| De grenzen van Polen |
|
Vereniging 1e Poolse Pantserdivisie Nederland |
| |
Grenzen Polen
Aan het eind van de Eerste Wereldoorlog bepaalde het Verdrag van Versailles dat Duitsland kleine Nedersilezische gebieden moest afstaan aan Polen, terwijl Oppersilezië onderworpen werd aan een volksraadpleging. De bevolking koos in meerderheid voor Duitsland, maar Oppersilezië werd op last van de entente toch verdeeld tussen Duitsland en Polen: industriesteden als Katowice (Kattowitz) kwamen aan Polen. Oostenrijks-Silezië kwam grotendeels aan de nieuwe staat Tsjecho-Slowakije, terwijl Tesin (Duits: Teschen, Pools: Cieszyn) na een volksraadpleging werd verdeeld tussen Tsjechoslowakije en Polen. Deze stad bleef nog lang een twistappel tussen Tsjechoslowakije en Polen. Sinds 1992 behoort deze gedeelde stad tot Tsjechië en Polen.
Het enige gedeelte van Silezië dat in 1945 Duits is gebleven, is te vinden in de deelstaten Brandenburg en Saksen: de steden Görlitz, Niesky en Hoyerswerda zijn vanouds Silezisch. Görlitz is een gedeelte stad: de Neisse scheidt de stad in een Duits en een Pools deel (Zgorzelec).
Grensverschuiving in 1945
De nationale
grenzen die we in de Euroregio Neiße vinden zijn pas na de Tweede
wereldoorlog definitief geworden. Duitsland was voor de Tweede
Wereldoorlog veel groter.

Na 1945: vier sectoren, gebiedsverlies
De huidige
grens met Tsjechië had voor de Tweede Wereldoorlog ook al bestaan,
maar Polen begon toen pas veel verder naar het Oosten. In 1945 werd
bij de capitulatie van Duitsland echter een nieuwe grens tussen
Polen en Duitsland getrokken: de Oder-Neiße grens.
Dat was een tamelijk willekeurige grens. In het verleden hebben in
het gebied vele grenzen gelopen: tussen Saksen, Pruisen en Bohemen.
Of tussen Pruisen (en later het Duitse Rijk) en Oostenrijk-Hongarije.
Maar nooit was de rivier de Neiße de grens. Dat had tot gevolg dat
ook sommige steden werden gesplitst. In 1945 lag het oostelijke deel
van Görlitz plots in Polen. Ook van de stad Guben lag na 1945 een
deel in Polen en een deel in de DDR.
Alles ten oosten van deze Oder-Neiße grens kwam bij Polen, alles ten Westen daarvan werd de Sovjet-bezettingszone. In 1949 werd dat de DDR, ofwel Oost-Duitsland. Duitsland moest dus na de Tweede Wereldoorlog een groot deel van haar grondgebied opgeven. Het grootste deel van Silezië en Pommeren en geheel Oost-Pruisen werden Pools of Russisch grondgebied. Polen kreeg er daardoor een groot gebied in het westen bij. Zij verloren echter een groot stuk gebied ten in het oosten. Dat werd ingenomen door de Sovjet-Unie. Polen werd in 1945 als het ware 200 kilometer naar het westen verschoven.

