de Prins Hendrikstraat en Molengrachtstraat naar het centrum van Breda. Op de tegenwoordige Generaal Maczekstraat, deel van de Poolseweg, stopten we. Er waren geruchten dat de Duitsers die in de Chassekazerne gelegerd waren, een van hun aanvallen op ons wilden uitvoeren. De straten werden afgezet en het 2e peloton van onze 1e compagnie patrouilleerde in de straten van waaruit de Duitsers eventueel zouden kunnen aanvallen. De voorposten van mijn peloton waren in de Vijverstraat en het Wilhelminapark. Onder mijn jongens heerste een aangename sfeer, zij waren ondanks alles wat ze al meegemaakt hadden in de oorlog niet gespannen, net zo als alle andere voorgaande afwachtende op een aanval van de tegenstander. Twee van mijn jongens, Alex Kornilloff en Ryszard Puzia, hadden contact gekregen met een onderwijzersgezin uit de Vijverstraat.
Samen met mijn collega, Leon Czertok, stond ik te praten toen wij opeens een vrouw naar ons zagen wuiven, die in een prachtig hoekhuis aan de Vijverstraat 15 woonde. Na enig overleg, want we moesten op onze hoede zijn voor alles en iedereen, besloten wij naar de vrouw toe te gaan. Bij haar huis aangekomen vroeg ze of wij samen met haar iets wilden drinken, hetwelk wij accepteerden. Wat we te drinken kregen, de smaak ervan althans, kan ik me niet meer herinneren: het zal wel surrogaat koffie geweest zijn. De conversatie was in het Engels, omdat wij haar anders en zij ons niet kon verstaan. Leon sprak niet veel, zelfs niet toen zij ons vertelde dat haar man in Duitsland in krijgsgevangenschap zat. Hij was majoor bij de landmacht.
Doordat de tuindeuren openstonden kon Leon een piano zien staan. Eerst twijfelde hij, maar toen vroeg hij toch aan onze gastvrouw of hij wat op de piano mocht spelen, daar hij een verwoed pianospeler was en sinds de oorlog geen kansen meer had gehad om nog eens te kunnen spelen. Zij vond dit een prachtig idee en in de huiskamer luisterden wij naar pianospel van Leon. Doordat ik zo aandachtig naar Leon had geluisterd, had ik niet bemerkt dat de gastvrouw uit de kamer was gelopen. Ik werd bedachtzaam, tikte Leon op de schouders en zei dat hij met spelen moest ophouden, want ik voelde dat er hier niet alles verliep zoals dat hoorde. Wat er enkele minuten daarna gebeurde zal ik mijn hele leven niet meer vergeten.
Langzaam ging de kamerdeur open, onze gastvrouw kwam weer binnen, maar wat was dat nu, wie stond er achter haar? Het was een oud vrouwtje, schichtig, ja zelfs bang en weer was het nu omdat zij blij was ze iemand zag, een typisch mensje. Dit ging zo enkele seconden door totdat ze in de gaten had, dat wij geen Duitsers waren, tenminste ze zag geen Duitse uniformen. Uiteindelijk ging ze dan toch met onze gastvrouw de kamer binnen. Toen wij aan elkaar voorgesteld waren keek de gastvrouw ons strak in de gezichten, zij wilden onze reacties niet mislopen. De gastvrouw die nooit over deze zaak iets gerept had, maar ons vertelde dat ze voelde dat de oorlog ten einde liep, wij de bevrijders waren en wij ook niets over dit geval zouden doorvertellen, kon nu niet langer haar mond houden en stak van wal, ook omdat ze van het oude vrouwtje toestemming had gekregen het te vertellen.
Het oude vrouwtje was een Jodin en had sinds de oorlogjaren bij onze gastvrouw onderdoken gezeten. Omdat de man des huizend was opgepakt, waren zij bang dat ook het oude vrouwtje gepakt zou worden en getransporteerd. Toen mevrouw haar hele verhaal had verteld, keek ik naar Leon en zag dat hij de tranen in zijn ogen had staan. Ik klopte op de schouder, want ik wilde hem laten merken, dat we het vrouwtje niets zouden doen en hun overtuigen dat we ook niets zouden doorvertellen. Leon zei echter niets, stond op en liep naar het vrouwtje, die bang van hem werd en ging hem staan aanstaren. Ineens omhelsde Leon het vrouwtje en liet nu zijn tranen in de vrij loop, want nu kon hij eindelijk ook het vrouwtje vertellen dat hij Jood was en vanzelfsprekend ook de hele oorlog in angst gezeten had.
Zelfs ik wist niets van Leon. Nu ik dit tafereel zag van twee wildvreemde mensen, die elkaar ineens omhelsde was het net of moeder haar zoon had teruggevonden en omgekeerd. "De oorlog zal nu gauw voorbij zijn, dan hoeft U niets te vrezen en kunnen we eindelijk weer eens normaal leven gaan leiden", sprak Leon. Nu ging hij weer naar de piano en bleef een hele lange tijd door zitten spelen met het vrouwtje aan de piano staand, om hem toch maar een prettige middag te kunnen bezorgen. Daarna werden nog vele verhalen verteld en veel gelagen en tenslotte was het voor ons allemaal een zeer geslaagde middag geworden.
Deze geschiedenis kon ik niet langer meer voor me houden, want van de oorlog worden alleen maar keiharde feiten naar voren gehaald en nooit wordt zo een mensen lievend tafereel verteld, zodoende …
Geschreven door:
Commandant van het 1e poloton,
1e Compagnie, 1e Lt. Roman Stolarz van het 9e Bataljon
(vanaf 1 juli 1945 het 9e bataljon Jagers van Vlaanderen)
| Laatst bijgewerkt 03-01-2008 |
|