Grensverschuivingen van Polen
Dit had grote
gevolgen voor de mensen die in deze gebieden woonden. De Duitsers
die er woonden, moesten vertrekken van de Poolse regering. In totaal
zijn ongeveer 14 miljoen van deze ‘Heimatvertriebene’ uit de
voormalige delen van het Duitse rijk vertrokken. In het begin
hoopten zij nog dat ze zouden kunnen terugkeren, maar al snel werd
duidelijk dat dat niet mogelijk zou zijn.
Maar er zijn niet alleen Duitse ‘Heimatvertriebene’. De Polen
die het gebied aan de grens met Duitsland gingen bevolken, hadden
daar eerder nooit gewoond; er woonden tenslotte bijna uitsluitend
Duitsers in dat gebied. Veel van de mensen die er kwamen wonen waren
zelf verdreven uit de gebieden die Polen in het oosten verloren had
[Verdreven
maar niet vergeten: het verleden bespreekbaar?].
Ook uit Tsjechië zijn na de Tweede Wereldoorlog veel Duitsers
verdreven. Dit waren de zogenaamde Sudetenduitsers. In het
Tsjechische deel van de Euregio Neiße woonden voor de oorlog echter
niet alleen maar Duitsers. De bevolking was daar gemengd en
bovendien kwamen gemengde huwelijken tussen Duitsers en Tsjechen er
tamelijk veel voor.
De grens in de DDR tijd
Ondanks het
feit dat de Neiße grensrivier was tussen socialistische
‘broedervolken’, waren er maar weinig grensoverschrijdende
contacten. De economische samenwerking binnen de Comecon had zeker
niet hetzelfde effect op de contacten tussen landen als de
economische samenwerking in de Europese Gemeenschap. De voor vele
verdreven Duitsers en Polen dramatische gebeurtenissen van na de
Tweede Wereldoorlog werden ook het liefst doodgezwegen.
De landen van het communistische blok werden zeer centraal
geregeerd. Alle vitale contacten waren daarom op de hoofdstad
gericht
[DDR]. Contacten tussen de
landen verliepen via de hoofdsteden en nooit direct over de grens.
Omdat het communistische systeem voor een belangrijk deel steunde op
controle (van de economie, van de politiek en van het leven van de
bevolking) waren grensoverschrijdende contacten gevaarlijk voor het
regime. Reizen was maar zeer beperkt toegestaan. Toen in Polen in
het begin van de jaren ‘80 de vrije vakbond Solidariteit het regime
uitdaagde, maakte de Oost-Duitse regering dan ook direct een eind
aan de open grenzen tussen de DDR en Polen; deze waren begin jaren
‘70 voor toeristisch verkeer geopend.
De mensen in de grensgebieden hebben daardoor altijd met hun ruggen
naar elkaar toe geleefd. Dit werd nog verergerd doordat de mensen
aan weerszijden van de grens elkaar door de ‘volksverhuizingen’
nooit gekend hebben.

De grens na 1989
Na de val van het communisme in 1989 kreeg de grens nogmaals een andere status. Doordat de DDR verdween en Oost-Duitsland zich aansloot bij de Bondsrepubliek was de Neiße niet meer de grens tussen ‘socialistische broedervolken’, maar buitengrens van de Europese Unie (op dat moment nog de Europese Gemeenschap). Omdat er binnen de Europese Unie vrij verkeer van personen bestaat (in het kader van het zogenaamde Schengen-verdrag), moeten de buitengrenzen streng bewaakt worden. Polen en Tsjechen hoeven sinds enige tijd geen visum meer te hebben voor het oversteken van de grens, maar Duitsland wil voorkomen dat allerlei andere mensen de grens illegaal oversteken [Vluchtelingen en Migratie]

Afgesloten brug over de Neisse.
De Neiße werd ook een welvaartsgrens. Het voormalige Oost-Duitsland veranderde razendsnel door de enorme investeringen die er gedaan werden door de Duitse overheid. Het was van groot belang voor Duitsland dat de welvaartsverschillen tussen West en Oost snel minder zouden worden om de leegloop van Oost-Duitsland te stoppen. De levensstandaard ging daardoor snel omhoog. In Polen en Tsjechië gingen de ontwikkelingen echter veel langzamer, waardoor er nu grote verschillen bestaan.
Ook voor Heimatvertriebenen veranderde de grens na 1989. Velen van hen waren naar West-Duitsland vertrokken en konden na 1989 hun geboortegrond weer bezoeken. Dit zogenaamde ‘Heimattoerisme’ is in de jaren negentig sterk opgeleefd. Bij Tsjechen en vooral bij Polen heeft dit de angst gevoed dat Duitsers hun vroegere bezit terug zouden eisen of dat ze grote stukken land zouden aankopen in de gebieden waar zij of hun familie voor de Tweede Wereldoorlog woonden [Uitbreiding Europese Unie].
| Laatst bijgewerkt 11-01-2009 |
|